Nutriëntenlijst



In de nutriëntenlijst treft u nutriënten of voedingsstoffen aan die onmisbaar zijn voor een goede algemene gezondheid. Ook staan in de uitgebreide lijst tal van medicinale planten die van belang kunnen zijn voor het behoud of het bekomen van een gezond lichaam . Over elk nutriënt of plant vindt u uitgebreide wetenschappelijke informatie terug die bijeengebracht is vanuit geneeskundige en nutritionele tijdschriften,  wetenschappelijke publicaties en aanverwante websites (zie de referenties bij elk nutriënt). Uitgever en auteurs verklaren dat deze informatie op zorgvuldige wijze en naar beste weten is samengesteld. Deze nutriëntenlijst zal op regelmatige tijdstippen een update krijgen aangezien nog tal van essentiële voedingsstoffen verder zullen toegevoegd worden.

Alle/A/B/C/D/E/F/G/H/I/J/K/L/M/N/O/P/R/S/T/V/Z/

5-hydroxytryptofaan

5-hydroxytryptofaan(5-HTP) is een stof die in de natuur voorkomt en is rijkelijk aanwezig in de zaden van de plant Griffonia simplicifolia. 5-HTP is een aminozuur dat de tussenliggende stap vormt tussen tryptofaan en de belangrijke neurotransmitter serotonine. Bij vele mensen ligt het serotonineniveau uiterst laag wegens een hectische levensstijl waarin stress en ongezonde eetgewoonten zeer sterk aanwezig zijn. Dit leidt dan vaak tot een zucht naar suiker, depressieve neigingen, hoofdpijn en vage spierpijnen. Een tekort aan serotonine is dikwijls te wijten aan een moeizame omzetting van tryptofaan. Om tryptofaan in serotonine om te zetten, moet het eerst worden omgezet in 5-HTP.

5-HTP bereikt gemakkelijk de hersenen, dit in tegenstelling met tryptofaan dat zich moet binden aan een transportmolecule. Daarom wordt er weinig tryptofaan naar de hersenen vervoerd. Verder wordt bij stress, bij een verhoogd cortisolniveau en bij een lage vitamine B-waarde tryptofaan omgezet in kynurerine door de lever. Een verhoogd niveau aan kynurenine blokkeert de opname van tryptofaan in de hersenen en leidt tot een lager serotonineniveau in de hersenen.

Tal van farmacokinetische studies wijzen aan dat bij de inname van 5-HTP ongeveer 70% de bloedbaan bereikt terwijl het overige deel door darmcellen wordt gemetaboliseerd. 5-HTP zorgt niet alleen voor verhoogde niveaus aan serotonine maar ook van andere belangrijke stoffen zoals melatonine en bèta-endorfine. De gunstige invloed op de stemming en pijn zou ook te wijten zijn aan de hogere endorfineniveaus.

5-HTP is veiliger dan L-tryptofaan aangezien het in veel lagere dosis actief is dan tryptofaan. Aangezien tryptofaan met grammen moet genomen worden, wordt het bij vele gebruikers problematisch. Te hoge doseringen van L-tryptofaan zorgen ervoor dat tryptofaan zich als een vrije radicaal gaat gedragen; 5-HTP is daarentegen een antioxidant.

5-HTP wordt vooral ingezet bij depressie, slaapproblemen, angst, migrainehoofdpijn, spanningshoofdpijn, PMS, fibromyalgie, obesitas en chronische pijnaandoeningen.

Serotonine heeft tal van functies zoals:

  • van belang voor de stemming of gemoed, gaat depressie tegen
  • verbeteren van de slaap want serotonine is nodig om melatonine aan te maken
  • een goede seksuele functie
  • tegengaan van angsten en stress
  • beheersen van de eetlust
  • bereiken van een goede emotionele balans en meer zelfvertrouwen

Referenties

  • Angst J, Woggon B, Schoepf J. The treatment of depression with L-5-hydroxytryptophan versus imipramine. Results of two open and one double-blind study. Arch Psychiatr Nervenkr. 1977;224:175–186.
  • Attele AS, Xie JT, Yuan CS. Treatment of insomnia: an alternative approach.Altern Med Rev. 2000;5(3):249-259.
  • Birdsall TC. 5-Hydroxytryptophan: a clinically-effective serotonin precursor. Altern Med Rev. 1998;3:271–280.
  • Byerley WF, et al. 5-Hydroxytryptophan: a review of its antidepressant efficacy and adverse effects. J Clin Psychopharmacol. 1987;7:127-137.
  • Cangiano C, et al. Effects of oral 5-hydroxy-tryptophan on energy intake and macronutrient selection in non-insulin dependent diabetic patients. Int J Obes Relat Metab Disord. 1998; 22:648-654.
  • Cangiano C, Ceci F, Cascino A, et al. Eating behavior and adherence to dietary prescriptions in obese adult subjects treated with 5- hydroxytryptophan. J Clin Nutr. 1992;56:863-867.
  • Cauffield JS, Forbes HJ. Dietary supplements used in the treatment of depression, anxiety, and sleep disorders. Lippincotts Prim Care Pract. 1999; 3(3):290-304.
  • Ceci F, Cangiano C, Cairella M, Cascino A, et al. The effects of oral 5-hydroxytryptophan administration on feeding behavior in obese adult female subjects. J Neural Transm. 1989;76:109-117.
  • DeBenedittis G, Massei R. Serotonin precursors in chronic primary headache. A double-blind cross-over study with L-5-hydroxytryptophan vs. placebo. J Neurosurg Sci. 1985; 29:239-248.
  • Freedman RR. Treatment of menopausal hot flashes with 5-hydroxytryptophan. Maturitas. 2010 Apr;65(4):383-5.
  • Gardner DM, Lynd LD. Sumatriptan contraindications and the serotonin syndrome. Ann Pharmacother. 1998;32(1):33-38.
  • Joffe RT, Sokolov ST. Co-administration of fluoxetine and sumatriptan: the Canadian experience. Acta Psychiatr Scand. 1997;95(6):551-552.
  • Juhl JH. Primary fibromyalgia syndrome and 5-hydroxy-L-tryptophan: a 90-day open study. Altern Med Rev. 1998;3:367-375.
  • Meyers S. Use of neurotransmitter precursors for treatment of depression. Altern Med Rev. 2000;5(1):64-71.
  • Puttini PS, Caruso I. Primary fibromyalgia and 5-hydroxy-L-tryptophan: a 90-day open study. J Int Med Res. 1992;20:182-189.
  • Rakel D. Rakel Integrative Medicine, 2nd ed. Philadelphia, PA: Saunders; 2008;47.
  • Shaw K, Turner J, Del Mar C. Are tryptophan and 5-hydroxytryptophan effective treatments for depression? A meta-analysis. Aust N Z J Psychiatry. 2002 Aug;36(4):488-91.
  • Van Praag HM. Management of depression with serotonin precursors. Biol Psychiatry. 1981;16:291-310.

Acetyl-L-carnitine

Acetyl-L-carnitine(ALC) heeft een gunstige invloed op het centrale zenuwstelsel, aangezien de geacetyleerde vorm gemakkelijk de bloed-hersenbarrière passeert. Hierdoor speelt deze vorm van carnitine een zéér belangrijke rol in de hersenstofwisseling. ALC kan zijn acetylgroep ook afgeven aan choline voor de productie van de neurotransmitter acetylcholine, een belangrijke stof voor de geheugenfunctie en tal van denkprocessen.

ALC zorgt ook voor het transport van lang-keten-vetzuren en acetyl-coënzym-A naar de mitochondriën en helpt bij het vrijmaken van energie in de mitochondriën. Het is heel opmerkelijk dat ALC ondanks de verhoging van de mitochondriale energieproductie het hersenweefsel beschermt tegen beschadiging door superoxideradicalen. Neuronen communiceren onderling met elkaar omdat ze verbonden zijn door middel van lange zenuwvezels, ook wel neurieten genoemd (axonen en dendrieten). Het ouder wordende brein verliest veel neurieten, waardoor de snelheid en de efficiëntie van de cognitieve processen snel achteruit gaan.

Acetyl-L-carnitine arginaat is een zéér interessante combinatie van de geacetyleerde vorm van L-carnitine en L-arginine. Tal van onderzoeken wijzen aan dat acetyl-l-carnitine arginaat de groei van nieuwe neurieten opmerkelijk zou verbeteren, nl ongeveer 20 % in één week. De inname van enkel acetyl-l-carnitine zou de groei slechts met ongeveer 5 % doen toenemen. Ook de inname van acetyl-L- carnitine en L-arginine zou de groei met ongeveer 5,5 % doen toenemen. Acetyl-l-carnitine arginaat is volgens dit onderzoek dus ongeveer drie maal zo werkzaam bij de groei van neurieten dan indien L-arginine en acetyl-l-carnitine apart worden ingenomen.

Referenties

  • Physiol Rev.1998 Apr;78(2):547-81.
  • Ann N Y Acad Sci. 2004 Jun;1019:406-11.
  • Exp Gerontol. 1984;19(1):31-6.
  • Proc Natl Acad Sci U S A. 1994 Nov 8;91(23):10771-8.
  • Proc Natl Acad Sci U S A. 1997 Apr 1;94(7):3064-9.
  • Ann N Y Acad Sci. 1998 Nov 20;854:118-27.
  • Brain Res. 1990 Aug 27;526(1):108-12.
  • 1997 Dec;46(12):1454-7.
  • Mech Ageing Dev. 1995 Oct 13;84(2):103-12.
  • Ann N Y Acad Sci. 2002 Apr;959:491-507.
  • Physiol Rev. 1983 Oct;63(4):1420-80.
  • Am J Clin Nutr. 2007 Dec;86(6):1738-44.
  • J Neurosci Res. 2006 Aug 1;84(2):398-408.
  • Acta Diabetol. 2003 Oct;40 Suppl 1:S106-13.
  • Biochim Biophys Acta. 2000 Jun 26;1486(1):1-17.
  • J Clin Invest. 1989 Oct;84(4):1167-73.
  • Exp Physiol. 2008 Oct;93(10):1139-46.
  • Neurochem Res. 2009 Apr;34(4):755-63.
  • Ann N Y Acad Sci. 2004 Nov;1033:117-31.

Alfa-liponzuur

Alfa-liponzuur, een zwavelhoudend vetzuur dat van groot belang is voor het menselijk lichaam, bestaat uit zowel zwavel- als koolstofatomen die in een speciale structuur met elkaar verbonden zijn waardoor het zowel water- als vetoplosbaar is.

Alfa-liponzuur wordt in het lichaam slechts in kleine hoeveelheden aangemaakt en is noodzakelijk bij het omzetten van glucose naar energie. Daarnaast is alfa-liponzuur een zéér sterke antioxidant. Het komt in onze voeding slechts in kleine hoeveelheden voor waardoor alfa-liponzuur als supplement regelmatig wordt ingezet bij tal van aandoeningen.

Alfa-liponzuur is als co-enzym betrokken bij de suikerstofwisseling in de mitochondriën (en dus een kritische co-factor bij de productie van cellulaire energie).Met alfa-liponzuur verbetert de werking van de mitochondriën en zijn deze cellulaire energiecentrales beschermd tegen oxidatieve schade. Alfa-liponzuur en de gereduceerde vorm (dihydroliponzuur) fungeren als antioxidanten. Dit redoxkoppel staat bovendien in voor de recyclage van andere antioxidanten zoals glutathion, vitamine C & E en co-enzym Q10.

Alfa-liponzuur passeert gemakkelijk de bloed/hersenbarrière. Bovendien is het goed oplosbaar in vet. Alfa-liponzuur zou daarom bescherming bieden tegen degeneratieve aandoeningen van het zenuwstelsel. De beschermende werking van alfa-liponzuur bij diabetes kan worden verklaard door verlaging van de bloedsuikerspiegel en de bescherming van het zenuwweefsel tegen vrije radicalen. Alfa-liponzuur blijkt door zijn sterke anti-oxidatieve eigenschappen én het vermogen vitamine C te regenereren, de ontwikkeling van staar te kunnen remmen. Onderzoek met ratten laat zien, dat alfa-liponzuur de ontwikkeling van diabetische retinopathie kan vertragen.

Alfa-liponzuur komt in twee kwaliteitsvarianten voor: een synthetische of natuurlijke kwaliteit. De R-vorm, R-alfa-liponzuur of R-ALA, is de natuurlijke vorm van deze molecule. Synthetisch aangemaakt alfa-liponzuur is een mengsel met 50% van het alfaliponzuur in de R-vorm en 50% in een S-vorm. S-alfa-liponzuur of S-ALA hindert de opname en werking van natuurlijk alfa-liponzuur. Daarom is het al heel belangrijk om natuurlijk alfaliponzuur in te nemen (100% R-vorm), maar daar stopt het nog niet bij. De chemische structuur van R-alfa-liponzuur is het spiegelbeeld van die van S-alfaliponzuur. Deze kleine wijziging zorgt ervoor dat de S-vorm de opname en werkzaamheid van de R-vorm belemmert. Bron: Carlson DA et al., Altern Med Rev 2007; 12(4):343-51.

R-alfa-liponzuur mag dan wel de fysiologisch actieve vorm zijn, toch is de absorptie eerder beperkt en de molecule erg gevoelig voor warmte, vocht, zuurstof en kettingvorming. Onlangs is men er in geslaagd om natuurlijk alfa-liponzuur in een stabiele vorm te houden, gestabiliseerd met natrium. Het is de enige beschikbare stabiele vorm van natuurlijk alfa-liponzuur, en kreeg de naam van Bio-Enhanced™. Bio-Enhanced™ R-alfa-liponzuur of natriumzout van alfa-liponzuur wordt 40 maal beter opgenomen dan gewoon R-alfa-liponzuur en 21 maal beter dan synthetisch alfa-liponzuur (R-ALA + S-ALA).

Referenties

  • Alpha-lipoic acid. Monograph. Altern Med Rev 2006; 11(3):232-7.
  • Bilska A, Włodek L. Lipoic acid - the drug of the future? Pharmacol Rep 2005; 57(5):570-7.
  • Carlson DA, Smith AR, Fischer SJ, Young KL, Packer L. The plasma pharmacokinetics of R-(+)-lipoic acid administered as sodium R-(+)-lipoate to healthy human subjects. Altern Med Rev 2007; 12(4):343-51.
  • Hettche H, Rischer M, Sarlikiotis W. Dosage forms containing thioctic acid or solid salts of thioctic acid with improved release and bioavailability, US Patent 6,348,490.
  • Kamenova P. Improvement of insulin sensitivity in patients with type 2 diabetes mellitus after oral administration of alpha-lipoic acid. Hormones (Athens) 2006; 5(4):251- 8.
  • Maczurek A, Hager K, Kenklies M, Sharman M, Martins R, Engel J, Carlson D, Münch G. Lipoic acid as an anti-inflammatory and neuroprotective treatment for Alzheimer’s disease. Adv Drug Deliv Rev 2008 Jul 4. [Epub ahead of print].
  • Magis D, Ambrosini A, Sándor P, Jacquy J, Laloux P, Schoenen J. A randomized double-blind lacebocontrolled trial of thioctic acid in migraine prophylaxis. Headache 2007; 47(1):52-7.
  • Sola S, Mir MQ, Cheema FA, Khan-Merchant N, Menon RG, Parthasarathy S, Khan BV. Irbesartan and lipoic acid improve endothelial function and reduce markers of inflammation in the metabolic syndrome: results of the Irbesartan and Lipoic Acid in Endothelial Dysfunction (ISLAND) study. Circulation 2005; 111(3):343-8.
  • Ulrich H, Weischer CH, Engel J, Hettche H. Pharmaceutical composition containing R-α-lipoic acid or S-α-lipoic acid as active ingredients, US Patent 5,728,735.
  • Várkonyi T, Kempler P. Diabetic neuropathy: new strategies for treatment. Diabetes Obes Metab 2008; 10(2):99-108.
  • Yadav V, Marracci G, Lovera J, Woodward W, Bogardus K, Marquardt W, Shinto L, Morris C, Bourdette D. Lipoic acid in multiple sclerosis: a pilot study. Mult Scler 2005; 11(2):159-65.

Algen

Algen bevatten van nature een behoorlijke portie calcium, magnesium en mangaan naast kleinere hoeveelheden van botondersteunende micronutriënten zoals boor, koper, fosfor, kalium, nikkel, selenium, silicium, strontium, vanadium en zink. 

Tijdens een in-vitro-kweek van humane botcellen gaf het algenpreparaat nl. AlgaeCal betere resultaten dan calciumcarbonaat en calciumcitraat: betere groei en mineralisatie, minder oxidatieve stress. In een vergelijkende studie bij 158 volwassenen gaf een AlgaeCal-supplement, dat verrijkt was met magnesium, vitamine D3, MK-7, boor en vitamine C na 6 maanden gebruik een betere toename van de botmineraaldichtheid (BMD) dan een AlgaeCal-supplement zonder deze verrijking.

Naast een functie in bot- en tandsterkte, vervult calcium talrijke fysiologische sleutelfuncties waaronder bloedstolling, neuromusculaire prikkelbaarheid, overdracht van zenuwprikkels, spiercontracties, membraandoorlaatbaarheid, vrijstelling van hormonen, energiestofwisseling en functionering van verteringsenzymen. Wie onvoldoende calcium binnenkrijgt voor de normale regulatie van deze lichaamsfuncties haalt de nodige calcium uit de botten. Dat kan op termijn leiden tot calciumtekorten in de botten waardoor de botsterkte vermindert en osteoporose in de hand wordt gewerkt.

Een innovatief calciumsupplement bevat naast een goede calciumbron ook wetenschappelijk relevante cofactoren voor een goede opname van calcium uit de darm, een vlotte inbouw van calcium in de botten en een verdere optimalisatie van de botsterkte (hardheid én flexibiliteit):

  • vitamine D en K induceren een calciumretentie t.h.v. de nieren (minder calciumverlies via de urine)
  • vitamine D ondersteunt het actief transport van calcium doorheen de darmwand
  • magnesium helpt bij de activatie van vitamine D t.h.v. de nieren
  • vitamine K2 vergemakkelijkt de carboxylatie van osteocalcine, matrix γ-carboxyglutamaat proteïne en proteïne S, dit zijn drie eiwitten betrokken bij de botaanmaak
  • magnesium absorbeert aan het oppervlak van de hydroxyapatietkristallen in het bot en maakt zo de botten minder breekbaar
  • mangaan heeft een rol bij de aanmaak van mucopolysachariden die een onderdeel vormen van de botmatrix
  • vitamine C is nodig voor de aaneenkoppeling van collageenstrengen die instaan voor de taaiheid (flexibiliteit) van de botten

Een goed calciumpreparaat bevat liefst een ideale 2/1-verhouding aan calcium over magnesium. Wordt de calcium/magnesium verhouding > 2/1, dan daalt de absorptie van magnesium, en worden gemakkelijker bloedklonters gevormd en spasmen in de vaatwand geïnduceerd.

Ook met de aanwezigheid van vitamine K2 en D3 wordt ingespeeld op het behoud van de cardiovasculaire gezondheid. Vitamine K2 voorkomt afzetting van calcium in de bloedvatwand. Gebruik van calcium plus vitamine D is tot op vandaag niet in verband gebracht met een hartinfarct, terwijl dit voor calciumsupplementen zonder vitamine D in een meta-analyse van 11 studies wel werd gesuggereerd.

Referenties

  • Adluri RS, Zhan L, Bagchi M, Maulik N, Maulik G. Comparative effects of a novel plant-based calcium supplement with two common calcium salts on proliferation and mineralization in human osteoblast cells. Mol Cell Biochem 2010; 340(1-2):73-80.
  • Bolland MJ, Avenell A, Baron JA, Grey A, MacLennan GS, Gamble GD, Reid IR. Effect of calcium supplements on risk of myocardial infarction and cardiovascular events: meta-analysis. BMJ 2010; 341:c3691.
  • Bonjour JP, Guéguen L, Palacios C, Shearer MJ, Weaver CM. Minerals and vitamins in bone health: the potential value of dietary enhancement. Br J Nutr 2009; 101(11):1581-96.
  • Major GC, Alarie F, Dore J, Phouttama S, Tremblay A. Supplementation with calcium + vitamin D enhances the beneficial effect of weight loss on plasma lipid and lipoprotein concentrations. Am J Clin Nutr 2007; 85(1):54-9.
  • Marone PA, Yasmin T, Gupta RC, Bagchi M. Safety and toxicological evaluation of AlgaeCal (AC), a novel plant-based calcium supplement. Toxicol Mech Methods 2010; 20(6):334-44.
  • Michalek JE, Preuss HG, Croft HA, Keith PL, Keith SC, Dapilmoto M, Perricone NV, Leckie RB, Kaats GR. Changes in total body bone mineral density following a common bone health plan with two versions of a unique bone health supplement: a comparative effectiveness research study. Nutr J 2011 Apr 14;10:32.
  • Nieves JW. Osteoporosis: the role of micronutrients. Am J Clin Nutr 2005; 81(5):1232S- 1239S.
  • Palacios C. The role of nutrients in bone health, from A to Z. Crit Rev Food Sci Nutr 2006;46(8):621-8.
  • Peterlik M, Boonen S, Cross HS, Lamberg-Allardt C. Vitamin D and calcium insufficiency-related chronic diseases: an emerging world-wide public health problem. Int J Environ Res Public Health 2009; 6(10):2585-607.
  • Rowe WJ. Calcium-magnesium-ratio intake and cardiovascular risk. Am J Cardiol 2006; 98(1):140.
  • Schallreuter KU, Kothari S, Chavan B, Spencer JD. Regulation of melanogenesis--controversies and new concepts. Exp Dermatol 2008; 17(5):395-404.
  • Straub DA. Calcium supplementation in clinical practice: a review of forms, doses, and indications. Nutr Clin Pract 2007; 22(3):286-96.
  • Theobald HE. Dietary calcium and health. British Nutrition Foundation Nutrition Bulletin 2005; 30:237–277.

Andrographis paniculata

Andrographis paniculata is een plant die geregeld gebruikt wordt in de ayurvedische geneeskunde en doeltreffend is bij griep en verkoudheid wanneer de behandeling binnen de 48 uur na het begin van de klachten wordt opgestart. Andrographoliden zijn de best gekende actieve bestanddelen uit deze plant van Indische oorsprong. De plant houdt drie antivirale sabotagetechnieken in petto: stimulatie van zowel het aangeboren als het verworven immuunsysteem (NK-cellen, killer T-cellen), onderdrukking van de roodheid en zwelling in de keelholte door de lokale ontstekingsreactie te verminderen en preventie van een herbesmetting met het virus door de aanhechting van het virus aan de binnenwand van neus- en keelholte te belemmeren.

Na evaluatie van de voorbije klinische studies bij in totaal 896 personen kwamen drie onafhankelijke onderzoeksgroepen al unaniem tot een sterke bewijslast voor de doeltreffendheid van Andrographis paniculata bij acute bovenste luchtweginfecties. Een duidelijke verlichting van de symptomen treedt gewoonlijk op na 3 à 5 dagen gebruik. Intussen zijn de productiemethodes om een supplement met Andrographis paniculata te maken verder verfijnd.

Indische onderzoekers zijn erin geslaagd om een extract te maken met een hoge standaardisatie (33%) aan andrographoliden, terwijl ze het gehalte van een stofje dat verantwoordelijk is voor de bloeddrukverlagende bijwerking van de plant uiterst laag konden houden. Het extract werd klinisch getest: 223 volwassenen met een acute infectie aan de bovenste luchtwegen gebruikten elke dag ofwel 200 mg van dit hoog gestandaardiseerde Andrographis paniculata Nees extract, ofwel een nepmiddel (placebo). Vijf dagen nadien vertoonde de groep die met het extract was behandeld duidelijk veel minder hoestprikkels, neusloop, hoofdpijn, koorts en keelpijn dan diegenen die het nepmiddel toegediend kregen. De behandelde groep moest ook veel minder slijmpjes opgeven, was minder vermoeid en kon beter doorslapen. In zijn totaliteit beschouwd was het Andrographis paniculata Nees extract 52,7% doeltreffender dan het nepmiddel.

Andrographolide, de belangrijkste actieve stof uit Andrographis paniculata, remt een virale besmetting (met onder meer influenza A H1N1) af door de aanhechting van het virus aan het epitheel van neus- en keelholte te verminderen.

Andrographis paniculata bladextract bezit tevens een ontstekingswerend, anti-allergisch en immuunstimulerend potentieel.

Referenties

  • A randomized double blind placebo controlled clinical evaluation of in adults with uncomplicated upper respiratory tract infection (http://www.kalmcold.com/clinical_stu.htm).
  • Chandrasekaran CV, Thiyagarajan P, Sundarajan K, Goudar KS, Deepak M, Murali B, Allan JJ, Agarwal A. Evaluation of the genotoxic potential and acute oral toxicity of standardized extract of Andrographis paniculata (KalmCold). Food Chem Toxicol 2009; 47(8):1892-902.
  • Coon JT, Ernst E. Andrographis paniculata in the treatment of upper respiratory tract infections: a systematic review of safety and efficacy. Planta Med 2004; 70(4):293-8.
  • Demeyer K en Delmulle L. Fytotherapie en influenza. NTvF 2009; 22 nr. 3/4.
  • Jarukamjorn K, Nemoto N. Pharmacological aspects of Andrographis paniculata on health and its major diterpenoid constituents andrographolide. J Health Sci 2008; 54(4):370-81.
  • Kligler B, Ulbricht C, Basch E, Kirkwood CD, Abrams TR, Miranda M, Singh Khalsa KP, Giles M, Boon H, Woods J. Andrographis paniculata for the treatment of upper respiratory infection: a systematic review by the natural standard research collaboration. Explore (NY) 2006; 2(1):25-9.
  • Poolsup N, Suthisisang C, Prathanturarug S, Asawamekin A, Chanchareon U. Andrographis paniculata in the symptomatic treatment of uncomplicated upper respiratory tract infection: systematic review of randomized controlled trials. J Clin Pharm Ther 2004; 29(1):37-45.
  • Spasov AA, Ostrovskij OV, Chernikov MV, Wikman G. Comparative controlled study of Andrographis paniculata fixed combination, Kan Jang and an Echinacea preparation as adjuvant, in the treatment of uncomplicated respiratory disease in children. Phytother Res 2004; 18(1):47-53.

Arginine

Arginine is een belangrijk aminozuur voor een ondersteuning van een verzwakt immuunsysteem en het verhoogt de grootte en de activiteit van de thymusklier. De thymus is verantwoordelijk voor de productie van T-lymfocyten die van groot belang zijn voor een goed werkend immuunsysteem. Arginine ondersteunt ook de werking van de lever aangezien het helpt bij het neutraliseren van ammoniak in de lever. Tevens is arginine ook essentieel voor het gezond houden van huid en bindweefsel, aangezien het mede instaat voor de vorming van collageen en de opbouw van nieuw bot & pezen.

Arginine is ook bekend als een voorloper van stikstofmonoxide(NO), een belangrijke biochemische signaalstof in het lichaam en speelt een rol in diverse endotheel-afhankelijke fysiologische effecten in het hart- en bloedvatenstelsel. Stikstofmonoxide is onder meer nodig voor het bereiken en handhaven van een erectie. Daarom wordt het ook geregeld ingezet bij de behandeling van de mannelijke seksuele gezondheid. In de pancreas zorgt arginine voor de afscheiding van insuline.

Ornithine is een niet-essentieel aminozuur dat in de lever wordt aangemaakt uit arginine. Dit aminozuur speelt een belangrijke rol bij het verwijderen van ammoniak dat bij de afbraak van eiwitten ontstaat en is noodzakelijk in het spiermetabolisme.

Er zijn een aantal studies die er op wijzen dat een combinatie van arginine en ornithine het groeihormoon extra stimuleert in het lichaam, op basis van de toename van kracht en spiermassa tijdens intensief sporten.

Referenties

  • Altern Med Rev. 2002 Dec;7(6):512-22.
  • Biomed Pharmacother. 2002 Nov;56(9):439-45.
  • Zh Evol Biokhim Fiziol. 2008 May-Jun;44(3):234-40.
  • Am J Obstet Gynecol. 1996 Feb;174(2):779-82.
  • Curr Vasc Pharmacol. 2011 Nov 21. [Epub ahead of print]
  • Biochem Biophys Res Commun. 2011 Nov 4;414(4):660-3.
  • Aktuelle Urol. 2009 Aug;40(4):235-41.
  • 2009;46(2):107-19.
  • Bull Mem Acad R Med Belg. 2006;161(10-12):529-36; discussion 536-7.
  • Can J Physiol Pharmacol. 2005 Aug-Sep;83(8-9):681-700.
  • J Thorac Cardiovasc Surg. 1995 Aug;110(2):302-14.
  • Biochem Biophys Res Commun. 1988 Jun 30;153(3):1251-6.
  • J Nutr. 2000 Nov;130(11):2626-9.
  • Clin Cardiol. 2000 Mar;23(3):205-10.
  • Hypertens Pregnancy. 2007;26(1):121-30.,
  • Am J Physiol Endocrinol Metab. 2006 Nov;291(5):E906-12.
  • Curr Opin Clin Nutr Metab Care. 2007 Jan;10(1):80-7.
  • Amino Acids. 2009 Jul;37(2):323-31.
  • 2006 Jul-Aug;22(7-8):705-12.
  • Curr Opin Clin Nutr Metab Care. 2004 Jan;7(1):45-51.
  • Curr Opin Clin Nutr Metab Care. 2003 Mar;6(2):223-8.
  • 1994 Jan;35(1 Suppl):S42-5.
  • Surg Clin North Am. 2003 Jun;83(3):571-96.
  • Clin Nutr. 1993 Feb;12(1):61-2.
  • Isr Med Assoc J. 2002 Sep;4(9):713-6
  • Ann Surg. 2002 Sep;236(3):369-74; discussion 374-5.
  • Am J Clin Nutr. 1997 Feb;65(2):512-8.
  • Eur J Clin Nutr. 2000 Aug;54(8):615-7.

Ashwagandha (Withania somnifera)

Ashwagandha wordt al eeuwenlang gebruikt in de Ayurvedische gezondheidszorg. Ashwagandha kan gebruikt worden bij stresssituaties. Het heeft een positieve invloed op de energie en wordt ingezet om opnieuw fit te worden.

Er is een klinisch bewezen, gestandaardiseerd extract op waterbasis uit zowel de wortel als het blad van de plant ashwagandha.  De plant staat binnen de ayurvedische geneeskunde bekend als de Indiase ginseng die de immuniteit bevordert, anti-inflammatoir werkt, de cognitieve achteruitgang afremt en een antistress/adaptogeen effect bezit.

In een placebogecontroleerde studie bij 130 volwassenen (18-60 jaar) met chronische stress gaf ashwagandha in de drie gebruikte doseringen (125 mg/d, 2 x 125 mg/d en 2 x 250 mg/d) al na een maand een duidelijke verlichting van de stresssymptomen.

Ongemakken zoals vermoeidheid, verminderde eetlust, hoofd- en spierpijn, hartkloppingen, droge mond, slapeloosheid, vergeetachtigheid, prikkelbaarheid en concentratieproblemen (criteria van de ‘modified Hamilton anxiety scale’ of mHAM-A-test) waren in de ashwagandha-groep significant lager dan in de placebogroep (p< 0,001). De symptoomvermindering was nog duidelijker na twee maand suppletie. Bij deelnemers uit de ashwagandha-groep was het serumgehalte aan cortisol (stresshormoon) en CRP (ontstekingsmerker) gedaald, dat van dehydroepiandrosteron (DHEA, het feel good-hormoon) en hemoglobine (zuurstoftransporter) toegenomen. In de twee hogere doseringen werd ook de cholesterolspiegel gunstig beïnvloed.

Uit dierexperimenteel en in-vitro-onderzoek werd aangetoond dat bestanddelen uit ashwagandha een stimulerende invloed hebben op het centraal zenuwstelsel via tal van neurotransmittersystemen waaronder serotonine (bevordering gemoedstoestand), GABA (onderdrukking angst), acetylcholine (ondersteuning geheugenfunctie) en dopamine (ondersteuning gemoedstoestand en controle over spierbewegingen).

Referenties

  • Auddy B, Hazra J, Mitra A, Abedon B, Ghosal S. A standardized Withania somnifera extract significantly reduces stress-related parameters in chronically stressed humans: a double-blind, randomized, placebo-controlled study. JANA 2008;11(1):50-56.
  • Bhatnagar M, Sharma D, Salvi M. Neuroprotective effects of Withania somnifera dunal.: A possible mechanism. Neurochem Res 2009; 34(11):1975-83.
  • Cooley K, Szczurko O, Perri D, Mills EJ, Bernhardt B, Zhou Q, Seely D. Naturopathic care for anxiety: a randomized controlled trial ISRCTN78958974. PLoS One 2009; 4(8):e6628.
  • Kulkarni SK, Dhir A. Withania somnifera: an Indian ginseng. Prog Neuropsychopharmacol Biol Psychiatry 2008; 32(5):1093-105.
  • Mirjalili MH, Moyano E, Bonfill M, Cusido RM, Palazón J. Steroidal lactones from Withania somnifera, an ancient plant for novel medicine. Molecules 2009; 14(7):2373- 93.
  • Mishra LC, Singh BB, Dagenais S. Scientific basis for the therapeutic use of Withania somnifera ashwagandha): a review. Altern Med Rev 2000; 5(4):334-46.
  • Singh RH, Narsimhamurthy K, Singh G. Neuronutrient impact of Ayurvedic Rasayana therapy in brain aging. Biogerontology 2008; 9(6):369-74.
  • Wollen KA. Alzheimer’s disease: the pros and cons of pharmaceutical, nutritional, botanical, and stimulatory therapies, with a discussion of treatment strategies from the perspective of patients and practitioners. Altern Med Rev 2010; 15(3):223-44.

Astragalus

Astragalus, en meer bepaald het wortelextract, bevat typische polysachariden die in staat zijn een antivirale respons op te wekken via onrechtstreekse activatie van macrofagen en uitrijping van dendritische cellen. Astragalus wordt in de traditionele Chinese geneeskunde (TCM) gebruikt als tonicum in de preventie van een verkoudheid.

Referentie

  • Chen CJ, Li ZL, Fu Q, Liu Y, Lei X, Wu HC, Liu YF. Effect of Astragalus polysaccharides on the phenotype and functions of human dendritic cells in vitro. Nan Fang Yi Ke Da Xue Xue Bao 2009; 29(6):1192-4.[Article in Chinese]

Avena sativa

Avena sativa (ontschorste havervrucht) wordt gebruikt bij zenuwachtigheid en slapeloosheid. Een positieve invloed op de slaap is alvast te danken aan de aanwezigheid van tryptofaan en melatonine. De gebruikte variëteit (Neuravena®) induceerde in aftastend onderzoek bij mensen een betere mentale fitheid (beter concentratievermogen, leercapaciteit, geheugen).

B-vitaminen

B-vitaminen oefenen een synergistische activiteit uit en zijn onontbeerlijk in de Krebs-cyclus. Zij zorgen voor de productie van de energierijke ATP-moleculen. Hierdoor verhoogt het uithoudingsvermogen en energiepeil en wordt een betere alertheid ervaren. B-vitaminen zorgen samen voor een goede stofwisseling in het lichaam. Ze zetten koolhydraten, vetten en eiwitten uit ons voedsel om in energie en bouwstoffen. B- vitaminen zijn essentieel voor de gezondheid van ons haar, huid en nagels, rode bloedcellen en lichaamsweefsel en voor de productie van antilichamen. Om goed te kunnen werken, hebben de hersenen en het zenuwstelsel een regelmatige toevoer van B-vitaminen vanuit de voeding nodig. In geval van klachten als nervositeit, moeheid, lusteloosheid en gebrek aan concentratie, kan er sprake zijn van een tekort aan B-vitaminen. Door de wateroplosbaarheid van de B-vitaminen is een dagelijkse suppletie noodzakelijk (geen accumulatie) om het lichaam optimaal te laten werken.

Referenties

  • Jellin J, Gregory, PJ, eds. (Various). Natural Medicines Comprehensive Database 2011; http://www.naturaldatabase.com.
  • Rodriguez NR, DiMarco NM, Langley S, Denny S, et al. Nutrition and Athletic Performance. Med. Sci. Sports Exerc. 2009;41(3):709-31.
  • Balk EM, Raman G, Tatsioni A, Chung M, et al. Vitamin B-6, B-12, and folic acid supplementation and cognitive function - A systematic review of randomized trials. Arch. Intern. Med. 2007;167(1):21-30.
  • Woolf K, Manore MM. B-vitamins and exercise: Does exercise alter requirements? Int. J. Sport Nutr. Exerc. Metab. 2006;16(5):453-84.
  • Panel on Folate OBV, and Choline, Subcommittees on Upper Reference Levels of Nutrients, Standing Committee on the Scientific Evaluation of Dietary Reference Intakes. Dietary Reference Intakes for Thiamin, Riboflavin, Niacin, Vitamin B6, Folate, Vitamin B12, Pantothenic Acid, Biotin, and Choline. Washington, DC: Food and Nutrition Board, Institute of Medicine, National Academy of Sciences;1998.
  • Lukaski HC. Vitamin and mineral status: Effects on physical performance. Nutrition. 2004;20(7-8):632-44.

Banaba

Banaba(Lagerstroemia speciosa) wordt in de Filippijnen vooral ingezet bij een verhoogde bloedsuikerspiegel; hiervoor worden de bladeren van de banababoom gebruikt. Corosolzuur en ellagitannines zijn de voornaamste actieve bestanddelen. Banaba-extract induceert onder meer de cellulaire opname van glucose. Het bijzondere hierbij is dat in vetweefsel de opname van glucose wordt geactiveerd, terwijl de groei van vetcellen wordt afgeremd. Dit contrasteert met de werking van insuline die eveneens de opname van glucose activeert, maar tegelijk het vetweefsel laat toenemen.

Referenties

  • Judy WV, Hari SP, Stogsdill WW, Judy JS, Naguib YM, Passwater R. Antidiabetic activity of a standardized extract (Glucosol) from Lagerstroemia speciosa leaves in Type II diabetics. A dosedependence study. J Ethnopharmacol 2003; 87(1):115-7.
  • Klein G, Kim J, Himmeldirk K, Cao Y, Chen X. Antidiabetes and Anti-obesity Activity of Lagerstroemia speciosa. Evid Based Complement Alternat Med 2007; 4(4):401-7.
  • Stohs SJ, Miller H, Kaats GR. A review of the efficacy and safety of banaba (Lagerstroemia speciosa L.) and corosolic acid. Phytother Res 2012; 26(3):317-24.

BCAA’s

BCAA zijn vertakte aminozuren die nodig zijn voor groei en herstel van spierweefsel. Deze aminozuren zorgen er voor dat de spierafbraak door intensieve training wordt tegengegaan. De drie aminozuren die tot de groep van de BCAA’s behoren zijn L- leucine, L-isoleucine en L-valine. De beste verhouding voor een effectieve werking is 2:1:1. Indien men een BCAA product gaat vergelijken, is het zeer belangrijk naar het type aminozuur en de verhouding te kijken. L-leucine is namelijk een duurder ingrediënt en is het meest effectief in de verhouding 2:1:1 (L-leucine: L-Isoleucine: L-valine).

BCAA’s zijn aminozuren die vooral als energiebron gebruikt worden als er sprake is van psychische en/of fysieke overbelasting (distress). Ook een tekort aan glutamine zorgt voor hoger verbruik van BCAA’s, omdat van deze drie aminozuren glutamine gemaakt kan worden. Distress, een tekort aan glutamine (bv. bij darmproblemen) en een absoluut tekort van de vertakte aminozuren leiden onvermijdelijk tot verlies van spiermassa en immunoglobulinen.

Binnen de sport en de orthopedie hebben BCAA’s hun waarde ruimschoots bewezen. Onderzoeken uit de chirurgie en orthopedie laten zien dat doelmatige opname van deze aminozuren (samen met de synergisten vitamine B6, vitamine C, zink en magnesium) de ontwikkeling van de spierdoorsnede en spiermassa bevordert. Na een krachttraining kan de inname van enkele grammen BCAA de stofwisseling in de spiercelkernen dermate positief beïnvloeden, dat dit resulteert in een grotere spierdoorsnede en hoeveelheid samentrekkende proteïnen, waardoor ook de kracht toeneemt. Deze anabolische werking wordt vooral gewaardeerd door sporters en ter ondersteuning van herstel na trauma (bijvoorbeeld operaties).

Daarnaast stimuleren vertakte aminozuren de productie van insuline, hetgeen weer de opname van aminozuren door het spierweefsel ondersteunt en afbraak van spierweefsel vertraagt. Vertakte keten aminozuren zijn zeer veilig. Een mogelijk teveel wordt omgezet in andere aminozuren of in energie.

Referenties

  • Berry HK, Brunner RL, Hunt MM, White PP. Valine, isoleucine, and leucine. A new treatment for phenylketonuria. Am J Dis Child 1990; 144: 539-43.
  • Blomstrand E, Ek S, Newsholme EA. Influence of ingesting a solution of branched-chain amino acids on plasma and muscle concentrations of amino acids during prolonged submaximal exercise. Nutrition 1996; 12: 485-90.
  • Blomstrand E, Newsholme EA. Effect of branched-chain amino acid supplementation on the exercise-induced change in aromatic amino acid concentration in human muscle. Acta Physiol Scand 1992; 146: 293-28.
  • Hood DA, Terjung RL. Amino acid metabolism during exercise and following endurance training. Sports Med 1990; 9: 23-35.
  • Kato M, Miwa Y, Tajika M, Hiraoka T, Muto Y, Moriwaki H. Preferential use of branched-chain amino acids as an energy substrate in patients with liver cirrhosis. Intern Med 1998; 37: 429-34.
  • Louard RJ, Barrett EJ, Gelfand RA. Effect of infused branched-chain amino acids on muscle and whole-body amino acid metabolism in man. Clin Sci (Colch) 1990; 79.
  • MacLean DA, Graham TE, Saltin B. Branched-chain amino acids augment ammonia metabolism while attenuating protein breakdown during exercise. Am J Physiol 1994; 267: E1010-E122.
  • MacLean DA, Graham TE, Saltin B. Stimulation of muscle ammonia production during exercise following branched-chain amino acid supplementation in humans. J Physiol 1996; 493: 909-22.
  • Maddrey WC. Branched chain amino acid therapy in liver disease. J Am Coll Nutr 1985; 4: 639-50.
  • Marchesini G, Bianchi G, Rossi B, Brizi M, Melchionda N. Nutritional treatment with branchedchain amino acids in advanced liver cirrhosis. J Gastroenterol 2000;35 Suppl 12:7-12 2001; 35 Suppl 12: 7-12.
  • Platell C, Kong SE, McCauley R, Hall JC. Branched-chain amino acids. J Gastroenterol Hepatol 2000 Jul;15(7):706-17 2001; 15: 706-17.

Bernagie

Bernagie (Borago officinalis) behoort tot de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae), en alle onderdelen van de plant (stengels, bladeren, en bloemknoppen) zijn dan ook bedekt met korte haren. De olie uit de zaden van de bernagie bevat een hoog gehalte aan gamma-linoleenzuur (GLA) evenals zink, magnesium, vitamine B6 en biotine.

Gamma-linoleenzuur (GLA) is een conditioneel essentieel omega-6 vetzuur. Meer bepaald in het geval van een verminderde activiteit van het enzym delta-6-desaturase. Dit enzym is verantwoordelijk voor de omzetting van linolzuur (LA) naar GLA, en wordt gehinderd door tekorten aan eiwitten, magnesium, zink, vitamine B6, B3 en C of een overmatige consumptie van gehydrogeneerde oliën, trans-vetzuren, suiker, koffie en alcohol.

GLA wordt in het lichaam ongeremd omgevormd naar di-homo-gamma-linoleenzuur (DGLA). Vervolgens oefent DGLA via omzetting naar prostaglandine E1 (PGE1) een ontstekingsremmend effect uit en laat dit omega-6 vetzuur gladde spiercellen relaxeren (vasodilatatie). Dit zijn de tot nog toe best gekende invloeden van een GLA-suppletie.

GLA biedt ondersteuning aan patiënten met uiteenlopende klachten:

  • personen met de ziekte van Raynaud zijn het best geholpen bij gebruik van 500 mg GLA/dag. Deze aandoening kenmerkt zich door vaatkramp in vingers en tenen, als een overdreven reactie op een koude prikkel (winterhanden en -voeten).
  • de huidbarrière van oudere personen blijft langer intact bij oraal gebruik van bernagieolie (hun huid is minder droog en men ervaart minder jeuk).
  • bij individuen met atopisch eczeem verminderen de symptomen (huiduitslag, jeuk, roodheid en zwelling) door inname van een GLA-rijke olie. Een meta-analyse toont dat dit effect 4 tot 8 weken na de start van de therapie op gang komt. Bij gelijktijdig gebruik van corticosteroïden gaat echter een groot deel van de impact van GLA verloren.
  • patiënten met reumatoïde artritis hebben een lagere behoefte aan pijnstillers als ze oliën rijk aan GLA gebruiken (minstens 500 mg GLA/d). Pas na 3-4 maanden GLA-suppletie mag een positief effect verwacht worden.
  • bij diabetische neuropathie (pijn/tintelingen in de ledematen als gevolg van een slechte regeling van de bloedsuikerspiegel) wordt onder invloed van GLA (360-480 mg/d) de zenuwgeleiding hersteld. Gedeeltelijk door een verbeterde doorbloeding in vingers en tenen, maar ook omdat de myeline rond de zenuwuitlopers o.m. bestaat uit de omega-6 vetzuren GLA en LA. Bernagieolie levert m.a.w. de bouwstoffen voor myeline.
  • sommige vrouwen met premenstrueel syndroom (PMS) hebben minder pijnlijke borsten als ze GLA (240 mg GLA/dag) gebruiken.

De bernagie bevat kleine hoeveelheden toxische pyrrolizidine alkaloïden die kanker kunnen veroorzaken en toxisch zijn voor de lever. De olie uit de zaden van bernagie, die rijk is aan het onverzadigde vetzuur gamma-linoleenzuur en om die reden als voedingssupplement wordt gebruikt, wordt geraffineerd. Tijdens het raffinageproces worden in de meeste gevallen de pyrrolizidine alkaloïden verwijderd waardoor het product veilig is in gebruik. Kijk toch steeds of het product vrij is van pyrrolizidine. 

Referenties

  • Barre DE. Potential of evening primrose, borage, black currant, and fungal oils in human health. Ann Nutr Metab 2001; 45(2):47-57.
  • Belch JJ, Hill A. Evening primrose oil and borage oil in rheumatologic conditions. Am J Clin Nutr 2000; 71(1 Suppl):352S-6S.
  • Brosche T, Platt D. Effect of borage oil consumption on fatty acid metabolism, transepidermal water loss and skin parameters in elderly people. Arch Gerontol Geriatr 2000; 30(2):139-50.
  • Gamma-linolenic acid (GLA). Monograph. Altern Med Rev 2004; 9(1):70-8.
  • Halat KM, Dennehy CE. Botanicals and dietary supplements in diabetic peripheral neuropathy. J Am Board Fam Pract 2003; 16(1):47-57.
  • Henz BM, Jablonska S, van de Kerkhof PC, Stingl G, Blaszczyk M, Vandervalk PG, Veenhuizen R, Muggli R, Raederstorff D. Double-blind, multicentre analysis of the efficacy of borage oil in patients with atopic eczema. Br J Dermatol 1999; 140(4):685-8.
  • Jerums G, Panagiotopoulos S, Forbes J, Osicka T, Cooper M. Evolving concepts in advanced glycation, diabetic nephropathy, and diabetic vascular disease. Arch Biochem Biophys 2003; 419:55– 62.
  • Kast RE. Borage oil reduction of rheumatoid arthritis activity may be mediated by increased cAMP that suppresses tumor necrosis factor-alpha. Int Immunopharmacol 2001; 1(12):2197-9.
  • Keen H, Payan J, Allawi J, Walker J, Jamal GA, Weir AI, Henderson LM, Bissessar EA, Watkins PJ, Sampson M, et al. Treatment of diabetic neuropathy with gamma-linolenic acid. The gamma- Linolenic Acid Multicenter Trial Group. Diabetes Care 1993; 16(1):8-15.
  • Morse NL, Clough PM. A meta-analysis of randomized, placebo-controlled clinical trials of Efamol evening primrose oil in atopic eczema. Where do we go from here in light of more recent discoveries? Curr Pharm Biotechnol 2006; 7(6):503-24.

Betaïnehydrochloride

Betaïnehydrochloride (betaïne HCl) is het chloridezout van trimethylglycine en wordt vooral ingezet bij mensen met een lage maagzuurproductie. Deze stof oefent belangrijke functies uit in de maag en draagt bij tot een goede eiwitvertering door de omzetting van pepsinogeen tot pepsine. Betaïne HCl beschermt de maag tevens tegen pathogenen, het stimuleert de galstroom en de afgifte van pancreasenzymen. Betaïne HCl vergemakkelijkt ook de opname van tal van nutriënten zoals foliumzuur, vitamine B12, vitamine C, bèta-caroteen, ijzer en bepaalde vormen van calcium, magnesium en zink.

Talrijke studies tonen aan dat de maagzuurproductie in de maag afneemt met de leeftijd. Aangezien een tekort aan HCl leidt tot vorming van melkzuur, pyrodruivezuur en zwavelverbindingen, veroorzaakt dit bij vele mensen een brandend gevoel in de maag. Het is dan best betaïne HCl te nemen en de zuurtegraad van de maag te herstellen. Een verminderde aanmaak van maagzuur wordt ook in verband gebracht met botontkalking en bloedarmoede.

Referenties

  • Kelly GS. Hydrochloric acid: Physiological functions and clinical implications. Alt Med Rev. 1997; 2(2):116-127.
  • Murray MT, Pizzorno J. The Encyclopedia of Natural Medicine. 3rd ed. New York: Atria Paperback; 2012.
  • Rafsky HA, Weingarten M. A study of the gastric secretory response in the aged. Gastroenterology. 1947 Mar;8(3):348-52.
  • Davies D, James TG. An investigation into the gastric secretion of a hundred normal persons over the age of sixty. BMJ. 1930;1:1-14.
  • Baron JH. Studies of basal and peak acid output with an augmented histamine test. Gut. 1963;4:136-144.

Biotine

Biotine ondersteunt de insulinesecretie door de pancreas, bevordert de werking van de insulinereceptor en remt de aanmaak van glucose door de lever. Biotine wordt ook vitamine B8 genoemd en is essentieel voor het vrijmaken van energie uit de voeding; het speelt tevens een rol bij de vorming van vetzuren. Biotine houdt de huid en het haar gezond.

Biotine zit in eieren, lever, melk, noten en pinda’s. Te weinig biotine kan huidafwijkingen, bloedarmoede en depressie veroorzaken.

Caprylzuur

Caprylzuur wordt vooral aangetroffen in kokosvet maar komt ook voor in hennepolie, moedermelk en roomboter. Het wordt slechts in kleine hoeveelheden door het lichaam zelf aangemaakt. Caprylzuur is een verzadigd vetzuur met acht koolstofatomen en behoort tot de vetzuren met een middellange keten. Als supplement komt caprylzuur voor onder de vorm van calcium- en/of magnesiumcaprylaat. Het wordt als een veilige stof beschouwd en wordt al jaren toegepast bij het candidasyndroom.

Candida albicans is een gist die van nature voorkomt in onze darm maar ook op andere vochtige plaatsen wordt aangetroffen in het lichaam zoals de mond en de vagina. Indien er door bv. stress ongunstige veranderingen voordoen in de darmflora, kan de gistvorm van de candida overgaan in een schimmelvorm. Deze schimmel kan dan snel overgezet worden op andere delen van het lichaam. Dan spreken wij van een candida-infectie. Dit kan leiden tot chronische klachten die zeer hardnekkig kunnen zijn. Een doeltreffende behandeling met o.a. caprylzuur is dan geen overbodige luxe.

Een candida-infectie wordt vooral veroorzaakt door langdurige stresssituaties, langdurig gebruik van antibiotica en een geregeld gebruik van geraffineerde koolhydraten, alcohol, fastfood en specifieke medicijnen.

De belangrijkste klachten die zich kunnen voordoen:

  • spijsverteringsklachten zoals een opgezette buik, slijm in de ontlasting, winderigheid, constipatie, diarree, maag- en darmklachten
  • vaginale infecties die geregeld terugkeren, jeuk en verlies van libido
  • energieproblemen zoals algemene vermoeidheid, sufheid en slaapproblemen
  • immuunproblemen door een sterk verzwakt immuunsysteem of door een afweer die te sterk reageert
  • hormonale klachten
  • pijnlijke spieren en gewrichten
  • door ‘leacky gut’ kan er een extreme gevoeligheid ontstaan voor allergieën en een intolerantie voor specifieke chemische stoffen

Dat caprylzuur een effectief middel is tegen schimmels is al lang bekend. Uitgebreid onderzoek (zowel in vitro als in vivo) laat zien dat caprylzuur een uitgesproken fungicide werking heeft tegen gisten, meer specifiek tegen candida albicans. Caprylzuur zou het celmembraan van de gist aantasten. Na een behandeling met caprylzuur wordt dikwijls een krachtig probioticum ingezet samen met immmuunversterkende stoffen zoals vitamine C, L-glutamine, lactoferrine, zink, vitamine A , Siberische ginseng en propolis.

Meer actueel onderzoek toont aan dat caprylzuur ook een antibacteriële werking heeft tegen diverse darmpathogenen waardoor caprylzuur zeer effectief is bij een natuurlijke darmsanering.

Caprylzuur wordt ook dikwijls in een gecoate tablet & ‘timed-release (TR)’ op de markt gebracht waardoor het vertraagd in het spijsverteringskanaal wordt afgegeven; hierdoor wordt de werking in de darm enorm versterkt.

Referenties

  • Huang Y, Wilson M, Chapman B, Hocking AD. Evaluation of the efficacy of four weak acids as antifungal preservatives in low-acid intermediate moisture model food systems. Food Microbiol 2010; 27(1):33-6.
  • Kabara JJ. Fatty acids and derivatives as antimicrobial agents. In: Kabara JJ, ed. The Pharmacological Effect of Lipids I. Champaign, IL: American Oil Chemists’ Society 1978; 1-14.
  • Liu S, Ruan W, Li J, Xu H, Wang J, Gao Y, Wang J. Biological control of phytopathogenic fungi by fatty acids. Mycopathologia. 2008 Aug;166(2):93-102.
  • Omura Y, O’Young B, Jones M, Pallos A, Duvvi H, Shimotsuura Y. Caprylic acid in the effective treatment of intractable medical problems of frequent urination, incontinence, chronic upper respiratory infection, root canalled tooth infection, ALS, etc., caused by asbestos & mixed infections of Candida albicans, Helicobacter pylori & cytomegalovirus with or without other microorganisms & mercury. Acupunct Electrother Res 2011; 36(1-2):19-64.

Wyss O, Ludwig BJ, Joiner RR. The fungistatic and fungicidal action of fatty acids and related compounds. Arch Biochem 1943; 7,415.

Carnosine

Carnosine beschermt de eiwitten tegen beschadiging dat veroorzaakt kan worden door vrije radicalen(oxidatie) of door glycatie. Glycatie is de reactie van een reducerende suiker (glucose en fructose bv.) met een eiwit (aminozuur) of vet. Hierbij ontstaan er schadelijke stoffen (AGE’s), en kunnen eiwitstructuren in het lichaam aangetast worden. Veroudering van de huid is één van de meest zichtbare tekenen van de beschadiging van eiwit. Er ontstaan rimpels, en de huid verliest zijn elasticiteit en zijn herstellend vermogen. Deze veranderingen doen zich ook voor in het hele lichaam zoals de spieren, de bloedvaten, de ogen, de hersenen en vele andere organen. Wanneer er teveel eiwitten beschadigd raken, kan vroegtijdige veroudering optreden.

Wetenschappelijke studies tonen aan dat carnosine een krachtige antioxidant is tegen het vrije radicaal hydroxyl. Tevens remt carnosine in ruime mate het glycatieproces. Verder blijkt uit studies dat de hoeveelheid carnosine enorm afneemt met de leeftijd (meer dan 63 % vanaf 70 jaar) wat duidelijk te zien is bij een verminderd spiervermogen.

Enkele belangrijke eigenschappen van carnosine zijn:

  • bescherming van eiwitten tegen beschadigingen en is een krachtige antioxidant
  • effectief bij de behandeling van ouderdomsstaar
  • treedt actief op tegen glycatie en beschermt collageen tegen gekruiste verbindingen
  • vermindert fors de peroxidatie van lipiden in de hersenen in experimenteel onderzoek bij dieren
  • tal van wetenschappelijke studies wijzen op een verlenging van de levensduur van cellen
  • herstelt spieren na intensieve training of sportprestatie en gaat verzuring tegen

Referenties

  • Brownson C, Hipkiss AR. Carnosine reacts with a glycated protein. Free Radic Biol Med 2000;28:1564-1570.
  • Hipkiss AR, Preston JE, Himswoth DT, et al. Protective effects of carnosine against malondialdehyde-induced toxicity towards cultured rat brain endothelial cells. Neurosci Lett 1997;238:135-8.
  • Preston JE, Hipkiss AR, Himsworth DT, et al. Toxic effects of beta-amyloid(25-35) on immortalised rat brain endothelial cell: protection by carnosine, homocarnosine and beta-alanine. Neurosci Lett 1998;242:105-8.
  • Guliaeva NV. Superoxide-scavenging activity of carnosine in the presence of copper and zinc ions. Biokhimiia 1987;52:1216-1220.
  • Maynard LM, Boissonneault GA, Chow CK, Bruckner GG. High levels of dietary carnosine are associated with increased concentrations of carnosine and histidine in rat soleus muscle. J Nutr 2001;131:287-90.
  • Zaloga GP, Roberts PR, Black KW, et al. Carnosine is a novel peptide modulator of intracellular calcium and contractility in cardiac cells. Am J Physiol 1997;272(1 Pt 2):H462-8.
  • Kantha SS, Wada S, Tanaka H, et al. Carnosine sustains the retention of cell morphology in continuous fibroblast culture subjected to nutritional insult. Biochem Biophys Res Commun 1996;223(2):278-82.
  • Hipkiss AR, Chana H. Carnosine protects proteins against methylglyoxal-mediated modifications. Biochem Biophys Res Commun 1998;248(1):28-32.
  • Horning MS, Blakemore LJ, Trombley PQ. Endogenous mechanisms of neuroprotection: role of zinc, copper, and carnosine. Brain Res 2000;852(1):56-61.

Choline

Cholinebitartraat is een zout waarbij natuurlijke choline gebonden is aan wijnsteenzuur. Hierdoor is het veel gemakkelijker op te nemen. Cholinebitartraat poeder zorgt voor ongeveer 7 keer zoveel choline als fosfatidylcholine en tot 10 maal zoveel choline als lecithine. Choline komt van het Griekse ‘chole’, wat ‘gal’ betekent. Sindsdien heeft men aangetoond dat choline niet alleen in de pancreas en lever voorkomt, maar een onderdeel is van elke menselijke cel. Ondertussen wordt choline als een lid van de vitamine B familie beschouwd, hoewel het strikt gezien geen vitamine is.

Choline kan in het lichaam aangemaakt worden, maar deze aanmaak is bij de meeste mensen onvoldoende. Choline wordt daarom beschouwd als een essentiële stof die we met de voeding moeten binnenkrijgen, maar ze blijft tot op heden vrij onbekend en ontbreekt vaak in een B-complex. Het grootste deel van de aanwezige choline in ons lichaam is ingebouwd in fosfolipiden.

Choline komt vooral voor in noten, vis, melk, biergist, sojabonen en eigeel.

Choline kent drie belangrijke metabolische routes nl.

  • fosfolipide synthese via fosforylcholine
  • acetylcholine synthese in de hersenen
  • oxidatie tot betaïne, dat dient als een methyldonor.

Choline wordt vooral gebruikt om het levermetabolisme te ondersteunen bij chronische hepatitis, levercirrose en hypercholesterolemie. Choline wordt ook gebruikt tijdens de zwangerschap aangezien het kan leiden tot een opmerkelijke verbetering van het geheugen bij kinderen. Verder wordt choline ingezet bij geheugenproblemen veroorzaakt door ouderdom, bij het verlagen van plasma homocysteïneniveaus en bij vermoeidheid veroorzaakt door zware inspanningen. Veganisten, duursporters en mensen die veel alcohol drinken lopen het grootste risico op choline-deficiëntie en kunnen daarom gebaat zijn met choline supplementen.

Referenties

  • Caudill MA. Pre- and post-natal health: Evidence of increased choline needs. J Am Diet Assoc 2010;110:1198-206.
  • Li Q, Guo-Ross S, Lewis DV, Turner D, White AM, Wilson WA et al. Dietary prenatal choline supplementation alters postnatal hippocampal structure and function. J Neurophysiol 2004;91:1545-55.
  • McCann JC, Hudes M, Ames BN. An overview of evidence for a causal relationship between dietary availability of choline during development and cognitive function in offspring. Neurosci Behav Rev 2006;30:696-712.
  • Meck WH, Smith RA, Williams CL. Pre- and postnatal choline supplementation produced long-term facilitation of spatial memory. Dev Psychobiol 1988;21:339-53.
  • Buchman AL, Sohel M, Brown M, Jenden DJ, Ahn C, Roch M et al. Verbal and visual memory improve after choline supplementation in long-term parenteral nutrition. JPEN 2001;25(1):30-5.
  • Blusztajn JK, Wurtman RJ. Choline and cholinergic neurons. Science 1983;221:614-20.
  • Cohen BM, Renshaw PF, Stoll AL, Wurtman RJ, Yergelun-Todd D, Babb SM. Decreased brain choline uptake in older adults: An in vivo proton magnetic resonance spectroscopy study. JAMA 1995;274(11):2902-7.
  • Cho E, Zeisel SH, Jacques PF, Selhub J, Dougherty L, Colditz GA. Dietary choline and betaine assessed by food-frequency questionnaire in relation to plasma total homocysteine concentration in the Framingham Offspring Study. Am J Clin Nutr 2006;83:905-11.
  • daCosta KA, Gaffney CM, Fischer LM, Zeisel SH. Choline deficiency in mice and humans is associated with increased plasma homocysteine concentration after a methionine load. Am J Clin Nutr 2005;81:440-4.
  • Buchman AL, Ament ME, Sohel M, Dubin MD, Jenden DJ, Roch M et al. Choline deficiency causes reversible hepatic abnormalities in patients receiving parenteral nutrition: Proof of a human choline requirement: A placebo-controlled trial. JPEN 2001;25(5):260-8.
  • Ghoshal AK, Farber E. Biology of disease: Choline deficiency, lipotrope deficiency and the development of liver disease including liver cancer: A new perspective. Lab Investig 1993;68(3):255-60.

Chondroïtinesulfaat

Chondroïtinesulfaat (CS) is een bestanddeel van de proteoglycaanmolecule en dus ook een belangrijke component van het kraakbeen. Vele onderzoeken tonen synergetische effecten aan bij de gelijktijdige toediening van glucosaminesulfaat en chondroïtinesulfaat. De resultaten van talrijke studies die men al gedaan heeft met beide producten zijn eensluidend: voor het ondersteunen en verbeteren van de gewrichtsfunctie (knie, wervelzuil) is de simultane applicatie van de twee componenten belangrijk.

En het is natuurlijk van primordiaal belang dat men het juiste product toedient. In vitro kan men de resorptie van allerlei stoffen door de darmmucosa goed imiteren door gebruik te maken van het CACO-2 model. Hiermee kan men aantonen dat CS met een laag moleculair gewicht het best geabsorbeerd wordt (lager dan 16000 daltons).

Het kraakbeenbeschermend effect van een 2 jaar durende suppletie met chondroïtinesulfaat (800 mg per dag, één inname) werd geëvalueerd bij 300 patiënten met knie-artrose. In de chondroïtinesulfaatgroep werd geen verdere slijtage vastgesteld. De gewrichtsspleet bleef zo goed als ongewijzigd, terwijl in de placebogroep een vernauwing van -0.14 mm werd opgetekend.

Referenties

  • Adebowale AO, Cox DS, Liang Z, Eddington ND. Analysis of glucosamine and chondroitin sulfate content in marketed products and the caco-2 permeability of chondroitin sulfate raw materials. J Am Nutraceutical Assoc 2000; 3:37-44.
  • Clegg DO, Reda DJ, Harris CL, Klein MA, O’Dell JR, Hooper MM, Bradley JD, Bingham CO 3rd, Weisman MH, Jackson CG, Lane NE, Cush JJ, Moreland LW, Schumacher HR Jr, Oddis CV, Wolfe F, Molitor JA, Yocum DE, Schnitzer TJ, Furst DE, Sawitzke AD, Shi H,Brandt KD, Moskowitz RW, Williams HJ. Glucosamine, chondroitin sulfate, and the two in combination for painful knee osteoarthritis. N Engl J Med 2006; 354(8):795-808.
  • Lippiello L, Woodward J, Karpman R, Hammad TA. In vivo chondroprotection and metabolic synergy of glucosamine and chondroitin sulfate. Clin Orthop 2000; (381):229-40.
  • Hathcock JN, Shao A. Risk assessment for glucosamine and chondroitin sulfate. Regul Toxicol Pharmacol 2007; 47(1):78-83.
  • Murray MT. Which is better: Aged versus fresh garlic; glucosamine sulfate versus chondroitin sulfate. Am J Natural Med 1997;4:5–8.
  • McAlindon TE, LaValley MP, Gulin JP, Felson DT. Glucosamine and chondroitin for treatment of osteoarthritis. A systematic quality assessment and meta-analysis. JAMA 2000;283:1469–75.
  • Shankland WE 2nd. The effects of glucosamine and chondroitin sulfate on osteoarthritis of the TMJ: a preliminary report of 50 patients. Cranio 1998;16:230–5.
  • Leffler CT, Philippi AF, Leffler SG, et al. Glucosamine, chondroitin, and manganese ascorbate for degenerative joint disease of the knee or low back: a randomized, doubleblind, placebocontrolled pilot study. Mil Med 1999;164:85–91.

 

Chroom

Chroom speelt een belangrijke rol bij de werking van insuline in het lichaam en de koolhydraatstofwisseling. Er is tot op heden nog niet zo veel bekend over de precieze werking van chroom. De sterke associatie tussen chroom en de suikerstofwisseling blijkt al uit de benaming “glucose tolerantiefactor” die chroom in 1950 meekreeg. In de picolinaatvorm bezit chroom de beste biobeschikbaarheid. Biotine verhoogt de chroomabsorptie vanuit de darm. Chroom laat de beschikbare insuline beter werken door haar signalisatie via de insulinereceptor te verbeteren en het aantal insulinereceptoren te laten toenemen. Verder helpt chroom een hunkering naar suiker onderdrukken.

Chroom zit in groenten, fruit, volkoren graanproducten en in mindere mate in vlees en zuivelproducten.

Citroenmelisse

Citroenmelisse (Melissa officinalis) wordt volgens ESCOP aangeraden bij krampen van het maagdarmstelsel, en door de Duitse Commissie E voor nerveuze slaapproblemen. Citroenmelisse wordt dikwijls gebruikt bij zenuwachtigheid, angst en slaapstoornissen. Het zorgt voor meer relaxatie overdag en verbetert de slaapkwaliteit.

Een klinische studie met het citroenmelisse-extract Cyracos (hoog gestandaardiseerd op 7% rozemarijnzuur) toonde een positief effect op de slaapkwaliteit van patiënten met een milde tot matig ernstige angststoornis en slaapproblemen (n=20). De deelnemers gebruikten 15 dagen lang 2 x 300 mg Cyracos per dag, ‘s morgens en voor het slapen. De ondersteuning was doeltreffend: 70% van de deelnemers was verlost van de angst, 85% van het slaapprobleem.

Referenties

  • Blumenthal M, Goldberg A, Brinkckmann J. Herbal Medicine. Expanded Commission E Monographs, American Botanical Council, 2000; pp230-2.
  • Julien Cases, Alvin Ibarra, Nicolas Feuillère, Marc Roller and Samir G. Sukkar3; Pilot trial of Melissa officinalis L. leaf extract in the treatment of volunteers suffering from mild-to-moderate anxiety disorders and sleep disturbances J Nutrition Metab. 2011 Dec; 4(3): 211–218.

Co-enzym Q10

Co-enzym Q10 (coQ10 of ubiquinone) is een vetoplosbare, vitamineachtige voedingsstof. Het is een perfecte energieleverancier, op voorwaarde dat kwaliteit en eigenheid van co-enzym Q10 in het voedingssupplement gerespecteerd worden.

Co-enzym Q10 zorgt voor de aanmaak van bruikbare energie in het lichaam. De drijvende kracht achter alle processen in ons lichaam komt van ATP (adenosinetrifosfaat). ATP staat voor de energie die door iedere cel van alle organen gebruikt wordt en ontstaat uit de eindverbranding van koolhydraten en vetten uit onze voeding. Specifieke energiecentrales staan in onze cellen borg voor de hoogste ATP productie. Deze energiecentrales noemen we mitochondriën. Het zijn boonvormige structuren met een dubbel omhulsel. Ingebed in het binnenste omhulsel bevindt zich een aaneenschakeling van functionele eiwitten die voor een stroom van energie zorgen. Co-enzym Q10 komt ter hulp bij de stroomvoorziening en bepaalt er zelfs de snelheid waarmee de bruikbare energie voor het lichaam wordt aangemaakt.

De aanmaak van bruikbare energie in het lichaam geeft vonkjes af van vrije radicalen. Dit is onvermijdelijk. Gelukkig is co-enzym Q10 eveneens een krachtige antioxidant om deze vrije radicalen onschadelijk te maken. Co-enzym Q10 is niet enkel werkzaam in de energiecentrales van onze cellen, het is de eerstelijnsdefensie tegen oxidatie van vetten in ons lichaam.

Co-enzym Q10 helpt eveneens de oxidatie van cholesterol (LDL-cholesterol) verhinderen. Hiermee beschermt co-enzym Q10 tegen het dichtslibben van het bloedvatenstelsel, want geoxideerde cholesterol blijft aan de binnenkant van onze bloedvaten kleven. Co-enzym Q10-suppletie behoort tot de beschermende maatregelen.

Bovendien zorgt co-enzym Q10 eveneens voor de recyclage van vitamine E, een tweede uitstekende vetoplosbare antioxidant.

Leeftijdsgebonden daling in co-enzym Q10-gehalte

Waar de energienood in de weefsels het hoogst is, daar concentreert co-enzym Q10 zich het meest. Op éénjarige leeftijd beschikken de alvleesklier en de bijnieren over hun hoogste co-enzym Q10-concentratie, de overige organen bereiken een piekconcentratie rond 20 jaar. Na de leeftijd van 20 jaar blijft de co-enzym Q10-voorraad in ons lichaam gestadig dalen.

Co-enzym Q10 vinden we in onze voeding vooral in vlees en vis, en in beperkte mate in groenten en fruit. Toch is het twijfelachtig of iedereen zijn co-enzym Q10-behoefte via het dieet kan invullen. Een kippenboutje (120 g) levert slechts 2 mg co-enzym Q10, forel (100 g) 1.1 mg, spinazie (200 g) 460 μg. Deze lage gehaltes in onze voedingsmiddelen rechtvaardigt suppletie met co-enzym Q10.

Impact van statines op co-enzym Q10-gehalte

Statines zijn doeltreffende cholesterolverlagende medicijnen. Ze remmen de aanmaak van cholesterol in de lever, maar hypothekeren hiermee tegelijk de lichaamseigen productie van co-enzym Q10. Een keerzijde van de medaille! Statines laten de omzetting van HMG-CoA naar mevalonaat dalen, maar mevalonaat is zowel de voorloperstof voor cholesterol als voor co-enzym Q10. De onvermijdelijke daling in co-enzym Q10-gehalte is mee verantwoordelijk voor de spierpijnen (myopathie, myalgie) die geassocieerd worden met het statinegebruik.

Kwaliteit

Natuurlijke co-enzym Q10 komt uit fermentatie. Opzuivering van co-enzym Q10 uit gefermenteerde gisten laat toe een 98% zuiver all-trans co-enzym Q10 te bekomen, zonder cis-vorm! De all-trans vorm van co-enzym Q10 is de natuurlijke vorm (zoals in ons lichaam en in onze voeding), de cis vorm komt helemaal niet voor in de natuur. Met de fermentatiemethode uit gisten verkrijgt men all-trans co-enzym Q10 terwijl een chemische synthese zowel cis als trans co-enzym Q10 oplevert. Let dus bij de aanschaf van een co-enzym Q10-supplement op de oorsprong van het product. De cis-vorm is namelijk niet werkzaam. De synthetische oorsprong zal uiteraard niet altijd op het supplement vermeld staan, maar een goedkope prijs wijst al sterk in die richting.

Goed opneembare co-enzym Q10 wordt aangeboden in olie, mét een toegevoegde emulsifiërende stof. De opname van co-enzym Q10 in poedervorm of opgelost in olie is gering. De reden? Co-enzym Q10 is een vetoplosbare stof en zal uit de poedervorm slecht oplossen in de waterige spijsverteringssappen van het maagdarmkanaal. Maar ook wanneer co-enzym Q10 gewoon in olie wordt aangeboden is de opname niet goed. Dit komt omdat het co-enzym Q10 zich dan in een groot olievolume bevindt, te groot om te worden opgenomen. Dubbel zoveel co-enzym Q10 kan worden opgenomen wanneer co-enzym Q10 zich als kleine vetdruppeltjes in het spijsverteringskanaal bevindt. Dit wordt verkregen door toevoeging van een emulsifiërende stof (vb. lecithine)aan de oliematrix. Met behulp van een emulsifiërende stof schudden de lichte kneedbewegingen van het maagdarmstelsel het oliemengsel met de coenzym Q10 kapot, zodat kleine oliedruppeltjes ontstaan. Daarna kan de co-enzym Q10-opname beginnen.

Wat is ubiquinol?

Co-enzym Q10 bestaat als redoxkoppel met ubiquinol als gereduceerde vorm en ubiquinone als geoxideerde vorm. Ubiquinol is de antioxidant van het koppel. Beide vormen (ubiquinone en ubiquinol) spelen een vitale rol in de productie van cellulaire energie.

Bij jongere, relatief gezonde personen bestaat meer dan 80% van het totale co-enzym Q10-gehalte in het plasma, de darmen en de lever uit ubiquinol. De gereduceerde vorm overheerst. Enzymen (reductases) houden het ubiquinol-overwicht in stand, ook na orale inname van ubiquinone. Van 20 tot 45 jaar volstaat in normale omstandigheden zeker nog het gebruik van ubiquinone (coQ10(ox)). Bij oudere personen neemt t.o.v. ubiquinol het aandeel aan ubiquinone in het plasma significant toe. Waarschijnlijk het gevolg van een toename in oxidatieve stress, een minder goede omzetting van ubiquinone naar ubiquinol, of beiden. Het gebruik van kant-en-klare ubiquinol biedt dan een oplossing. Op 55 jaar is het gebruik van ubiquinol zeker een aanrader.

Als voorbeeld van een toestand met extreme oxidatieve stress zijn er de eerste voorlopige resultaten van humaan onderzoek bij 7 patiënten met gevorderd congestief hartfalen. Bij gebruik van 450 mg ubiquinone(ox)/d wordt in hun plasma een subtherapeutisch coQ10-gehalte (1.4 μg/ml) gehaald. Na overschakeling op 450 mg ubiquinol(red)/d halen 6 patiënten een gemiddelde stijging van coQ10 in het plasma van 1.5 μg/ml naar 4,1 μg/ml. Bij vier patiënten verbeterde de contractiekracht van het hart (ejectievolume steeg van 24% naar 45%), hun klinische verbetering was opmerkelijk.

Ubiquinone en ubiquinol kunnen als ondersteuning gebruikt worden bij/als

  • mitochondriale dysfuncties van diverse oorsprong (coördinatiestoornissen, Alzheimer, Parkinson, ziekte van Huntington): 4-15 mg/kg lichaamsgewicht per dag
  • ondersteuning van de pompfunctie van het hart door een verbetering van de energieproductie in de hartspiercellen: 200 à 300 mg per dag bij de maaltijd
  • verhoogde bloeddruk: 100 à 200 mg per dag bij de maaltijd
  • cholesterol verlagende geneesmiddelen: 100 à 200 mg per dag bij de maaltijd
  • bescherming tegen oxidatie van LDL-cholesterol: 100 mg per dag bij de maaltijd
  • ischemie (angina pectoris): 200 à 300 mg per dag bij de maaltijd
  • hartritmestoornissen: 200 à 300 mg per dag bij de maaltijd
  • tandvleesproblemen: 100 mg per dag bij de maaltijd

Referenties

  • Genova ML, Pich MM, Biondi A, Bernacchia A, Falasca A, Bovina C, Formiggini G, Parenti Castelli G, Lenaz G. Mitochondrial production of oxygen radical species and the role of Coenzyme Q as an antioxidant. Exp Biol Med (Maywood) 2003; 228(5):506-13.
  • Guis S et al. Drug-induced and toxic myopathies. Best Pract Res Clin Rheumatol 2003; 17(6):877-907.
  • Hosoe K, Kitano M, Kishida H, Kubo H, Fujii K, Kitahara M. Study on safety and bioavailability of ubiquinol (Kaneka QH) after single and 4-week multiple oral administration to healthy volunteers. Regul Toxicol Pharmacol 2007; 47(1):19-28.
  • Kalen A et al. Age-related changes in the lipid compositions of rat and human tissues. Lipids 1989; 24(7):579-84.
  • Kelly P. Coenzyme Q10 Improves Myopathic Pain in Statin-Treated Patients. Abstract 1001-117 presented at the American College of Cardiology 54th Annual Scientific Session, March 6th 2005.
  • Langsjoen PH, Langsjoen AM. Supplemental ubiquinol in patients with advanced congestive heart failure. Abstract, 2008.
  • Langsjoen PH et al.Treatment of statin adverse effects with supplemental Coenzyme Q10 and statin drug discontinuation. Biofactors 2005; 25(1-4):147-52.
  • Lim SC, Lekshminarayanan R, Goh SK, Ong YY, Subramaniam T, Sum CF, Ong CN, Lee BL. The effect of coenzyme Q10 on microcirculatory endothelial function of subjects with type 2 diabetes mellitus. Atherosclerosis 2008; 196(2):966-9.
  • Miles MV, Patterson BJ, Chalfonte-Evans ML, Horn PS, Hickey FJ, Schapiro MB, Steele PE, Tang PH, Hotze SL. Coenzyme Q10 (ubiquinol-10) supplementation improves oxidative imbalance in children with trisomy 21. Pediatr Neurol 2007; 37(6):398-403.
  • Sohmiya M, Tanaka M, Suzuki Y, Tanino Y, Okamoto K, Yamamoto Y. An increase of oxidized coenzyme Q-10 occurs in the plasma of sporadic ALS patients. J Neurol Sci 2005; 228(1):49-53.
  • Tomlinson SS, Mangione KK. Potential adverse effects of statins on muscle. Phys Ther 2005; 85(5):459-65.
  • Wada H, Goto H, Hagiwara S, Yamamoto Y. Redox status of coenzyme Q10 is associated with chronological age. Am Geriatr Soc 2007; 55(7):1141-2.
  • Yamamoto Y, Yamashita S. Plasma ubiquinone to ubiquinol ratio in patients with hepatitis, cirrhosis, and hepatoma, and in patients treated with percutaneous transluminal coronary reperfusion. Biofactors 1999; 9(2-4):241-6.
  • Yan J, Fujii K, Yao J, Kishida H, Hosoe K, Sawashita J, Takeda T, Mori M, Higuchi K. Reduced coenzyme Q10 supplementation decelerates senescence in SAMP1 mice. Exp Gerontol 2006; 41(2):130-40.

Collageen II

Collageen II uit kippenborstbeen komt sterk overeen met het menselijk gewrichtskraakbeen waar collageen II, hyaluronzuur (HA) en chondroitinesulfaat de drie belangrijkste componenten zijn. HA speelt een belangrijke rol als smerend middel in het gewrichtsvocht. Spijtig genoeg daalt de kwaliteit van de kraakbeenmatrix als gevolg van veroudering of degeneratie. Hoogwaardig bioactief gehydrolyseerd collageen II en glucosaminoglycanen(GAGs) zoals HA en chondroïtinesulfaat helpen de gezondheid te verbeteren door het aanvullen van de essentiële stoffen in moleculair geoptimaliseerde vorm. Klinische proeven hebben aangetoond dat collageen II uit kippenborstbeen op een veilige en effectieve manier ondersteunend werkt bij gewrichtspijnen en/of ongemakken daarvan.

Er zijn verschillende onafhankelijke studies waaruit blijkt dat oraal toegediend gehydrolyseerd collageen II uit kippenborstbeen geabsorbeerd wordt in ons spijsverteringssysteem, wat resulteert in een gunstige opbouw van het kraakbeen. Bovendien is aangetoond dat gehydrolyseerd collageen nieuwe biosynthese van type II collageen van de chondrocyten stimuleert. Deze biochemische stimulatie van de chondrocyten zou ondersteunend werken bij de wederopbouw van het kraakbeen, waardoor het gewricht zich normaliseert en het functioneren ervan aanzienlijk verbetert.

Referenties

  • Schauss, A.G., Merkel, D.J., Glaza, S.M., Sorensonet, S.R., et al. (2007). Acute and subchronic oral toxicity studies in rats of a hydrolyzed chicken sternal cartilage preparation. Food and Chemical Toxicology, 45 (2), 315-321.
  • Schauss AG1, Stenehjem J, Park J, Endres JR, Clewell A. Effect of the novel low molecular weight hydrolyzed chicken sternal cartilage extract, BioCell Collagen, on improving osteoarthritis-related symptoms: a randomized, double-blind, placebo-controlled trial. J Agric Food Chem. 2012 Apr 25;60(16):4096-101. doi: 10.1021/jf205295u. Epub 2012 Apr 16.
  • Trentham, D.; Dynesius-Trentham, R.; Orav, J.; Combitchi, D.; Lorenzo, C.; Sewell, K.; Hafler, D. & Weiner, H. (1993). "Effects of Oral Administration of Type II Collagen on Rheumatoid Arthritis". Science 261 (5119): 1727–1730. doi:10.1126/science.8378772
  • Oesser, S.; Seifert, J. (2003). "Stimulation of type II collagen biosynthesis and secretion in bovine chondrocytes cultured with ?degraded collagen". Cell tissue research 311 (3): 393–399. doi:10.1007/s00441-003-0702-8

 

Curcumine

Curcumine is het gele pigment uit de specerij kerrie en het best vertegenwoordigde curcuminoïde uit de wortelstok van Curcuma longa. Terwijl de lijst met wetenschappelijke publicaties over de anti-inflammatoire en chemopreventieve capaciteit van curcumine ruim 3000 artikels beslaat, is het opvallend hoe weinig humane interventiestudies er zijn. Dit komt door de lage opneembaarheid en instabiliteit van de molecule. Om dit probleem op te lossen, bestaat er o.a. een gepatenteerd productieproces (fytosoomproces) waar curcumine gekoppeld wordt aan fosfatidylcholine uit soja waardoor de opneembaarheid van curcumine sterk toeneemt.

Een kleinschalig onderzoek bij vrijwilligers toont dat de biologische beschikbaarheid van 450 mg curcuminefytosoom evenwaardig is aan die van 4 g ongekoppelde curcumine. Met de recente beschikbaarheid van het curcuminefytosoom is een realistische dosering van 200 mg curcumine (1 g curcuminefytosoom) voldoende om een klinisch relevant effect te bekomen, terwijl vroeger vaak innames van > 10 g ongekoppelde curcumine nodig waren.

Het anti-inflammatoir effect van het curcuminefytosoom is klinisch bewezen bij patiënten met knieartrose (n=100) en terugkerende anterior uveïtis (een inwendige ontsteking van het voorste gedeelte van het oog, n=106). De patiënten met de oogproblemen hervielen minder snel van een opstoot van hun anterior uveïtis als ze dagelijks 2 x 600 mg curcuminefytosoom gebruikten bovenop hun conventionele therapie. De fysieke activiteit (bewegingsfunctie) van de artrosepatiënten was na 8 maanden behandeling met 2 x 500 mg curcuminefytosoom per dag vier keer beter dan deze van een controlegroep, en de inflammatiemerkers (sCD40L, IL-1β, IL-6, sVCAM-1) in hun bloed waren significant gedaald. Bovendien was het geneesmiddelengebruik (NSAID’s, celecoxib, paracetamol) in de curcuminefytosoomgroep met 63% gedaald, tegenover met 12% in de controlegroep. In de curcuminefytosoomgroep werd ook een daling in maagdarmklachten van 38% gerapporteerd (tegenover 15% in de controlegroep).

Uit preklinische studies kan men afleiden dat curcumine:

  • een krachtige antioxidant is voor superoxide en hydroxylradicalen
  • de activatie van NF-κB en AP-1 onderdrukt, dit zijn twee genetische factoren die het inflammatieproces en de overleving van kankercellen promoten
  • de productie van pro-inflammatoire stoffen remt waaronder TNFα, IL1β en PPAR-γ

Referenties

  • Jurenka JS. Anti-inflammatory properties of curcumin, a major constituent of Curcuma longa:a review of preclinical and clinical research. Altern Med Rev 2009; 14(2):141- 53. Erratum in: Altern Med Rev 2009; 14(3):277.
  • Antony B, Merina B, Iyer VS, Judy N, Lennertz K, Soyal S. A pilot cross-over study to evaluate human oral bioavailability of BCM-95® CG (BiocurcumaxTM), a novel bioenhanced preparation of curcumin. Indian J of Pharm Sci 2008; 70(4):445-50.
  • Benny M, Antony B. Bioavailability of Biocurcumax™ (BCM-095™). Spice India, Published by Spices Board of India, vol. 19, N° 19, September 2006.
  • Blumenthal M, Goldberg A, Brinckmann J. Herbal Medicine, Expanded Commission E monographs.
  • American Botanical Council 2000; 379-384. Integrative Medicine Communications, ISBN 0-9670772-1-4.
  • Cho YA, Lee W, Choi JS. Effects of curcumin on the pharmacokinetics of tamoxifen and its active metabolite, 4-hydroxytamoxifen, in rats: possible role of CYP3A4 and P-glycoprotein inhibition by curcumin. Pharmazie 2012; 67(2):124-30.
  • Funk JL, Oyarzo JN, Frye JB et al. Turmeric extracts containing curcuminoids prevent experimental rheumatoid arthritis. J Nat Prod 2006; 69(3):351-5.
  • Gul N, Mujahid TY, Jehan N et al. Studies on the antibacterial effect of different fractions of Curcuma longa against urinary tract infection isolates. Pak J Biol Sci 2004; 7(12):2055-2060.
  • Satoskar RR, Shah SJ, Shenoy SG. Evaluation of anti-inflammatory property of curcumin (diferuloyl methane) in patients with postoperative inflammation. Int J Clin Pharmacol Ther Toxicol 1986; 24(12):651-4.

D-ribose

D-ribose is een voedingsstof die vooral in de sport wordt gebruikt. Bij zware inspanningen kan door een zuurstoftekort in de spieren de hoeveelheid ATP met 20 tot 50% afnemen. Het herstel van het ATP-niveau kan dan meer dan 72 uur duren. Tijdens die herstelperiode is de spierkracht en het uithoudingsvermogen sterk afgenomen. Voor de heropbouw van ATP is het enzym glucose-6-fosfaat-dehydrogenase nodig. Dit enzym is beperkt aanwezig, waardoor een tussenstof, ribose-5-fosfaat, niet snel genoeg gevormd kan worden. D-ribose vergroot de hoeveelheid ribose-5-fosfaat en vult daarmee de ATP sneller aan in de hartspiercellen en in de gewone spiercellen. De tijd die nodig is voor het herstel kan daardoor afnemen tot 12 uur. Het gebruik van d-ribose vóór, tijdens en na intensieve inspanning zal door de toename van ATP de sportprestaties verbeteren. D-ribose wordt ook gebruikt bij hartaandoeningen. Wanneer het hart onvoldoende bloed naar de weefsels kan pompen, krijgen de weefsels niet genoeg zuurstof voor een optimale ATP productie.

Het hart is in grote mate afhankelijk van de voorraad d-ribose voor het energieherstel. In geval van ischemie in de hartspier kunnen de ATP-niveaus drastisch afnemen en draagt extra inname van d-ribose bij tot een herstel van de ATP-spiegels en hartfunctie. Bij patiënten met hartinsufficiëntie blijkt het hart na een aantal maanden ribosesuppletie opmerkelijk beter te functioneren.

Referenties

  • Pauly DF, CJ Pepine. D-Ribose as a supplement for cardic energy metabolism. J Cardiovasc Pharmacol Therapeut, 5(4):249-258, 2000
  • Wagner DR, U Gresser, N Zollner. Effects of oral ribose on muscle metabolism during bicycle ergometer in AMPD deficcient patients. Ann Nutr Metab, 35:297-302, 1991
  • Zarzecny R, JJ Brault, KA Abraham, CR Hancock, RL Terjung. Influence of ribose on adenine salvage after intense muscle contractions. J Appl Physiol, 91:1775-1781, 2001
  • Brault JJ, RL Terjung. Purine salvage to adenine nucleotides in different skeletal muscle fiber types. J Appl Physiol, 91:231-238, 2001
  • Gallagher PM, DL Williamson, MP Godard, J Witter, SW Trappe. Effects of ribose supplementation on adenine nucleotide concentration in skeletal muscle following high-intensity exercise. Med Sci Sport Exc,(5 suppl),2001.
  • Skadhauge-Jensen L, J Bangsbo, Y Hellsten. Availabillity of ribose is limiting for ATP reynsthensis in human skeletal muscle after highintensity training. Med Sci Sport Exc, 33(5 suppl), 2001.
  • Wagner DR, N Zollner. McArdle’s disease: Successful symptomatic therapy by high dose oral administration of ribose. Klin Wochenschr 69:92, 1991.
  • Zollner N, S Reiter, M Gross, D Pongratz, CD Reimers, K Gerbitz, I Paetzke, T Deufel, G Hubner. Myoadenylate deaminase deficiency: Succesful symptomatic therapy by high dose oral administration of ribose. Klin Wochenschr 64:1281-1290, 1986.
  • Patten BM. Beneficial effect of D-ribose in patient with myoadenylate deaminase deficiency. The Lancet, May:1071, 1982.
  • Williamson DL, MP Goddard, SW Trappe. Effects of ribose supplementation on performance during repeated high-intensity cycle sprints. Med Sci Sport Exc, 33(5 suppl), 2001
  • Van Gammeren D, D Falk, J Antonio. The effects of four weeks of ribose supplementation on body composition and exercise performance in healty, young, male recreational bodybuilders: A double-blind, placebo controlled trail Cur Therapeut Res, 63(8):486-495. 2002.
  • Seifert JG, A Subudhi, M-X Fu, Kl Riska, JC John. The effects of ribose ingestion on indices of free radiacal production during hypoxic exercise. Free Rad Biol Med, 33(Suppl 1):S269, 2002
  • Segal S, J Foley. The metabolism of D-ribose in man, J Clin Invest, 37:719-735, 1958.
  • Bierman EL, EM Baker, IC Plough, WH Hall. Metabolism of D-ribose in diabetes mellitus. Diabetes, 19(10):11-16 1970.
  • Zimmer H-G, H Ibel. Ribose accelerates the repletation of the ATP pool during recovery from reversible ischemia of the rat myocardium. J Mol Cell Cardiol, 16:963-866, 1984.

Druivenpitextract

Druivenpitextract bevat de oligomere proanthocyanidinen (OPC). Deze bijzondere bioflavonoïden oefenen een gunstige invloed uit op de vaatwand, de huid en het immuunsysteem. Ze hebben een zeer krachtige anti-oxidatieve werking ( 50 maal krachtiger als vitamine E en 20 maal krachtiger als vitamine C). De hoofdwerking van OPC’s richt zich tot de stabilisering van vaatwanden en bindweefselstructuren.

OPC’s reguleren opmerkelijk de doorstroming van de onderste ledematen en worden succesvol toegepast bij varices (spataderen). Uit onderzoeken blijkt eveneens dat OPC’s de aanmaak van histamine remmen. Daardoor worden ze gebruikt bij de behandeling van allergieën.

Het druivenpitextract is ook verkrijgbaar in fytosoomvorm. Deze vorm onderscheidt zich van de andere hoog gestandaardiseerde kruidenextracten door zijn optimale opneembaarheid. Fytosoom is een gepatenteerd proces waarbij gestandaardiseerde kruidenextracten worden gebonden aan fosfolipiden (meer bepaald aan fosfatidylcholine) in een welbepaalde verhouding.

Farmaco-kinetische studies hebben uitgewezen dat de opneembaarheid van het fytosoomextract 7 à 8 maal hoger ligt dan een kruidenextract in vrije vorm met een equivalente dosis. Ook de werkzame stoffen blijven 4 maal langer in het lichaam wat zeer opmerkelijk is.

Referenties

  • Bertelli AA, Das DK. Grapes, wines, resveratrol, and heart health. J Cardiovasc Pharmacol 2009; 54(6):468-76.
  • Bombardelli E, Morrazzoni P. Vitis vinifera L.J Clin Pharm Ther. 1998 Oct;23(5):385-9.
  • Carini M, Stefani R, Aldini G, Ozioli M, Facino RM. Procyanidins from Vitis vinifera seeds inhibit the respiratory burst of activated human neutrophils and lysosomal enzyme release. Planta Med 2001; 67(8):714-7.
  • Facino RM, Carini M, Aldini G, Berti F, Rossoni G, Bombardelli E, Morazzoni P. Diet enriched with procyanidins enhances antioxidant activity and reduces myocardial post-ischaemic damage in rats. Life Sci 1999; 4(8):627-42.
  • Gabetta B, Fuzzati N, Griffini A, Lolla E, Pace R, Ruffilli T, Peterlongo F. Characterization of proanthocyanidins from grape seeds. Fitoterapia 2000; 71(2):162-75.
  • Natella F, Belelli F, Gentili V, Ursini F, Scaccini C. Grape seed proanthocyanidins prevent plasma postprandial oxidative stress in humans. J Agric Food Chem 2002; 50(26):7720-5.
  • Nuttall SL, Kendall MJ, Bombardelli E, Morazzoni P. An evaluation of the antioxidant activity of a standardized grape seed extract, Leucoselect. Fitoterapia 1995; 66:291- 317.
  • Okudan N, Barışkaner H, Gökbel H, Sahin AS, Belviranlı M, Baysal H. The effect of supplementation of grape seed proanthocyanidin extract on vascular dysfunction in experimental diabetes. J Med Food 2011; 14(11):1298-302.
  • Shi J, Yu J, Pohorly JE, Kakuda Y. Polyphenolics in grape seeds-biochemistry and functionality. J Med Food. 2003 Winter; 6(4):291-9.
  • Vigna GB, Costantini F, Aldini G, Carini M, Catapano A, Schena F, Tangerini A, Zanca R, Bombardelli E, Morazzoni P, Mezzetti A, Fellin R, Maffei Facino R. Effect of a standardized grape seed extract on low-density lipoprotein susceptibility to oxidation in heavy smokers. Metabolism 2003; 52(10):1250-7.
  • Zafirov D, Bredy-Dobreva G, Litchev V, Papasova M. Antiexudative and capillaritonic effects of procyanidines isolated from grape seeds (V. Vinifera). Acta Physiol Pharmacol Bulg 1990; 16(3):50-4.

Duindoornolie

Duindoornolie (Hippophae rhamnoides), bekomen via superkritische CO2-extractie, bezit niet alleen het typische omega-3-6-7-9-vetzuurprofiel maar is eveneens rijk aan bioactieve stoffen waaronder fytosterolen (o.a. sitosterol, amyrine, avenasterol), carotenoïden (o.a. zeaxanthine, bètacaroteen, betacryptoxanthine, luteïne, lycopeen, gammacaroteen) en vitamine E (tocoferolen en tocotriënolen).

De stabiliteit van de carotenoïden is hoog doordat ze vervat zitten in lipoproteïnecomplexen. Olie uit de zaden bevat van nature evenveel omega-3 (alfalinoleenzuur) als omega-6 (linolzuur), wat uniek is. Olie uit bessenpulp (vruchtvlees en schil) kenmerkt zich door het hoge gehalte aan omega-7 (palmitoleïnezuur), een component uit huidtalg met een wondhelend effect. Preklinisch onderzoek en/of kleinschalige humane studies met duindoornolie wijzen op de ondersteuning en verzorging van huid (bijv. bij atopische dermatitis), slijmvliezen (bijv. bij maagzweren, vaginale inflammatie), spijsvertering (bijv. bij dyspepsie) en droge ogen, met potentieel om het bloedvatenstelsel gezond te houden (antiatherogeen, vasorelaxatie, anti-inflammatie).

Een Fins placebogecontroleerd onderzoek bij 100 deelnemers met droge ogen (waarvan de helft contactlensdragers) toonde hoe oraal gebruik van duindoornolie (2 g/d gedurende 3 maanden, olie uit zaden+pulp) een positief effect had op de roodheid en het brandend gevoel in de ogen. Obese kinderen (n=41, gemiddeld 13 jaar) verkregen een beter cardiovasculair profiel na 60 dagen gebruik van duindoornolie uit pulp (800 mg/d): betere insulinegevoeligheid, lagere macrofaagactiviteit (= minder pro-oxidatief) en daling in totale cholesterol, triglyceridenspiegel en bloeddruk.

Referenties

  • Andersson SC, Olsson ME, Johansson E, Rumpunen K. Carotenoids in sea buckthorn (Hippophae rhamnoides L.) berries during ripening and use of pheophytin a as a maturity marker. J Agric Food Chem 2009; 57(1):250-8.
  • Basu M, Prasad R, Jayamurthy P, Pal K, Arumughan C, Sawhney RC. Anti-atherogenic effects of seabuckthorn (Hippophaea rhamnoides) seed oil. Phytomedicine 2007; 14(11):770-7.
  • Dogra R, Tyagi SP, Kumar A. Efficacy of Seabuckthorn (Hippophae rhamnoides) Oil vis-a-vis Other Standard Drugs for Management of Gastric Ulceration and Erosions in Dogs. Vet Med Int. 2013;2013:176848.
  • Erkkola R, Yang B. Sea buckthorn oils: towards healthy mucous membranes. Agro FOOD Industry Hi Tech 2003.
  • Järvinen RL, Larmo PS, Setälä NL, Yang B, Engblom JR, Viitanen MH, Kallio HP. Effects of oral sea buckthorn oil on tear film Fatty acids in individuals with dry eye. Cornea 2011; 30(9):1013-9.
  • Larmo PS, Järvinen RL, Setälä NL, Yang B, Viitanen MH, Engblom JR, Tahvonen RL, Kallio HP. Oral sea buckthorn oil attenuates tear film osmolarity and symptoms in individuals with dry eye. J Nutr 2010; 140(8):1462-8.
  • Li TSC, Beveridge THJ, Drover JCG. Phytosterol content of sea buckthorn (Hippophae rhamnoides L.) seed oil: Extraction and identification. Food Chem 2007; 101:1633-9.
  • Suryakumar G, Gupta A. Medicinal and therapeutic potential of Sea buckthorn (Hippophae rhamnoides L.). J Ethnopharmacol 2011; 138(2):268-78.
  • Virgolici B, Lixandru D, Casariu ED, Stancu M, Greabu M, Totan A, Miricescu D, Mohora M. Sea buckthorn pulp oil treatment prevents atherosclerosis in obese children. ISRN Ox Med 2013; Article ID 164941, http://dx.doi.org/10.1155/2013/164941.
  • Yang B, Kalimo KO, Mattila LM, Kallio SE, Katajisto JK, Peltola OJ, Kallio HP. Effects of dietary supplementation with sea buckthorn (Hippophaë rhamnoides) seed and pulp oils on atopic dermatitis. J Nutr Biochem 1999; 10(11):622-30.

 

Duivelsklauw

Duivelsklauw is een plant die voorkomt in het zuiden van Afrika. De plant dankt zijn naam ‘duivelsklauw’ aan de talrijke kleine haken die voorkomen op de exotische vruchten en gelijken op klauwtjes. Duivelsklauw bevat belangrijke actieve stoffen zoals harpagoside, beta-sitosterol en gluco-iridoïden.

Duivelsklauw is een plant die vooral gebruikt wordt voor het behoud van soepele gewrichten en gezond kraakbeen. Het draagt bij tot een goede vochthuishouding en ondersteunt de spijsvertering.

Enkel de wortel van de duivelsklauw wordt gebruikt voor gezondheidsbevorderende toepassingen.

De meest bekende toepassingen van duivelsklauw zijn:

  • ondersteuning bij reuma, artritis en andere gewrichtsaandoeningen
  • verhoging van de immuniteit
  • anti-inflammatoir en koortswerend
  • ondersteuning van de lever, nier en blaas
  • uitwendige toepassing voor een gezonde huid en voor smering van gewrichten.

Referenties

  • Romiti N, Tramonti G, Corti A, Chieli E. Effects of Devil's Claw (Harpagophytum procumbens) on the multidrug transporter ABCB1/Pglycoprotein. Phytomedicine 2009;16:1095-100.
  • Chrubasik S, Kunzel O, Thanner J, et al. A 1-year follow-up after a pilot study with Doloteffin for low back pain. Phytomedicine 2005;12:1- 9.
  • Wegener T, Lupke NP. Treatment of patients with arthrosis of hip or knee with an aqueous extract of devil's claw (Harpagophytum procumbens DC). Phytother Res 2003;17:1165-72.
  • Unger M, Frank A. Simultaneous determination of the inhibitory potency of herbal extracts on the activity of six major cytochrome P450 enzymes using liquid chromatography/mass spectrometry and automated online extraction. Rapid Commun Mass Spectrom 2004;18:2273-81.
  • Jang MH, Lim S, Han SM, et al. Harpagophytum procumbens suppresses lipopolysaccharide-stimulated expressions of cyclooxygenase-2 and inducible nitric oxide synthase in fibroblast cell line L929. J Pharmacol Sci 2003;93:367-71.
  • Gagnier JJ, Chrubasik S, Manheimer E. Harpgophytum procumbens for osteoarthritis and low back pain: a systematic review. BMC Complement Altern Med 2004;4:13.
  • Moussard C, Alber D, Toubin MM, et al. A drug used in traditional medicine, harpagophytum procumbens: no evidence for NSAID-like effect on whole blood eicosanoid production in human. Prostaglandins Leukot Essent Fatty Acids. 1992;46:283-6.
  • Whitehouse LW, Znamirowska M, Paul CJ. Devil's Claw (Harpagophytum procumbens): no evidence for anti-inflammatory activity in the treatment of arthritic disease. Can Med Assoc J 1983;129:249-51.
  • Fiebich BL, Heinrich M, Hiller KO, Kammerer N. Inhibition of TNF-alpha synthesis in LPS-stimulated primary human monocytes by Harpagophytum extract SteiHap 69. Phytomedicine 2001;8:28-30..
  • Baghdikian B, Lanhers MC, Fleurentin J, et al. An analytical study, anti-inflammatory and analgesic effects of Harpagophytum procumbens and Harpagophytum zeyheri. Planta Med 1997;63:171-6.

Echinacea

Echinacea stimuleert het immuunsysteem en werken ontstekingsremmend. Een brede waaier aan inhoudsstoffen - polysachariden, alkylamiden (bv. isobutylamiden), cafeïnezuurderivaten/fenolzuren (bv. echinacoside, cichoreizuur) - draagt bij tot de immuunmodulerende werking van echinacea.

Naargelang species, plantonderdeel en/of extractiemethode varieert het pallet aan inhoudsstoffen. Uit respect voor deze complexiteit en om de werkzaamheid zo ruim mogelijk te houden bevat een goed uitgebalanceerd product verschillende complementaire echinacea-extracten. Elk van de extracten moet gestandaardiseerd zijn om een continue kwaliteit en werkzaamheid te garanderen.

Eleutherococcus senticosus

Eleutherococcus senticosus is geliefd bij sporters omwille van de prestatie verhogende impact van de bestanddelen (betere aanpassing aan verlaagde zuurstofatmosfeer op grote hoogte, langer uithoudingsvermogen). In onderzoek kwam naar voor dat de plant een betere adaptatie induceerde tegen stress, veroorzaakt door een mentaal belastende test. Ook CVS-patiënten met een milde tot matige vermoeidheid ervoeren verbetering bij gebruik van de plant.

Foliumzuur

Zie vitamine B9

Fosfatidylserine

Fosfatidylserine kan zowel uit dierlijke als uit plantaardige bronnen gewonnen worden. De veiligste vorm van fosfatidylserine wordt gewonnen uit sojalecithine na bewerking met een enzym. De biobeschikbaarheid van fosfatidylserine uit sojalecithine blijkt uit de laatste studies zeer goed.

Oraal toegediende fosfatidylserine is een veilige stof die dertig minuten na inname in het bloedbeeld verschijnt. Proeven met zeer grote hoeveelheden fosfatidylserine (zeventig gram per dag) toonden aan dat er geen noemenswaardige nevenverschijnselen waren. Fosfatidylserine gaf tot op heden geen interacties met medicijnen.

Uit de verrichte studies blijkt dat het bij mentale stress niet zinvol is méér dan 300 milligram fosfatidylserine per dag te gebruiken.

Wetenschappelijke studies tonen aan dat fosfatidylserine het cortisol-gehalte bij jonge mensen die te kampen hebben met acute of chronische stress (zoals examenvrees) met ongeveer 30 % laat dalen. Voor studenten kan een inname van fosfatidylserine zorgen voor minder examenspanning en betere studieresultaten. Ook volwassenen met een overbelast zenuwstelsel krijgen een rustgevend gevoel met fosfatidylserine als plantaardig fosfolipide.

Recente, wetenschappelijke studies tonen ook aan dat fosfatidylserine het humeur en denkvermogen van studenten verbetert.

Verder blijkt uit tientallen studies dat fosfatidylserine een belangrijke stof is om degeneratieve verouderingsprocessen te vertragen aangezien ze de nadelige effecten van stress tegengaan en de kwaliteit van de hersencelmembranen in goede conditie houden. Stress zou ervoor zorgen dat cellen fosfatidylserine uit voeding niet meer kunnen synthetiseren waardoor cholesterol de kans krijgt om zich in de celmembranen vast te zetten. Bijgevolg neemt de soepelheid van de celmembranen af. Inname met fosfatidylserine helpt de intracellulaire soepelheid bewerkstelligen.

Fosfatidylserine zorgt tevens voor de activering van proteïnekinase C, een belangrijk enzym dat minder wordt aangemaakt bij het ouder worden. Dit enzym veroorzaakt een toename van acetylcholinereceptoren in de hersenen. Acetylcholine is een neurotransmitter die een zeer belangrijke rol speelt in de goede werking van het autonome zenuwstelsel.

Referenties

  • Hellhammer J, Fries E, Buss C, Engert V, Tuch A, Rutenberg D, Hellhammer D.Effects of soy lecithin phosphatidic acid and phosphatidylserine complex (PAS) on the endocrine and psychological responses to mental stress. Stress. 2004 Jun;7(2):119-26
  • Sakai M. , Yamatoya H. , Kudo S. Pharmacological effects of phosphatidylserine enzymatically synthesized from soybean lecithin on brain functions. J. Nutr. Sci. Vitaminol 1996; 42 : 47-54.
  • Monteleone, L. Beinat, C. Tanzillo, M. Maj, D. Kemali. Effects of phosphatidylserine on the neuroendocrine response to physical stress in humans. Neuroendocrinology 1990, 52, 243-248.
  • Monteleone, L. Beinat, C. Tanzillo, M. Maj, D. Kemali. Blunting by chronic phosphatidylserine administration of the stress-induced activation of the hypothalamo-pituitatry-adrenal axis in healthy men. Eur. J. Clin. Pharmacol, 1992, 41, 385-388.

 

 

Garcinia cambogia

Garcinia cambogia of guttegomboom is inheems in Zuidoost-Azië en Indië, waar de gedroogde schil van de vruchten sinds eeuwen culinair verwerkt wordt als smaakmaker (zoet-zuur), bewaarmiddel en windverdrijvend middel (carminatief). Heel opvallend: het geeft de gerechten een groter verzadigingsgevoel. Het wetenschappelijk bestudeerde extract uit de gedroogde schil van de guttegomboom heet Super CitriMax® dat in recente wetenschappelijke studies werd gebruikt om gewichtsverlies te bevorderen via verschillende werkingsmechanismen.

Volgens onderzoek kunnen zwaarlijvige personen bij gebruik van 3 maal daags 2 capsules van 750 mg hydroxycitroenzuur (Super Citrimax®) per capsule na 8 weken gemiddeld ongeveer 5 kg lichaamsgewicht verliezen. Tegelijkertijd nam in deze kleinschalige studie het HDL-cholesterol en serotonineniveau van de deelnemers met respectievelijk 10,7% en 40% toe, terwijl hun triglyceriden en LDL-cholesterol met respectievelijk 8,6% en 12,3% daalden.

De twee belangrijkste werkingsmechanismen van garcinia cambogia, zéér rijk aan hydroxycitroenzuur, zijn een rem op de aanmaak van lichaamsvet en een onderdrukking van de eetlust.

  • Hydroxycitroenzuur voorkomt dat het lichaam vetten aanmaakt uit overtollige suikers waardoor de vetopslag wordt afgeremd. Hydroxycitroenzuur is een krachtige remmer van het enzym ATP-citraat lyase dat verantwoordelijk is voor het aanleggen van een lichaamsvoorraad aan acetyl-CoA van waaruit vervolgens vetzuren, cholesterol en triglyceriden worden aangemaakt. Bovendien stimuleert hydroxycitroenzuur de glycogeensynthese. Het opslaan van glycogeen in de lever signaleert via de nervus vagus een groter verzadigingsgevoel.
  • Hydroxycitroenzuur promoot een hogere beschikbaarheid van serotonine in het lichaam. Een serotoninetekort leidt tot een hunkering naar zoetigheden en vreetbuien. Het helpt dus eveneens via verhoging van het serotonineniveau de eetlust onder controle houden.

Referenties

  • Asghar M, Monjok E, Kouamou G, Ohia SE, Bagchi D, Lokhandwala MF. Super CitriMax (HCASX) attenuates increases in oxidative stress, inflammation, insulin resistance, and body weight in developing obese Zucker rats. Mol Cell Biochem 2007; 304(1- 2):93-9.
  • Downs BW, Bagchi M, Subbaraju GV, Shara MA, Preuss HG, Bagchi D. Bioefficacy of a novel calcium-potassium salt of (-)-hydroxycitric acid. Mutat Res 2005; 579(1- 2):149-62.
  • Hayamizu K, Tomi H, Kaneko I, Shen M, Soni MG, Yoshino G. Effects of Garcinia cambogia extract on serum sex hormones in overweight subjects. Fitoterapia 2008; 79(4):255-61.
  • Ohia SE, Opere CA, LeDay AM, Bagchi M, Bagchi D, Stohs SJ. Safety and mechanism of appetite suppression by a novel hydroxycitric acid extract (HCA-SX). Mol Cell Biochem 2002; 238(1- 2):89-103.
  • Preuss HG, Rao CV, Garis R, Bramble JD, Ohia SE, Bagchi M, Bagchi D. An overview of the safety and efficacy of a novel, natural(-)-hydroxycitric acid extract (HCA-SX) for weight management. J Med 2004;35(1-6):33-48.
  • Roy S, Rink C, Khanna S, Phillips C, Bagchi D, Bagchi M, Sen CK. Body weight and abdominal fat gene expression profile in response to a novel hydroxycitric acid-based dietary supplement. Gene Expr 2004; 11(5-6):251-62.
  • Shara M, Ohia SE, Schmidt RE, Yasmin T, Zardetto-Smith A, Kincaid A, Bagchi M, Chatterjee A, Bagchi D, Stohs SJ. Physico-chemical properties of a novel (-)-hydroxycitric acid extract and its effect on body weight, selected organ weights, hepatic lipid peroxidation and DNA fragmentation, hematology and clinical chemistry, and histopathological changes over a period of 90 days. Mol Cell Biochem 2004; 260(1-2):171-86.
  • Shara M, Ohia SE, Yasmin T, Zardetto-Smith A, Kincaid A, Bagchi M, Chatterjee A, Bagchi D, Stohs SJ. Dose- and time-dependent effects of a novel (-)-hydroxycitric acid extract on body weight, hepatic and testicular lipid peroxidation, DNA fragmentation and histopathological data over a period of 90 days. Mol Cell Biochem 2003; 254(1- 2):339-46.
  • Soni MG, Burdock GA, Preuss HG, Stohs SJ, Ohia SE, Bagchi D. Safety assessment of (-)-hydroxycitric acid and Super CitriMax, a novel calcium/potassium salt. Food Chem Toxicol 2004; 42(9):1513-29.

Gefermenteerde rode rijst

Gefermenteerde rode rijst wordt al eeuwen gebruikt in China als voeding en als supplement. De rijst wordt gefermenteerd door een soort gist, de Monascus purpureus. In de Chinese geneeskunde wordt gefermenteerde rode rijst gebruikt om de bloedcirculatie te stimuleren, een verstoorde maag te verzachten, en de miltfunctie te versterken.

Het zijn o.a. de monacolines uit gefermenteerde rode rijst die de eigenschap bezitten om de synthese van HMG-CoA-reductase af te remmen, dit is het enzym dat nodig is voor de lichaamseigen aanmaak van cholesterol in de lever. Wel wordt de gunstige invloed van gefermenteerde rode rijst op cholesterol niet alleen bepaald door de monacolines maar ook door de synergie met de andere stoffen die rijkelijk in dit fermentatieproduct aanwezig zijn. En deze synergie is het grote voordeel!

De volgende studies tonen aan dat gefermenteerde rode rijst de hoge cholesterol beduidend vermindert:

  • de ‘UCLA School of Medicine’ voerde een studie uit op 83 mensen met hoge cholesterolwaarden. Diegenen die gefermenteerde rode rijst kregen gedurende 12 weken, hadden een opvallende vermindering van de LDL (slechte) cholesterol en triglyceriden (vette substanties die in de bloedstroom kunnen opstapelen en schade kunnen aanrichten aan de bloedvaten) vergeleken met diegenen die placebo gekregen hadden. HDL (goede) cholesterol bleef ongewijzigd in beide groepen gedurende de studie.
  • twee studies rond gefermenteerde rode rijst werden voorgesteld op de 39e jaarlijkse conferentie van de American Heart Association in 1999. De eerste studie met 187 personen die een zachte tot gematigde stijging in totale cholesterol en LDL cholesterol hadden, wees uit dat een behandeling met gefermenteerde rode rijst de totale cholesterol met meer dan 16% verminderde, de LDL cholesterol met 21%, en de triglyceriden met 24%. HDL cholesterol verhoogde ook met 14%. In de tweede studie waar oudere deelnemers gefermenteerde rode rijst kregen, werden opmerkelijke dalingen vastgesteld in de totale cholesterol en de LDL cholesterol in vergelijking met diegenen die placebo kregen. Beide studies behandelden de deelnemers met het supplement of placebo gedurende 8 weken.
  • in een andere 8-week durende studie met 446 mensen met hoge cholesterolwaarden, bleken zij die gefermenteerde rode rijst kregen, een sterke daling te vertonen in hun cholesterolniveau, vergeleken met diegenen die placebo kregen. De totale cholesterol daalde met 22,7%, de LDL met 31%, en de triglyceriden met 34% in de groep met gefermenteerde rode rijst. De HDL cholesterol steeg ook met 20%.
  • een ander belangrijk, onafhankelijk onderzoek toonde aan dat gefermenteerde rode rijst bij in totaal 961 patiënten de totale cholesterol deed dalen van 16% tot 31%, 0% tot 36% voor de triglyceriden, 22% tot 32% voor LDL-cholesterol en een stijging van 0% tot 20% voor HDL-cholesterol. Gefermenteerde rode rijst is dus vooral betrouwbaar om de LDL-cholesterol te laten dalen.

 

Referenties

  • Becker DJ, Gordon RY, Halbert SC, French B, Morris PB, Rader DJ. Red yeast rice for dyslipidemia in statin-intolerant patients: a randomized trial. Ann Intern Med 2009; 150(12):830-9, W147-9.
  • Becker DJ, Gordon RY, Morris PB, Yorko J, Gordon YJ, Li M, Iqbal N. Simvastatin vs therapeutic lifestyle changes and supplements: randomized primary prevention trial. Mayo Clin Proc 2008; 83(7):758-64.
  • Bonovich, K, Colfer H, Davidson M, Dujovne C, Greenspan M, Karlberg R, et al. A Multi-Center, Self-Controlled Study of Cholestin In Subjects With Elevated Cholesterol. American Heart Association. 39th Annual Conference on Cardiovascular Disease Epidemiology and Prevention, Orlando, Fl. March 1999. [Abstract]
  • Halbert SC, French B, Gordon RY, Farrar JT, Schmitz K, Morris PB, Thompson PD, Rader DJ, Becker DJ. Tolerability of red yeast rice (2,400 mg twice daily) versus pravastatin (20 mg twice daily) in patients with previous statin intolerance. Am J Cardiol 2010; 105(2):198-204.
  • Havel R. Dietary supplement or drug? The case of cholestin. Am J Clin Nut.r 1999;69(2):175-176.
  • Heber D, Yip I, Ashley JM, Elashoff DA, Go VLW. Cholesterol-lowering effects of a proprietary Chinese red-yeast-rice dietary supplement. Am J Clin Nutr. 1999;69:231-236.
  • Heber D, Lembertas A, Lu QY, Bowerman S, Go VL. An analysis of nine proprietary Chinese red yeast rice dietary supplements: implications of variability in chemical profile and contents. J Altern Complement Med 2001; 7(2):133-9.
  • Houston MC, Fazio S, Chilton FH, Wise DE, Jones KB, Barringer TA, Bramlet DA. Nonpharmacologic treatment of dyslipidemia. Prog Cardiovasc Dis 2009; 52(2):61- 94.
  • Li YG, Zhang F, Wang ZT, Hu ZB. Identification and chemical profiling of monacolins in red yeast rice using high-performance liquid chromatography with photodiode array detector and mass spectrometry. J Pharm Biomed Anal 2004; 35(5):1101-12.
  • Liu J, Zhang J, Shi Y, Grimsgaard S, Alraek T, Fønnebø V. Chinese red yeast rice (Monascus purpureus) for primary hyperlipidemia: a meta-analysis of randomized controlled trials. Chin Med 2006; 1:4.
  • Mark DA. All red yeast rice products are not created equal-or legal. Am J Cardiol 2010; 106(3):448.
  • Nijjar PS, Burke FM, Bloesch A, Rader DJ. Role of dietary supplements in lowering low-density lipoprotein cholesterol: a review. J Clin Lipidol 2010; 4(4):248-58.
  • Qin S, Zhang W, Qi P, Zhao M, Dong Z, Li Y , et al. Elderly patients with primary hyperlipidemia benefited from treatment with a Monacus purpureus rice preparation: A placebo-controlled, double-blind clinical trial. American Heart Association. 39th Annual conference on Cardiovascular Disease Epidemiology and Prevention, Orlando, Fl. March 1999. [Abstract]
  • Wang J, Lu Z, Chi J, Wang W, Su M, Kou W, et al. Multicenter clinical trial of serum lipid-lowering effects of a Monascus purpureus (red yeast) rice preparation from traditional Chinese medicine. Curr Ther Res. 1997;58(12):964-978.

Gember

Gember is afkomstig uit Zuidoost-Azië en wordt daar al lang gebruikt voor culinaire en medicinale doeleinden. Het is de wortel dat een sterk uitgesproken smaak heeft en tal van actieve stoffen (zoals etherische oliën met monoterpenen en scherp smakende bestanddelen (4-7.5%) met o.a. fenylalkylketonen als 6-gingerol en 6-shogaol) bevat. In de wortel zitten ook allerlei vitaminen, mineralen, eiwitten, koolhydraten en vezels.

De gemberwortel wordt vooral gebruikt voor een ondersteuning van de spijsvertering, voor een bevordering van de circulatie en bij reisongemakken. De gemberwortel bevat  een eiwitsplitsend en eiwitverterend enzym, nl. zingibain. Dit enzym is zelfs vele malen krachtiger dan bromelaïne en papaïne. Daarenboven heeft deze stof ook ontstekingsremmende en weerstandsverhogende eigenschappen.

Humane studies tonen aan dat het wortelextract van gember met een voldoende hoge standaardisatie het maagdarmslijmvlies beschermt, de galsecretie bevordert, de lever beschermt tegen toxinen en preventief werkt bij reisziekte (voorkomt misselijkheid en overgeven) .

De belangrijkste gezondheidsvoordelen van gember zijn:

  • voorkomt opgeblazen gevoel en winderigheid
  • bevordert de stoelgang
  • stimuleert de spijsvertering (bevat o.a. eiwitsplitsende enzymen)
  • beschermt het maag-darmslijmvlies
  • beschermt de lever tegen toxinen en bevordert de galsecretie
  • voorkomt misselijkheid en braken
  • ondersteunt de bloedcirculatie
  • stimuleert het libido en helpt bij impotentie
  • zorgt voor een snellere verbranding van calorieën
  • ondersteunt spieren en gewrichten aangezien het ontstekingsremmend werkt
  • verhoogt de immuniteit en wordt dus ook ingezet bij griep en verkoudheid, aangezien het antivirale en antibiotische eigenschappen bezit

Referenties

  • Cady, R. K., Goldstein, J., Nett, R., Mitchell, R., Beach, M. E., and Browning, R. A double-blind placebo-controlled pilot study of sublingual feverfew and ginger (LipiGesic M) in the treatment of migraine. Headache 2011;51(7):1078-1086.
  • Chan, H. T., So, L. T., Li, S. W., Siu, C. W., Lau, C. P., and Tse, H. F. Effect of herbal consumption on time in therapeutic range of warfarin therapy in patients with atrial fibrillation. J.Cardiovasc.Pharmacol. 2011;58(1):87-90.
  • Chopra, A., Saluja, M., Tillu, G., Venugopalan, A., Narsimulu, G., Handa, R., Bichile, L., Raut, A., Sarmukaddam, S., and Patwardhan, B. Comparable efficacy of standardized Ayurveda formulation and hydroxychloroquine sulfate (HCQS) in the treatment of rheumatoid arthritis (RA): a randomized investigator-blind controlled study. Clin.Rheumatol. 2012;31(2):259-269.
  • Drozdov, V. N., Kim, V. A., Tkachenko, E. V., and Varvanina, G. G. Influence of a specific ginger combination on gastropathy conditions in patients with osteoarthritis of the knee or hip. J.Altern.Complement Med. 2012;18(6):583-588.
  • Jayashankar, S., Panagoda, G. J., Amaratunga, E. A., Perera, K., and Rajapakse, P. S. A randomised double-blind placebo-controlled study on the effects of a herbal toothpaste on gingival bleeding, oral hygiene and microbial variables. Ceylon Med.J. 2011;56(1):5-9.
  • Lu, M., Zhang, L. F., Yuan, Y., and Yu, D. D. [Comparison on heat sensation degree of ginger-partition moxibustion and suspended moxibustion at different acupoints for different time]. Zhongguo Zhen.Jiu. 2011;31(3):232-235.
  • Mansour, M. S., Ni, Y. M., Roberts, A. L., Kelleman, M., Roychoudhury, A., and St-Onge, M. P. Ginger consumption enhances the thermic effect of food and promotes feelings of satiety without affecting metabolic and hormonal parameters in overweight men: a pilot study. Metabolism 2012;61(10):1347-1352.
  • Mohammadbeigi, R., Shahgeibi, S., Soufizadeh, N., Rezaiie, M., and Farhadifar, F. Comparing the effects of ginger and metoclopramide on the treatment of pregnancy nausea. Pak.J.Biol.Sci. 8-15-2011;14(16):817-820.
  • Pillai, A. K., Sharma, K. K., Gupta, Y. K., and Bakhshi, S. Anti-emetic effect of ginger powder versus placebo as an add-on therapy in children and young adults receiving high emetogenic chemotherapy. Pediatr.Blood Cancer 2011;56(2):234-238.
  • Ryan, J. L., Heckler, C. E., Roscoe, J. A., Dakhil, S. R., Kirshner, J., Flynn, P. J., Hickok, J. T., and Morrow, G. R. Ginger (Zingiber officinale) reduces acute chemotherapy-induced nausea: a URCC CCOP study of 576 patients. Support.Care Cancer 2012;20(7):1479-1489

Ginkgo biloba

Ginkgo biloba, bij een hoge standaardisatie op de actieve stoffen flavonglycosiden, terpeenlactonen en bilobalide, bezit volgende therapeutische indicaties: milde tot matig ernstige dementie, duizeligheid, oorsuizen, ondersteuning van de cognitieve functies en doorbloedingsproblemen in de ledematen, waaronder etalagebenen en winterhanden en -voeten. Dit werd tevens bevestigd door het ESCOP (European Scientific Cooperative On Phytotherapy).

Voor de standaardisatie worden strenge voorwaarden opgelegd. Het extract moet 22-27% flavonglycosiden bevatten, naast 5-7% terpeenlactonen waarvan 2.8-3.4% ginkgolide A/B/C en 2.6-3.2% bilobalide. De concentratie aan potentieel giftige ginkgolinezuren moet < 5 ppm.

Ginkgo biloba ondersteunt de cognitieve functie bij alle vormen van dementie: zowel bij Alzheimer (gekenmerkt door een opeenhoping van plaques tussen de zenuwcellen) als bij vasculaire dementie (veroorzaakt door een slechte doorbloeding van de hersenen) of bij een mix van beide vormen. Alzheimerpatiënten kunnen hun dagelijkse activiteiten beter uitvoeren als ze een hoog gedoseerd ginkgo-preparaat gebruiken. Het effect zal het duidelijkst zijn bij dementerenden die depressief, emotieloos of angstig zijn, want dit is de groep bij wie de dementie het snelst verergert. Voor een klinisch effect mag van het gestandaardiseerde bladextract 240 mg per dag gebruikt worden, verdeeld over 2 tot 3 innames. Fytosomen zijn alternatieven die lager gedoseerd kunnen worden.

Hoe het zit met de opneembaarheid van de actieve stoffen? Op voorwaarde dat een ginkgo-extract zorgvuldig wordt bekomen, blijft een relatief grote fractie van de terpeenlactonen beschikbaar voor opname vanuit de darm. Maar met de flavonglycosiden is het heel erg gesteld. Zij gaan voor 80% verloren wanneer ze lang aanwezig blijven in het maagdarmkanaal. Dit is het verdict van een simulatietest waarbij men diverse Ginkgo biloba-preparaten blootstelde aan spijsverteringssappen die men in het labo had bereid. Voor een noodzakelijke bescherming van de flavonglycosiden en een extra bescherming van de terpeenlactonen kunt u kiezen voor fytosomen van ginkgo biloba. De fytosoomtechniek verbetert de opname van veel plantaardige stoffen.

Referenties

  • Blumenthal, Mark; Busse,Werner R; Goldberg, Alicia; Gruenwald, Joerg, PhD; Hall, Tara; Riggins, Chance W.; Rister, Robert S., Eds, Klein, Sigrid, PhD; Rister, Robert S, Trans, Tyler, VarroE, PhD, ScD. The Complete German Commission E Monographs: Therapeutic Guide to Herbal Medicines. American Botanical Council, 1998.
  • Gruenwald, Joerg, PhD; Brendler, Thomas, BA; Jaenicke, Christof,MD. PDR for Herbal Medicines. Medical Economics Company, 1998.
  • Murray, Michael, ND; Pizzorno, Joseph, ND. Encyclopedia of Natural Medicine, second ed. Prima Publishing, Rocklin. 1999.
  • Pizzorno, Joseph, ND; Murray, Michael T, Eds.Textbook of Natural Medicine, second ed. Churchill Livingstone, 1999.
  • McGuffin M, Hobbs C, Upton R, Goldberg A, Eds. American Herbal Products Association’s Botanical Safety Handbook. CRC Press LLC. 1997.
  • Barzaghi N, et al.: Pharmacokinetic studies of a silybin & ginkgo-phosphatidylcholine complex, in healthy human subjects. Eur J Drug Metab Pharmacokinet 1990;15(4):333-8 Double-Blind Placebo-Controlled Trials
  • Drabaek, H., J. R. Petersen, N. Winberg, K. F. Hansen and J. Mehlsen (1996). “[The effect of Ginkgo biloba extract in patients with intermittent claudication].” Ugeskr Laeger 158(27): 3928-31.
  • Hofferberth, B. (1989). “[The effect of Ginkgo biloba extract on neurophysiological and psychometric measurement results in patients with psychotic organic brain syndrome. A double-blind study against placebo].” Arzneimittelforschung 39(8): 918-22.
  • Kennedy, D. O., A. B. Scholey and K. A.Wesnes (2000). “The dose-dependent cognitive effects of acute administration of Ginkgo biloba to healthy young volunteers.” Psychopharmacology (Berl) 151(4): 416-23.
  • Le Bars, P. L., M. M. Katz, N. Berman, T. M. Itil, A. M. Freedman and A. F. Schatzberg (1997). “A placebocontrolled, double-blind, randomized trial of an extract of Ginkgo biloba for dementia. North American EGb Study Group.” Jama 278(16): 1327-32.

Glucosaminesulfaat

Glucosaminesulfaat (GS) is een belangrijke bouwsteen voor de biosynthese van glycosaminoglycanen (GAGs) en proteoglycanen (PGs). Deze macromoleculen zijn belangrijke bouwstenen van het gewrichtskraakbeen. Bij suppletie van glucosaminesulfaat kan men in diverse studies tal van nuttige effecten aantonen ter hoogte van het kraakbeen: stimulatie van de PGs synthese en inhibitie van de PGs afbraak. Door de kraakbeenstimulerende en chondroprotectieve effecten wordt de gewrichtsfunctie ondersteund en verbeterd.

In twee placebo-gecontroleerde trials ( 400 patiënten met knie-artrose) bood de inname van 1500 mg glucosaminesulfaat per dag (één inname), gedurende 3 jaar, bescherming tegen een verdere slijtage van het kraakbeen: Reginster et al. (2001) noteerden in de placebogroep een significante vernauwing (-0.31 mm) van de gewrichtsspleet tussen scheen- en dijbeen (95% CI -0.48 tot -0.13) t.o.v. geen significante vernauwing (-0.06 mm) in deze gewrichtsspleet bij deelnemers van de glucosaminesulfaatgroep (-0.22 tot 0.09). De resultaten van het onderzoek uitgevoerd door Pavelka et al. (2002): een gewrichtsspleetvernauwing van -0.19 mm (95% CI -0.29 tot -0.09) in de placebogroep t.o.v. +0.04 mm (95% CI -0.06 tot +0.14) in de glucosaminesulfaatgroep.

Referenties

  • Hauselmann HJ. Nutripharmaceuticals for osteoarthritis. Best Pract Res Clin Rheumatol 2001; 15(4):595-607.
  • Clegg DO, Reda DJ, Harris CL, Klein MA, O’Dell JR, Hooper MM, Bradley JD, Bingham CO 3rd, Weisman MH, Jackson CG, Lane NE, Cush JJ, Moreland LW, Schumacher HR Jr, Oddis CV, Wolfe F, Molitor JA, Yocum DE, Schnitzer TJ, Furst DE, Sawitzke AD, Shi H,Brandt KD, Moskowitz RW, Williams HJ. Glucosamine, chondroitin sulfate, and the two in combination for painful knee osteoarthritis. N Engl J Med 2006; 354(8):795-808.
  • Lippiello L, Woodward J, Karpman R, Hammad TA. In vivo chondroprotection and metabolic synergy of glucosamine and chondroitin sulfate. Clin Orthop 2000; (381):229-40.
  • Reginster JY, Deroisy R, Rovati LC, Lee RL, Lejeune E, Bruyere O, Giacovelli G, Henrotin Y, Dacre JE, Gossett C. Long-term effects of glucosamine sulphate on osteoarthritis progression: a randomised, placebo-controlled clinical trial. Lancet 2001; 357: 251–56.
  • Pavelka K, Gatterova J, Olejarova M, Machacek S, Giacovelli G, Rovati LC. Glucosamine sulfate use and delay of progression of knee osteoarthritis: a 3-year, randomized, placebo-controlled, double-blind study. Arch Intern Med 2002; 162(18):2113-23.
  • Michel BA, Stucki G, Frey D, De Vathaire F, Vignon E, Bruehlmann P, Uebelhart D. Chondroitins 4 and 6 sulfate in osteoarthritis of the knee: a randomized, controlled trial. Arthritis and Rheumatism 2005; 52(3): 779–786.
  • Hathcock JN, Shao A. Risk assessment for glucosamine and chondroitin sulfate. Regul Toxicol Pharmacol 2007; 47(1):78-83.
  • Murray MT. Which is better: Aged versus fresh garlic; glucosamine sulfate versus chondroitin sulfate. Am J Natural Med 1997;4:5–8.
  • McAlindon TE, LaValley MP, Gulin JP, Felson DT. Glucosamine and chondroitin for treatment of osteoarthritis. A systematic quality assessment and meta-analysis. JAMA 2000;283:1469–75.
  • Theodosakis J, Adderly B, Fox B. The Arthritis Cure. New York: St. Martin’s Press,1997.
  • Drovanti A, Bignamini AA, Rovati AL. Therapeutic activity of oral glucosamine sulfate in osteoarthritis: a placebocontrolled doubleblind investigation. Clin Ther 1980;3:260–72.
  • Vaz AL. Doubleblind clinical evaluation of the relative efficacy of ibuprofen and glucosamine sulphate in the management of osteoarthritis of the knee in outpatients. Curr Med Res Opin 1982;8:145–9.
  • Houpt JB, McMillan R, Wein C, Paget-Dellio SD. Effect of glucosamine hydrochloride in the treatment of pain of osteoarthritis of the knee. J Rheumatol 1999;26:2423–30.

Goudsbloem of echinacea

Goudsbloem of echinacea stimuleert het immuunsysteem en werkt ontstekingsremmend. Een brede waaier aan inhoudsstoffen - polysachariden, alkylamiden (bv. isobutylamiden), cafeïnezuur-derivaten/fenolzuren (bv. echinacoside, cichoreizuur) - draagt bij tot de immuunmodulerende werking van echinacea.

Naargelang species, plantonderdeel en/of extractiemethode varieert het pallet aan inhoudsstoffen. Uit respect voor deze complexiteit en om de werkzaamheid zo ruim mogelijk te houden bevat een goed uitgebalanceerd product verschillende complementaire echinacea-extracten. Elk van de extracten moet gestandaardiseerd zijn om een continue kwaliteit en werkzaamheid te garanderen.

Referenties

  • Barnes J, Anderson LA, Gibbons S, Phillipson JD. Echinacea species (Echinacea angustifolia (DC.) Hell., Echinacea pallida (Nutt.) Nutt.,Echinacea purpurea (L.) Moench): a review of their chemistry, pharmacology and clinical properties. J Pharm Pharmacol 2005; 57(8):929-54.
  • Brush J, Mendenhall E, Guggenheim A, Chan T, Connelly E, Soumyanath A, Buresh R, Barrett R, Zwickey H. The effect of Echinacea purpurea, Astragalus membranaceus and Glycyrrhiza glabra on CD69 expression and immune cell activation in humans. Phytother Res 2006; 20(8):687-95.
  • Chicca A, Raduner S, Pellati F, Strompen T, Altmann KH, Schoop R, Gertsch J. Synergistic immunomopharmacological effects of N-alkylamides in Echinacea purpurea herbal extracts. Int immunopharmacol 2009; 9(7-8):850-8.
  • Linde K, Barrett B, Wölkart K, Bauer R, Melchart D. Echinacea for preventing and treating the common cold. Cochrane Database Syst Rev 2006; (1):CD000530.
  • Morazzoni P, Cristoni A, Di Pierro F, Avanzini C, Ravarino D, Stornello S, Zucca M, Musso T. In vitro and in vivo immune stimulating effects of a new standardized Echinacea angustifolia root extract (Polinacea). Fitoterapia 2005; 76(5):401-11.
  • Schoop R, Klein P, Suter A, Johnston SL. Echinacea in the prevention of induced rhinovirus colds: a meta-analysis. Clin Ther 2006; 28(2):174-83.
  • Shah SA, Sander S, White CM, Rinaldi M, Coleman CI. Evaluation of echinacea for the prevention and treatment of the common cold: a meta-analysis. Lancet Infect Dis 2007; 7(7):473-80.

Granaatappel

Granaatappel (Punica Granatum) is de vrucht van een zeer hoge struik met lange, doornige takken. Deze plant komt vooral voor in een subtropisch klimaat en kan zéér oud worden. De granaatappel bevat tal van gezonde voedingsstoffen zoals kalium, foliumzuur, ijzer, vitamines A, B en C. Maar deze vrucht is ook zeer rijk aan polyfenolen zoals de punicalagines en ellaginezuur. Deze krachtige polyfenolen bezitten sterke antioxidatieve eigenschappen en beschermen de cellen tegen oxidatieve stress. Ze ondersteunen tevens hart en bloedvaten, zorgen voor een goede conditie van de huid , ondersteunen de natuurlijke afweer van het lichaam en helpen de prostaat gezond houden.

De polyfenolen uit granaatappel bevorderen de fase II in de lever en stimuleren de aanmaak van het ontgiftingsenzym glutathion S-transferase. Tevens zouden ze de fase I en II in de lever moduleren zodat de detoxificatie van toxische stoffen in goede banen geleid wordt.

De granaatappel fungeert niet alleen als indirecte antioxidant maar bezit ook een directe antioxidatieve functie. Het gaat een directe verbinding aan met bepaalde toxische stoffen die daardoor hun werkzaamheid verliezen en sneller kunnen worden afgevoerd.

Wetenschappelijke onderzoeken hebben ook aangetoond dat granaatappelextract een gezond vetgehalte in het bloed helpt behouden en dat het de oxidatie van LDL-cholesterol helpt tegengaan, een factor bij het ontstaan van hart- en vaatziekten. Daarenboven zou ellaginezuur de plaque-vorming in de aorta bestrijden en de kans op trombose verminderen.

Verder tonen studies aan dat het granaatappelextract de schadelijke effecten van zonlicht op de huid tegengaat en wondgenezing stimuleert. Het zou ook de pigmentatie van de huid gunstig beïnvloeden.

De polyfenolen uit de granaatappel hebben ook een gunstig effect op het immuunsysteem en worden geregeld in verband gebracht met een bescherming van het lichaam tegen algemene verouderingsprocessen.

Referenties

  • J Nutr Biochem. 2008 Dec;19(12):848-55.
  • J Agric Food Chem. 2008 Sep 24;56(18):8704-13.
  • 2010 Apr;26(4):359-66.
  • Phytother Res. 2009 Jun 5;24(2):182-185.
  • Am J Cardiol. 2009 Oct 1;104(7):936-42.
  • Exp Dermatol. 2009 Jun;18(6):553-61.
  • 2010 Jan;208(1):119-25.
  • Integr Cancer Ther. 2009 Sep;8(3):242-53.
  • Phytother Res. 2010 Jun;24 Suppl 2:S196-203.
  • 2006 Aug;187(2):363-71.
  • J Agric Food Chem. 2002 Aug 14;50(17):4791-5.
  • J Agric Food Chem. 2000 Oct;48(10):4581-9
  • Food Chem Toxicol. 2006 Jul;44(7):984-93.
  • J Ethnopharmacol. 2007 Jan 19;109(2):177-206.
  • J Inflamm (Lond). 2009;6:1.
  • Altern Med Rev. 2008 Jun;13(2):128-44.
  • Cardiovasc Toxicol. 2010 Sep;10(3):174-80.
  • Ann Nutr Metab. 2011;58(1):1-9.
  • Complement Ther Clin Pract. 2011 May;17(2):113-5.
  • Ann Nutr Metab. 2011;58(3):220-3.
  • J Res Med Sci. 2011 Mar;16(3):245-53.
  • Nitric Oxide. 2006 Nov;15(3):259-63.
  • Cardiovasc Res. 2007 Jan 15;73(2):414-23.

Gymnema sylvestre

Gymnema sylvestre is een tropische klimplant en een gevestigde waarde binnen de Ayurvedische gezondheidszorg. In India en China worden de bladeren sinds 2000 jaar gebruikt als hulp bij de glucosestofwisseling. De actieve bestanddelen zijn een groep van ruim 20 verschillende triterpeensaponinen, gekend als gymnemische zuren. Ze herstellen vooral de insulinesecreterende functie van de alvleesklier.

Referenties

  • Baskaran K, Kizar Ahamath B, Radha, Shanmugasundaram K, Shanmugasundaram ER. Antidiabetic effect of a leaf extract from Gymnema sylvestre in non-insulin-dependent diabetes mellitus patients. J Ethnopharmacol 1990; 30(3):295-300.
  • Shanmugasundaram ER, Rajeswari G, Baskaran K, Rajesh Kumar BR, Radha Shanmugasundaram K, Kizar Ahmath B. Use of Gymnema sylvestre leaf extract in the control of blood glucose in insulin-dependent diabetes mellitus. J Ethnopharmacol 1990; 30(3):281-94.

Hibiscus sabdariffa

Hibiscus sabdariffa, ook wel rode zuring of roselle genaamd, behoort tot de plantenfamilie ‘Malvaceae’. Deze plant wordt sinds kort zeer succesvol ingezet bij urineweginfecties. Hibiscus sabdariffa bevat zoals veenbessen de zogenaamde proanthocyaniden die schadelijke bacteriën zoals E. coli beletten van zich aan de blaaswand te hechten, waardoor deze uitgeplast worden vooraleer ze tot een infectie kunnen leiden. Deze hibiscussoort bevat tevens antibacteriële stoffen, zoals het flavonoïde gossypine, die rechtstreeks ziektekiemen doden.

In een studie werd duidelijk vastgesteld dat hibiscus sabdariffa effectief helpt bij regelmatig terugkerende urineweginfecties. Vrouwen die 2 maal per dag een hibiscusextract van 100 mg, gestandaardiseerd op 5% sambubiosiden innamen, vertoonden liefst 77% minder infecties dan de vrouwen die een placebo kregen. Daarnaast stelde men ook vast dat er een duidelijke verbetering was van het urinaire comfort.

Bij mannen die door een goedaardige prostaatvergroting gevoelig zijn voor urineweginfecties, kan ook hibiscus sabdariffa preventief ingezet worden. Hibiscus sabdariffa is ook doeltreffend gebleken bij hoge bloeddruk. Zo toonde een gecontroleerd klinisch onderzoek aan dat bij milde tot matige hoge bloeddruk het effect van hibiscus kan vergeleken worden met dat van captopril bij personen die al minstens één maand geen bloeddrukverlagende medicijnen hadden genomen. Nog een aantal andere onderzoeken met hibiscus leverden een vergelijkbaar resultaat op.

Verder zou hibiscus het cholesterolgehalte mild verlagen en zou het ook de oxidatie van LDL-cholesterol tot oxycholesterol tegengaan en helpt dus het proces van atherosclerose afremmen. Daarnaast zou het de vetstofwisseling bevorderen en de lever beschermen door de krachtige antioxidatieve eigenschappen.

Referenties

  • http://www.utirose.com/utirose/scientifically-proven.html (unpublished data).
  • Wheeler R. ActiFruit for the treatment of chronic urinary tract infections. Data unpublished.
  • Haji Faraji M, Haji Tarkhani A The effect of sour tea (Hibiscus sabdariffa) on essential hypertension . J Ethnopharmacol. (1999)
  • Seujange Y, et al     Hibiscus Sabdariffa Linnaeus Aqueous Extracts Attenuate the Progression of Renal Injury in 5/6 Nephrectomy Rats . Ren Fail. (2012)
  • Herrera-Arellano A, et al Effectiveness and tolerability of a standardized extract from Hibiscus sabdariffa in patients with mild to moderate hypertension: a controlled and randomized clinical trial . Phytomedicine. (2004)
  • Lans CA Ethnomedicines used in Trinidad and Tobago for urinary problems and diabetes mellitus . J Ethnobiol Ethnomed. (2006)
  • Bassey RB, et al Factors influencing extract of Hibiscus sabdariffa staining of rat testes . Biotech Histochem. (2012)
  • Ali BH, Al Wabel N, Blunden G Phytochemical, pharmacological and toxicological aspects of Hibiscus sabdariffa L.: a review . Phytother Res. (2005)
  • Peng CH, et al Hibiscus sabdariffa polyphenolic extract inhibits hyperglycemia, hyperlipidemia, and glycation-oxidative stress while improving insulin resistance . J Agric Food Chem. (2011)
  • Fernández-Arroyo S, et al Bioavailability study of a polyphenol-enriched extract from Hibiscus sabdariffa in rats and associated antioxidant status . Mol Nutr Food Res. (2012)

Hop

Hop (Humulus lupulus) bevat hopbellen of vruchtkegels, afkomstig van de bloemen die men hop noemt. De vruchtkegels bevatten bitterstoffen zoals humulon en lupulon, quercitine, fenolzuren, aminozuren, tanninen, harsen, plantaardige slijmstoffen en vluchtige oliën. De stoffen humulon en lupulon zijn verantwoordelijk voor de specifieke bittere smaak en hebben bacteriewerende eigenschappen.

Hop bevat tevens methylbutenol, een stof met rustgevende en kalmerende eigenschappen dat vooral ingezet wordt bij stress, angst en slapeloosheid. Daarnaast bestaan de hopbellen ook uit verschillende flavonoïden en fyto-oestrogenen zoals 8-prenylnaringenine of hopeïne dat een bindende verwantschap zou hebben met oestrogeenreceptoren.

8-Prenylnaringenine is volgens wetenschappers het krachtigste fyto-oestrogeen dat in de plantenwereld wordt aangetroffen. Dit fyto-oestrogeen werkt 10 tot 50 maal minder sterk dan oestrogeen dat door het lichaam wordt aangemaakt. Klinisch onderzoek toont duidelijk aan dat het een bijzonder gunstige invloed heeft op menopauzale klachten vanaf 6 tot 8 weken nadat men gestart is met de therapie. Verder zou dit bio-identieke hormoon de geslachtsdrift van vrouwen stimuleren en de botopbouw ondersteunen.

Referenties

  • Udani JK1, Brown DJ, Tan MO, Hardy M. Pharmacokinetics and bioavailability of plant lignan 7-hydroxymatairesinol and effects on serum enterolactone and clinical symptoms in postmenopausal women: a single-blinded, parallel, dose-comparison study. J Am Coll Nutr. 2013;32(6):428-35. doi: 10.1080/07315724.2013.849578.
  • Erkkola R1, Vervarcke S, Vansteelandt S, Rompotti P, De Keukeleire D, Heyerick A. A randomized, double-blind, placebo-controlled, crossover pilot study on the use of a standardized hop extract to alleviate menopausal discomforts. Phytomedicine. 2010 May;17(6):389-96. doi: 10.1016/j.phymed.2010.01.007. Epub 2010 Feb 18.
  • Chadwick LR, Nikolic D, Burdette JE, et al. Estrogens and congeners from spent hops (Humulus lupulus). J Nat Prod 2004 Dec;67(12):2024-32.
  • Gerhauser C, Alt A, Heiss E, et al. Cancer chemopreventive activity of Xanthohumol, a natural product derived from hop. Mol Cancer Ther 2002;1(11):959-969.
  • Heyerick A, Vervarcke S, Depypere H, et al. A first prospective, randomized, double-blind, placebo-controlled study on the use of a standardized hop extract to alleviate menopausal discomforts. Maturitas 2006;54(2):164-75.
  • Milligan S, Kalita J, Pocock V, et al. Oestrogenic activity of the hop phyto-oestrogen, 8-prenylnaringenin. Reproduction 2002;123(2):235- 242.
  • Morin CM, Koetter U, Bastien C, et al. Valerian-hops combination and diphenhydramine for treating insomnia: a randomized placebocontrolled clinical trial. Sleep 2005 Nov 1;28(11):1465-71.
  • Possemiers S, Bolca S, Grootaert C, et al. The prenylflavonoid isoxanthohumol from hops (Humulus lupulus L.) is activated into the potent phytoestrogen 8-prenylnaringenin in vitro and in the human intestine. J Nutr 2006 Jul;136(7):1862-7.

Ijzer

IJzer is een integraal onderdeel van eiwitten en een aantal enzymen in de menselijke fysiologie; het is essentieel voor de regulatie van de celgroei. Bijna 2/3 van het ijzer in het lichaam wordt gevonden in hemoglobine, het eiwit in de rode bloedcellen dat zuurstof vervoert naar de cellen. Het noodzakelijk mineraal ijzer is van vitaal belang voor de productie van ATP (de primaire energiebron van het lichaam) en het verstrekken van extra brandstof naar de spieren tijdens inspanningen.  IJzer speelt een belangrijke rol in de productie van DNA en energie, het cognitief functioneren en is nodig ter ondersteuning van het immuunsysteem.

Indische waternavel

Indische waternavel (Centella asiatica) is een plant die afkomstig is uit Zuidoost-Azië en reeds eeuwenlang gebruikt wordt in de Ayurveda, de Indiase traditionele geneeskunde. De plant wordt in India ´Brahmi´ genoemd. Deze plant bevat belangrijke actieve stoffen zoals de triterpenoïde saponinen, niet-veresterde triterpeenzuren, sporen van etherische oliën en fytosterolen. Indische waternavel wordt vooral ingezet bij circulatieproblemen en versterking van de aders en haarvaten waardoor de microcirculatie wordt verbeterd. Deze plant wordt vooral ingezet bij spataderen, zwaartegevoel in de benen, oedemen rond de enkels, tintelingen, gevoelsstoornissen, jeuk, aambeien, preventie van flebitis en doorligwonden bij patiënten die langdurig in bed liggen.

Referenties

  • Altern Med Rev. 2007 Mar;12(1):69-72. Centella asiatica – Monograph Natural Medicine, July/August 1996, Vol. 3, No. 6, pp. 22-25, American Botanical Council, February 5, 1997 HC 020571 ; Gotu Kola (Centella asiatica) Monograph
  • Angiology 2001 Oct;52 Suppl 2:S9-13, Total triterpenic fraction of Centella asiatica in chronic venous insufficiency and in high-perfusion
  • Angiology 2001 Oct;52 Suppl 2:S61-7, Total triterpenic fraction of Centella asiatica in the treatment of venous hypertension: a clinical, prospective, randomized trial using a combined microcirculatory

Inositolhexafosfaat

Inositolhexafosfaat of IP6 zit in de vezelfractie van granen, peulvruchten, zaden en noten. Men kent deze inhoudsstof beter als fytaat, het antinutriënt die de opname van mineralen vanuit de darm belemmert. Deze belemmering is echter vooral van toepassing op ongebalanceerde voedingspatronen met weinig mineralen en veel fytaten (bv. in ontwikkelingslanden waar rijst uit noodzaak het basisvoedsel is).

Waar een evenwichtig dieet wordt genuttigd, zal het fytaatgehalte van de voeding weinig invloed hebben op de opname van de mineralen. Een gevarieerd dieet bevat ondermeer organische zuren, complexerende bestanddelen, vitamine C en fermentatieproducten die de binding van fytaten aan mineralen in het maagdarmstelsel hinderen. In onze westerse wereld zonder voedselschaarste is de naam antinutriënt dan ook veel te negatief voor een dergelijke krachtige molecule. Eén van de voordelen van IP6 is de preventie van nierstenen die uit kristallen van calciumoxalaat of calciumfosfaat bestaan.

Verder is IP6 grondig onderzocht als ondersteuning bij kanker: van dierexperimenten, over onderzoek op cellijnen van menselijke kankercellen tot in de kliniek bij mensen met kanker. Inositol is een suikermolecule dat men vaak tot het vitamine B-complex laat behoren.

Als supplement kan IP6 gekoppeld zijn aan calcium, magnesium, ijzer of natrium. Voor de meeste mensen is de calcium-magnesium-vorm (CaMg-IP6) de meest nuttige vorm aangezien beide mineralen van belang zijn voor het behoud van een sterk skelet. Verder bestaan IP6-supplementen als aparte IP6 of gecombineerd met inositol. In combinatie met inositol is het supplement krachtiger: IP6 en inositol bezitten apart al een kankerwerende activiteit, maar hun combinatie is sterker dan het effect van elke afzonderlijke component.

Deze ontdekking is de verdienste van professor Shamsuddin, onderzoeker aan de University of Maryland School of Medicine in Baltimore (VS). IP6 zal binnenin de kankercel worden omgevormd naar metabolieten met minder of meer fosfaatgroepen: van IP1 tot IP8. Van de metabolieten IP3, IP4 en IP7 is al geweten dat ze een belangrijke rol spelen bij het coördineren van de celgroei. Het supplement dat door prof. Shamsuddin werd ontworpen en in de klinische studies werd gebruikt, bevat 110 mg inositol per 400 mg CaMg-IP6.

IP6 of inositolhexafosfaat is een inositol molecule met daarop zes fosfaatgroepen. In een goed supplement zit IP6 van nature gekoppeld aan calcium (Ca) en magnesium (Mg) en is inositol toegevoegd. Bij combinatie van IP6 met inositol worden metabolieten zoals IP3, IP4 en IP7 gemakkelijker aangemaakt in de cel.

Het IP6+inositol-supplement van prof. Shamsuddin werd getest in kleinschalige studies bij mensen met dikke darmkanker, longkanker en borstkanker, na radiotherapie of chirurgische ingreep en gelijktijdig met chemotherapie (bv. tamoxifen, doxorubicine of de combinatie 5-fluorouracil, epirubicine en cyclofosfamide).

Bijwerkingen van de chemotherapie zoals een daling in het aantal witte bloedcellen en bloedplaatjes, misselijkheid, braken en haaruitval waren minder uitgesproken bij de patiënten die IP6+inositol gebruikten. Hun levenskwaliteit was opmerkelijk beter. In de preventie van kanker stelt prof. Shamsuddin een dosering van 1-2 g IP6+inositol per dag voor. De therapeutische dosering kan oplopen tot 12 g/dag en wordt onder begeleiding van een arts gebruikt. In de recentste studie bij borstkankerpatiënten op chemotherapie werd een dagelijkse inname van 2x3 g IP6+inositol met succes toegepast. Dit supplement wordt best ingenomen op een nuchtere maag of tussen de maaltijden in.

Referenties

  • Shamsuddin, A.M., G.Y. Yang, I. Vucenik, Anticancer Res. 1996 16(6A); 3287-92
  • Shamsuddin, A.M., A. Ullah, Carcinogenesis, 1989, 10(8), 1461-3 U.S Pat. 2493666/1945; 2732395/1952
  • Huang, C. Inositol hexaphosphate inhibits cell transformation and activator protein 1 activation by targeting phosphatidylinositol- kinase-1. Cancer Research, 57:2873- 2878 1997
  • Shamsuddin AM. Up-regulation of the tumor suppressor gene p53 and WAF1 gene expression by IP6 in HT-29 human colon carcinoma cell line. Anticancer Res, 273(3A):1479-84 1998 May-June
  • Shamsuddin AM; Yang GY; Vucenik I. Novel anti-cancer functions of IP6: growth inhibition and differentiation of human mammary cancer cell lines in vitro. Anticancer Res, 273(6A):3287-92 1996 Nov-Dec
  • Vucenik I; Tantivejkul K; Zhang ZS; Cole KE; Saied I; Shamsuddin. IP6 in treatment of liver cancer. IP6 inhibits growth and reverses transformed phenotype in HepG2 human liver cancer cell line.Anticancer Res, 18(6A):4083-90 1998 Nov-Dec
  • Vucenik I; Yang GY; Shamsuddin AM. Comparison of pure inositol hexaphosphate and high-bran diet in the prevention of DMBA-induced rat mammary carcinogenesis. Nutr Cancer, 57(14):7-13 1997
  • Vucenik I; Kalebic T; Tantivejkul K; Shamsuddin AM. Novel anticancer function of inositol hexaphosphate: inhibition of human rhabdomyosarcoma in vitro and in vivo. Anticancer Res, 275:1377-84 1998 May-Jun
  • IP6: a novel anti-cancer agent. Shamsuddin AM; Vucenik I; Cole KE. Life Sci, 1997, 61:4, 343-54.
  • Comparison of pure inositol hexaphosphate and high-bran diet in the prevention of DMBAinduced rat mammary carcinogenesis. Vucenik I; Yang GY; Shamsuddin AM. Nutr Cancer, 1997, 28:1, 7-13.
  • IP6 in treatment of liver cancer. I. IP6 inhibits growth and reverses transformed phenotype in HepG2 human liver cancer cell line. Vucenik I; Tantivejkul K; Zhang ZS; Cole KE; Saied I; Shamsuddin AM. Anticancer Res, 1998, 18:6A, 4083-90.
  • Reduction of cell proliferation and enhancement of NK-cell activity. Shamsuddin AM. United States Patent 5,082,833; Jan 21, 1992.
  • [3H]inositol hexaphosphate (phytic acid) is rapidly absorbed and metabolized by murine and human malignant cells in vitro. Vucenik I; Shamsuddin AM. J Nutr, 1994, 124:6, 861

Jodium

Jodium draagt bij tot een normale schildklierwerking en energiestofwisseling. De schildklier heeft jodium nodig voor de productie van schildklierhormoon. De schildklier maakt twee soorten hormonen aan: T4 (thyroxine) en T3 (thyronine). Het hormoon T4 is een soort voorraad. T3 is het actieve hormoon. Naar behoefte van het lichaam, weefsels en cellen wordt T4 omgezet in T3. Dat gebeurt onder andere in de lever, de spieren en de hersenen. Deze hormonen zijn van belang bij de stofwisseling, meer bepaald de snelheid waarin het lichaam vetten en suikers kan verbranden om energie vrij te maken. Jodium is tevens nodig voor de normale groei en ontwikkeling en voor de instandhouding van een gezonde huid.

Bij een jodiumtekort zal de schildklier opzwellen en uitzetten (struma) waardoor minder hormonen zullen geproduceerd worden en een tekort aan schildklierhormonen (hypothyreoïdie) ontstaat. Bij een ernstig of langdurig tekort aan jodium zullen allerlei klachten optreden waaronder:

  • opgezwollen schildklier (struma)
  • koude gevoel
  • algemene vermoeidheid met loomheid en duizeligheid
  • haaruitval en broze nagels
  • stijfheid van armen en benen
  • vaak spierkrampen, spierzwakte en spierpijn
  • droge, schilferige en ruwe huid
  • lusteloosheid, apathie en depressie
  • niet helder kunnen denken

Belangrijke bronnen van jodium die kunnen bijdragen aan een optimale schildklierfunctie zijn:

  • vis (kabeljauw, makreel, zalm, tong, sardines e.a.)
  • zout dat verrijkt is met jodium
  • schaal- en schelpdieren
  • ei en ui
  • brood (liefst volkoren)
  • zilvervliesrijst
  • zeewier (kelp en kelp-tabletten)
  • yoghurt, kwark en mozzarella
  • aardbeien, banaan en mango
  • cashewnoten

Let op: zowel een tekort als een teveel aan jodium kan de schildklierfunctie verstoren en schildklierproblemen veroorzaken!

Kabeljauwleverolie

Kabeljauwleverolie of cod liver oil bevat naast een hoog gehalte aan omega-3 vetzuren ook interessante hoeveelheden jodium, fosfor, vitamine A en D. Vroeger werd het zeer veel gegeven aan kinderen omdat het de groei en tal van andere lichaamsfuncties ondersteunt.

De vitaminen A en D hebben diverse belangrijke functies. Vitamine A draagt bij tot het normale ijzermetabolisme en de normale functie van het immuunsysteem. Bovendien houdt vitamine A de slijmvliezen, de huid en het gezichtsvermogen in goede conditie. Voor vitamine D is eveneens een rol weggelegd binnen het immuunsysteem, terwijl deze vitamine heel goed bijdraagt tot het behoud van botweefsel, tanden en spierfunctie.

Beide omega-3 vetzuren, DHA en EPA, dragen bij tot de hartfunctie op voorwaarde dat dagelijks minstens 250 mg EPA+DHA wordt geconsumeerd. In een dagportie van 250 mg DHA draagt dit omega-3 vetzuur bij tot het behoud van de hersenfunctie en het gezichtsvermogen. Aan beide vereisten is met 3 ml cod liver oil per dag ruimschoots voldaan.

Het is van belang kabeljauwleverolie te kiezen die niet ontgeurd en gebleekt is omdat anders het aanwezige vitamine A en D kapot gemaakt wordt. Dit is de reden waarom men aan deze geraffineerde oliën achteraf synthetische vitamine A en D toevoegt. Kies steeds voor koudgeperste olie van vissen gevangen in het zuivere water rond IJsland. Dankzij een traditioneel productieproces blijven de natuurlijke ingrediënten intact.

Referenties

  • Bazan NG. Cellular and molecular events mediated by docosahexaenoic acid-derived neuroprotectin D1 signaling in photoreceptor cell survival and brain protection. Prostaglandins Leukot Essent Fatty Acids 2009; 81(2-3):205-11.
  • EFSA 2006 Tolerable Upper Intake Levels for Vitamins and Minerals, part 1/2/3.
  • Ersoy-Evans S. Commentary: Vitamin D and autoimmunity: is there an association? J Am Acad Dermatol 2010; 62(6):942-4.
  • Giovannucci E. Expanding roles of vitamin D. J Clin Endocrinol Metab 2009; 94(2):418- 20.
  • Griffing GT. Mother was right about cod liver oil. Medscape J Med 2008; 10(1):8.
  • Harris WS , von Schacky C. The Omega-3 Index: a new risk factor for death from coronary heart disease? Prev Med 2004; 39(1):212-20.
  • Jicha GA, Markesbery WR. Omega-3 fatty acids: potential role in the management of early Alzheimer’s disease. Clin Interv Aging. 2010; 5:45-61.
  • Marchioli R, Levantesi G, Macchia A, Maggioni AP, Marfisi RM, Silletta MG, Tavazzi L, Tognoni G, Valagussa F; GISSI-Prevenzione Investigators. Antiarrhythmic mechanisms of n-3 PUFA and the results of the GISSI-Prevenzione trial. J Membr Biol 2005; 206(2):117-28.
  • Van Etten E, Stoffels K, Gysemans C, Mathieu C, Overbergh L. Regulation of vitamin D homeostasis: implications for the immune system. Nutr Rev 2008; 66(10 Suppl 2):S125-34.
  • Zoler ML. High DHA intake linked to less Alzheimer’s, other dementia. Clin Psych News 2004; 32(3).

Kaneel

Kaneel (Cinnamomum aromaticum Nees) wordt sinds eeuwen vooral in Sri Lanka gebruikt om de suikerstofwisseling te ondersteunen. Procyanidine type-A polymeren zijn de actieve bestanddelen. Ze verhogen de insulinegevoeligheid via activatie van de insulinereceptor en een rem op de deactivering ervan.

Referenties

  • Davis PA, Yokoyama W. Cinnamon Intake Lowers Fasting Blood Glucose: Meta-Analysis. J Med Food 2011; 14(0):1–6.
  • Davis PA, Yokoyama W. Cinnamon intake lowers fasting blood glucose: meta-analysis. J Med Food 2011; 14(9):884-9.
  • Mang B, Wolters M, Schmitt B, Kelb K, Lichtinghagen R, Stichtenoth DO, Hahn A. Effects of a cinnamon extract on plasma glucose, HbA, and serum lipids in diabetes mellitus type 2. Eur J Clin Invest 2006; 36(5):340-4.
  • Wang JG, Anderson RA, Graham GM 3rd, Chu MC, Sauer MV, Guarnaccia MM, Lobo RA. The effect of cinnamon extract on insulin resistance parameters in polycystic ovary syndrome: a pilot study. Fertil Steril 2007; 88(1):240-3.

Kelp

Kelp (zeewier) is een belangrijke bron van jodium. Daarnaast bevat het nog heel wat andere essentiële voedingsstoffen uit zeewater. Aangezien in de Westerse voeding heel weinig jodium voorkomt, stelt men bij de meeste mensen een tekort aan jodium vast. Daarom is suppletie met dit spoorelement geen overbodige luxe.

Jodium draagt bij tot een normale schildklierwerking en energiestofwisseling. De schildklier heeft jodium nodig voor de productie van schildklierhormoon. De schildklier maakt twee soorten hormonen aan: T4 (thyroxine) en T3 (thyronine). Het hormoon T4 is een soort voorraad. T3 is het actieve hormoon. Naar behoefte van het lichaam, weefsels en cellen wordt T4 omgezet in T3. Dat gebeurt onder andere in de lever, de spieren en de hersenen. Deze hormonen zijn van belang bij de stofwisseling, meer bepaald de snelheid waarin het lichaam vetten en suikers kan verbranden om energie vrij te maken. Jodium is tevens nodig voor de normale groei en ontwikkeling en voor de instandhouding van een gezonde huid.

Bij een jodiumtekort zal de schildklier opzwellen en uitzetten (struma) waardoor minder hormonen zullen geproduceerd worden en een tekort aan schildklierhormonen (hypothyreoïdie) ontstaat. Bij een ernstig of langdurig tekort aan jodium zullen allerlei klachten optreden waaronder:

  • opgezwollen schildklier (struma)
  • koude gevoel
  • algemene vermoeidheid met loomheid en duizeligheid
  • haaruitval en broze nagels
  • stijfheid van armen en benen
  • vaak spierkrampen, spierzwakte en spierpijn
  • droge, schilferige en ruwe huid
  • lusteloosheid, apathie en depressie
  • niet helder kunnen denken

Belangrijke bronnen van jodium die kunnen bijdragen aan een optimale schildklierfunctie zijn:

  • vis (kabeljauw, makreel, zalm, tong, sardines e.a.)
  • zout dat verrijkt is met jodium
  • schaal- en schelpdieren
  • ei en ui
  • brood (liefst volkoren)
  • zilvervliesrijst
  • zeewier (kelp en kelp-tabletten)
  • yoghurt, kwark en mozzarella
  • aardbeien, banaan en mango
  • cashewnoten

Let op: zowel een tekort als een teveel aan jodium kan de schildklierfunctie verstoren en schildklierproblemen veroorzaken!

 

Referenties

  • Charlton K, Skeaff S. Iodine fortification: why, when, what, how, and who? Curr Opin Clin Nutr Metab Care 2011; 14(6):618-24.
  • Kim SK, Bhatnagar I. Physical, chemical, and biological properties of wonder kelp-laminaria.Adv Food Nutr Res 2011; 64:85-96.
  • Mansourian AR. A review on the metabolic disorders of iodine deficiency. Pak J Biol Sci 2011;14(7):412-24.
  • Sun XW, Weng HX, Qin YC. Release of bioactive active iodine in kelp. J Environ Sci (China) 2005;17(2):241-4.
  • Verhaeghe EF, Fraysse A, Guerquin-Kern JL, Wu TD, Devès G, Mioskowski C, Leblanc C, Ortega R, Ambroise Y, Potin P. Microchemical imaging of iodine distribution in the brown alga Laminaria digitata suggests a new mechanism for its accumulation. J Biol Inorg Chem 2008; 13(2):257- 69.
  • Viñas BR, Barba LR, Ngo J, Gurinovic M, Novakovic R, Cavelaars A, de Groot LC, van’t Veer P, Matthys C, Majem LS. Projected prevalence of inadequate nutrient intakes in Europe. Ann Nutr Metab 2011; 59(2-4):84-95.
  • Yarrington CD, Pearce EN. Dietary iodine in pregnancy and postpartum. Clin Obstet Gynecol 2011; 54(3):459-70.

 

Knoflook

Knoflook is een kruid dat wetenschappelijk zeer goed onderzocht is. Het oefent een gunstige invloed uit op cholesterol, triglyceriden, de bloedsomloop en hart- en vaatziekten; daarnaast versterkt knoflook het immuunsysteem, beschermt het lichaam tegen toxische stoffen en wordt het geregeld op een doeltreffende wijze ingezet bij infecties met virussen, bacteriën, schimmels en parasieten.

Het is een wetenschappelijk feit, bekende studies van o.a. Varro Tyler en James Duke tonen dit aan, dat allicine de meest heilzame stof is uit knoflook. Alleen verse knoflook levert hoge gehalten allicine terwijl niet verse look helemaal geen allicine bevat.

Verse knoflook  bevat de 2 belangrijke componenten alliine en alliinase die apart in de knoflook (bol) voorkomen. Wanneer verse knoflook gehakt wordt, werkt het alliinase in op de andere component alliine en wordt er uiteindelijk allicine gevormd.

Maar allicine is een uiterst onstabiele stof en wordt snel afgebroken tijdens het productieproces. Daarom wordt knoflook best verwerkt in een gecoate tablet waarbij voorkomen wordt dat het alliinase op het alliine gaat inwerken. Aangezien het feit dat de tablet ‘enteric coated’ is, gaat pas allicine kunnen gevormd worden in de dunne darm, de plaats waar allicine zijn heilzame werking kan uitoefenen.

Kort samengevat kan men stellen dat knoflook:

  • atherosclerose afremt door zijn gunstige invloed op het cholesterol-en triglyceridengehalte, afname van de fibrinogeenspiegel en remming van de bloedplaatjesaggregatie
  • de bloeddruk reguleert doordat het enzym stikstofoxidesynthase in het vaatendotheel gestimuleerd wordt
  • sterke antioxidatieve eigenschappen vertoont door o.a. de zwavelhoudende verbindingen allicine, S-allylcysteïne en diallyldisulfide waardoor lipidenperoxidatie wordt tegengegaan; tevens worden de antioxidantsystemen catalase en glutathionperoxidase gestimuleerd
  • het immuunsysteem versterkt door de activiteit van macrofagen en lymfocyten te verhogen
  • een gunstige invloed heeft op virussen, gisten, parasieten en schimmels in de darm; het heeft een brede antimicrobiële activiteit
  • zware metalen zoals kwik, cadmium kan binden en ook de enzymen van de fase-II in de lever kan induceren waardoor de detoxificatie in het algemeen wordt versterkt
  • de spijsvertering ondersteunt en de eetlust bevordert

Referenties

  • Riddle JM. Garlic’s history as a medicine. Presentation at the American Herbal Products Association International Garlic Symposium. July 31, 2001.
  • Ellmore GS, Milano E, Feldberg RS. Navigating the clove: mapping bioactive compounds in garlic (Allium sativum). Presentation at the American Herbal Products Association International Garlic Symposium. July 31, 2001.
  • Robbers JE, Tyler VE. Garlic. In: Tyler’s Herbs of Choice. New York, NY: The Haworth Herbal Press; 1999:132- 137
  • Lawson LD, Wang ZJ, Papadimitrou D. Allicin release under simulated gastrointestinal condition for garlic powder tablets employed in clinical trials on serum cholesterol. Planta Med. 2001;67:13-18.
  • Ho SE, Ide N, Lau BH. S-allyl cysteine reduces oxidant load in cells involved in the atherogenic process. Phytomedicine. 2001;8:39-46.
  • Gadkari JV, Joshi VD. Effect of ingestion of raw garlic on serum cholesterol level, clotting time and fibrinolytic activity in normal subjects. J Postgrad Med. 1991;37:128-131.
  • Orekhov AN, Grunwald J. Effects of garlic on atherosclerosis. Nutrition. 1997;13:656- 663.
  • Silagy C, Neil A. garlic as a lipid lowering agent—a meta-analysis. J R Coll Physicians Lond. 1994;28:39-45.
  • Morcos NC. Modulation of lipid profile by fish oil and garlic combination. J Natl Med Assoc. 1997;89:673-678.
  • Qidwai W, Qureshi R, Hasan SN, Azam SL. Effect of dietary garlic (Allium Sativum) on the blood pressure in humans-a pilot study. J Pak Med Assoc. 2000;50:204-207.
  • Berthold HK, Sudhop T, von Bergmann K. Effect of a garlic oil preparation on serum lipoproteins and cholesterol metabolism: a randomized controlled trial. JAMA. 1998;279:1900-1902.
  • Ledezma E, Marcano K, Jorquera A, et al. Efficacy of ajone in the treatment of tinea pedis: a double blind and comparative study with terbinafine. J Am Acad Dermatol. 2000;43:829-832.

Koper

Koper draagt bij tot de instandhouding van het bindweefsel, een optimaal energiemetabolisme, een goede werking van het zenuwstelsel, een betere pigmentatie van het haar, een optimaal ijzertransport in het lichaam, een betere pigmentatie van de huid, een verbetering van het immuunsysteem en de bescherming van cellen tegen oxidatieve stress.

Krillolie

Krillolie is een omega-3-rijke olie afkomstig uit Antarctische krill (Euphausia superba). Krillolie bevat EPA en DHA in de vorm van fosfolipiden. Op zich zijn fosfolipiden een bestanddeel van elke celmembraan waardoor ze een ideale dragerstof zijn om EPA en DHA doorheen het lichaam te transporteren.

De positieve effecten van EPA en DHA op de cardiovasculaire gezondheid vindt men ter hoogte van de bloedvatwand (anti-inflammatie, betere relaxatie, betere stabiliteit van plaques, minder bloedplaatjesaggregatie) en de hartfunctie (verhoogde hartritmevariabiliteit, preventie hartritmeverstoring door zuurstoftekort).

EPA draagt nog bij tot een goede gemoedstoestand, DHA tot het gezichtsvermogen en de hersenfunctie van jong en oud. Astaxanthine (van nature aanwezig in krillolie) is een uitstekende filter voor blauw licht, en beschermt hierdoor de gele vlek op het netvlies tegen oxidatieve schade geïnduceerd door invallend licht. Astaxanthine levert overigens op meerdere vlakken een goede synergie op met de omega-3 vetzuren uit krillolie. Zowel astaxanthine als EPA en DHA zorgen voor minder atherogene LDL-cholesterol, laten de bloedvatwand relaxeren en bezitten elk een eigen inflammatoir potentieel.

Omega-3 Index, risicometer voor de cardiovasculaire gezondheid

Omega-3 Index is de weergave van het gehalte aan EPA en DHA in de celomhulsels van de rode bloedcellen (uitgedrukt als % van de totale vetzuursamenstelling). Hoe dichter de omega-3 Index de 8% benadert, hoe beter de cardiovasculaire gezondheidsstatus wordt. Een omega-3-index van 8 procent of meer wordt aangeraden om het risico op een overlijden door een plotselinge hartstilstand significant te verminderen. Krillolie is een zeer geschikte olie om de omega-3 index snel op een aanvaardbaar peil te brengen.

CRP-gehalte daalt met de consumptie van krillolie

Bij 90 patiënten met hoge CRP-waardes (>1 mg/dl) te wijten aan hart- en vaatziekten, reumatoïde artritis en gevorderde artrose, induceerde een inname van 300 mg krillolie per dag (gedurende 90 dagen) een spectaculaire daling van het CRP. Dit wijst op het anti-inflammatoir vermogen van krillolie.

Nut van krillolie bij artrose en reumatoïde artritis

Onderzoek van 30 dagen heeft aangetoond dat krillolie een positieve invloed heeft op de symptomen van artritis (pijn, stijfheid en beweeglijkheid van het aangetaste gewricht). Deze drie parameters verbeterden al aanzienlijk na 7 dagen inname van 300 mg NKO/dag.

Nut van krillolie bij PMS of Premenstrueel Syndroom

In een gecontroleerde studieopzet bij 70 vrouwen met PMS bleek de inname van 2 g krillolie/dag (30% omega-3 vetzuren) efficiënter de ongemakken van het syndroom te onderdrukken dan de inname van 2 g visolie/dag (30% omega-3 vetzuren). De studie werd als volgt uitgevoerd: gedurende de eerste maand namen de vrouwen elke dag 2 g olie, tijdens de twee daaropvolgende maanden gebruikten ze nog uitsluitend vanaf 8 dagen vóór tot 2 dagen na de start van de menstruatie 2 g olie. Dat krillolie bij PMS over de algemene lijn efficiënter is dan visolie is vermoedelijk te danken aan de fosfolipidevorm van EPA en DHA en aan antioxidanten zoals vitamine A, vitamine E, astaxanthine en het nieuw ontdekte marine flavonoïde (gelijkend op 6,8-di- C-glucosylluteoline).

Vlak voor de menstruatie daalt het gehalte aan progesteron (vrouwelijk hormoon). Als reactie hierop neemt de vrijgave van omega-6 vetzuren (voornamelijk arachidonzuur, AA) toe in het lichaam. Arachidonzuur is de voorloper van pro-inflammatoire prostaglandines (PGE2 en PGF2). De vrijgave van AA veroorzaakt dus inflammatie, maar ook een samentrekking van de baarmoeder wat tot een plaatselijk zuurstoftekort en pijn kan leiden. Van vitamine E en het omega-3 vetzuur EPA is geweten dat het de vrijgave van PGE2 afremt waardoor de inflammatietoestand en de pijn vermindert. Vitamine A is doeltreffend bij premenstruele hoofdpijn.

Referenties

  • Bunea R et al. Evaluation of the effects of Neptune Krill Oil on the clinical course of hyperlipidemia.Altern Med Rev 2004; 9(4):420-8.
  • Werner A et al. Treatment of EFA deficiency with dietary triglycerides or phospholipids in a murine model of extrahepatic cholestasis. Am J Physiol Gastrointest Liver Physiol 2004; 286:G822-G832.
  • Cansell M et al. Influence of the physicochemical form of polyunsaturated fatty acids on their in vivo bioavailability; 94th Annual AOCS Meeting & Expo PHO1: Phospholipids for Improving Bioavailability Chair: Michael Schneider, Consultant, Germany.
  • Sampalis T. Evaluation of of the effect of NKO on biomarkers of chronic inflammation in vivo. JSS Medical Research Inc, 2004.
  • Sampalis F et al. Evaluation of the effects of Neptune Krill Oil on the management of premenstrual syndrome and dysmenorrhea. Altern Med Rev 2003; 8(2):171-9.

Kruisbloemigen

Kruisbloemigen (zoals broccoli, bloemkool, spitskool en spruitjes) hebben een gunstige invloed hebben op het hormoonmetabolisme en tevens een positief effect hebben op de cellulaire immuniteit. Het behoud van een evenwichtige hormoonbalans is essentieel voor een goede gezondheid en gaat veroudering tegen. Wetenschappers hebben ontdekt dat specifieke extracten van kruisbloemigen zoals broccoli, bloemkool, kool en spruitjes een gunstig effect hebben op de hormoonspiegel.

I3C (indole-3-carbinol) en DIM (di-indolyl-methaan) moduleren op een gunstige wijze het oestrogeenmetabolisme; deze 2 stoffen ondersteunen eveneens de fase II in de lever aangezien ze de ontgiftingsenzymen induceren zodat schadelijke oestrogeenmetabolieten en xeno-oestrogenen kunnen geneutraliseerd worden.

Extracten van broccoli, waterkers en rozemarijn leveren tal van bioactieve stoffen zoals glucosinolaten, isothiocyanaten en carnosol die een gunstige invloed hebben op het oestrogeenmetabolisme en de celdeling .

Referenties

  • Eur J Cancer Prev. 2007 Dec;16(6):505-10.
  • Int J Oncol. 2008 Aug;33(2):415-9.
  • Biochem Pharm. 2002, 64;393-404.
  • Toxicol Appl Pharm. 2001 Jul 15;174(2):146-52.
  • J Natl Cancer Inst. 1997 May 21;89(10):718-23.
  • Cancer Detect Prevent. 2004;28:72-9.
  • 2002 Apr;23(4):581-6.
  • Mol Cancer Ther. 2003 Oct;2(10):1045-52.
  • 1998 Oct;19(10):1821-7.
  • 1995 Sep;16(9):2057-62.
  • J Clin Biochem Nutr.2009 May;44(3):260-5.
  • Food Chem Toxicol. 2008 Jul;46(7):2358-64.
  • Clin Interv Aging. 2008;3(2):331-9.
  • 2004 Aug 5;430(7000):686-9.
  • Genes Nutr. 2009 Sep 10.

L-carnitine

L-carnitine is een aminozuur dat vooral een belangrijke rol speelt in de vetstofwisseling. Het komt bijna uitsluitend voor in dierlijk voedsel. Het lichaam kan in de lever en nieren carnitine ook zelf aanmaken uit de aminozuren lysine en methionine, en dit met de hulp van de vitamines C, B3 en B6 en het mineraal ijzer. Een tekort aan één van deze voedingsstoffen zal tevens een carnitinetekort veroorzaken. Een vegetarische voeding is vaak arm aan lysine en methionine waardoor dikwijls tekorten aan carnitine ontstaan bij pure vegetariërs.

Carnitine staat in voor het transport van vetzuren naar de mitochondriën en speelt dus een belangrijke rol in de energieproductie van het lichaam. Dit gebeurt o.a. in de spieren zoals de hartspier. Carnitine heeft een gunstige invloed op het cholesterol- en triglyceridengehalte. Het verbetert de werking van de hartspier bij cardiomyopathie, hartzwakte en beschermt tegen hartvergroting. Uit recent onderzoek is ook gebleken dat extra L-carnitine de kans op hartvergroting verkleint bij mensen na een hartaanval. Het kan ook nuttig zijn carnitine in te zetten bij vormen van spierdystrofie en bij claudicatio intermittens indien er vastgesteld wordt dat het carnitinegehalte te laag ligt.

Recente studies tonen ook aan dat carnitine kan ingezet worden bij een verzwakt immuunsysteem aangezien witte bloedlichaampjes ook carnitine nodig hebben om goed te functioneren.

Carnitine zou ook gunstig zijn bij mannelijke onvruchtbaarheid omdat niet alleen het aantal spermatozoïden stijgt maar ook de beweeglijkheid ervan. Uit een studie kwam naar voor dat het sperma van onvruchtbare mannen slechts een kwart van het normale carnitinegehalte bevatte.

L-carnitine wordt vaak als supplement gebruikt om de vetverbranding te bevorderen. Daarom wordt het vaak ingezet bij krachttrainingen (zoals bv. cardiotraining) aangezien dan lichaamsvet gebruikt wordt om energie te leveren voor de prestatie.

De natuurlijke vorm L-carnitine is de enige vorm met biologische activiteit. De synthetische D-vorm is echter inactief. De geacetyleerde vorm, acetyl-L-carnitine, is vooral werkzaam in de hersenen en heeft daar een soortgelijke functie. Carnitine komt in alle weefsels van het lichaam voor.

Referenties

  • Broad EM, Maughan RJ, Galloway S DR. Effects of exercise intensity and altered substrate availability on cardiovascular and metabolic responses to exercise after oral carnitine supplementation in athletes. Int J Sport Nutr Exerc Metab 2011; 21(5):385-97.
  • Flanagan JL, Simmons PA, Vehige J, Willcox MD, Garrett Q. Role of carnitine in disease. Nutr Metab (Lond) 2010; 7:30.
  • Gaby AR. Nutritional treatments for acute myocardial infarction. Altern Med Rev 2010; 15(2):113-23.
  • L-carnitine. Monograph. Altern Med Rev 2005; 10(1):42-50.
  • Pekala J, Patkowska-Sokoła B, Bodkowski R, Jamroz D, Nowakowski P, Lochyński S, Librowski T. L-carnitine - metabolic functions and meaning in humans life. Curr Drug Metab 2011; 12(7):667-78.
  • Ringseis R, Keller J, Eder K. Role of carnitine in the regulation of glucose homeostasis and insulin sensitivity: evidence from in vivo and in vitro studies with carnitine supplementation and carnitine deficiency. Eur J Nutr 2012; 51(1):1-18.
  • Sánchez-Hernández L, García-Ruiz C, Crego AL, Marina ML. Sensitive determination of D-carnitine as enantiomeric impurity of levo-carnitine in pharmaceutical formulations by capillary electrophoresis-tandem mass spectrometry. J Pharm Biomed Anal 2010; 53(5):1217-23.

L-glutamine

L-glutamine is het aminozuur dat bij de meeste stofwisselingsprocessen in het lichaam betrokken is. Het speelt een belangrijke rol in de zuurbasebalans, in de eiwit-en koolhydratenstofwisseling en productie van glutathion. Tevens ondersteunt het in belangrijke mate de darmmucosa en immuniteit, waardoor het een erg nuttige voedingsstof is bij wondgenezing en spieropbouw.       Glutamine is naast glucose ook een bron van cellulaire energie en doet dienst als transportmiddel van ammonium in het bloed.

De belangrijkste eigenschappen van glutamine zijn:

  • belangrijke energiebron voor de dunne darm en de immuuncellen
  • zorgt voor een verhoogde aanmaak van glutathion
  • regelt op een optimale wijze het stikstoftransport en ammoniakafvoer
  • essentiële bouwstof voor proteïnen
  • regelt een goede zuur-base balans
  • verhoogt de afweer tegen pathogenen in darm en luchtwegen
  • verhoogt de glucosegevoeligheid van de bètacellen in de pancreas
  • speelt een belangrijke rol in het hersenmetabolisme door een verhoogde aanmaak van GABA
  • zorgt voor een goede wondgenezing
  • kan de genezing van maagzweren versnellen
  • geeft extra geestelijke energie en zorgt voor een opgewekt gemoed
  • versterkt de immuunfunctie in de slijmlagen van het lichaam zoals in de luchtwegen, de geslachtsorganen en het maag-darmkanaal
  • een belangrijk nutriënt bij ‘leaky gut’ en ziekte van Crohn

Referenties

  • Abcouwer SF. The effects of glutamine on immune cells [editorial]. Nutrition. 2000;16(1):67-69.
  • Agostini F, Giolo G. Effect of physical activity on glutamine metabolism. Curr Opin Clin Nutr Metab Care. 2010; 13(1):58-64.
  • Akobeng AK, Miller V, Stanton J, Elbadri AM, Thomas AG. Double-blind randomized controlled trial of glutamine-enriched polymeric diet in the treatment of active Crohn's disease. J Pediatr Gastroenterol Nutr. 2000;30(1):78-84.
  • Antoon AY, Donovan DK. Burn Injuries. In: Behrman RE, Kliegman RM, Jenson HB, eds. Nelson Textbook of Pediatrics. Philadelphia, Pa: W.B. Saunders Company; 2000:287-294.
  • Buchman AL. Glutamine: commercially essential or conditionally essential? A critical appraisal of the human data. Am J Clin Nutr.2001;74(1):25-32.
  • Decker GM. Glutamine: indicated in cancer care? Clin J Oncol Nurs. 2002;6(2):112-115.
  • Fan YP, Yu JC, Kang WM, Zhang Q. Effects of glutamine supplementation on patients undergoing abdominal surgery. Chin Med Sci J. 2009 Mar;24(1):55-9.
  • Field CJ, Johnson IR, Schley PD. Nutrients and their role in host resistance to infection. J Leukoc Biol. 2002 Jan;71(1):16-32.
  • Grimm H, Kraus A. Immunonutrition--supplementary amino acids and fatty acids ameliorate immune deficiency in critically ill patients. Langenbecks Arch Surg. 2001 Aug;386(5):369-376.
  • Lecleire S, Hassan A, Marion-Letellier R, Antonietti M, Savoye G, et al. Combined glutamine and arginine decrease proinflammatory cytokine production by biopsies from Crohn's patients in association with changes in nuclear factor-kappaB and p38 mitogen-activated protein kinase pathways. J Nutr. 2008 Dec;138(12):2481-6.
  • Medina MA. Glutamine and cancer. J Nutr. 2001;131(9 Suppl):2539S-2542S; discussion 2550S-2551S.Neu J, DeMarco V, Li N.Glutamine: clinical applications and mechanism of action. Curr Opin Clin Nutr Metab Care. 2002;5(1):69-75
  • Rakel D. Integrative Medicine, 2nd ed. Philadelphia, PA: Saunders, An Imprint of Elsevier; 2007.
  • Reeds PJ, Burrin DG. Glutamine and the bowel. J Nutr. 2001;131(9 Suppl):2505S-8S.
  • Vahdat L, Papadopoulos K, Lange D, et al. Reduction of paclitaxel-induced peripheral neuropathy with glutamine. Clin Cancer Res.2001;7(5):1192-1197.

L-theanine

L-theanine of gamma-glutamylethylamide is een aminozuur dat geen bouwsteen is van eiwitten en vrijwel uitsluitend voorkomt in groene thee (Camellia sinensis), als aminozuur in vrije vorm.

L-theanine kan vooral ingezet worden bij alle vormen van stress. Stress en angst zijn ongunstige factoren die de hormonenbalans in ons lichaam kunnen verstoren: dit kan leiden tot slecht humeur, verminderde prestaties en een verminderde levensverwachting. Het is ook een belasting voor het immuunsysteem met het vlugger optreden van (opportunistische) infecties.

L-theanine vormt een uitstekend alternatief om de nadelige effecten van stress op te vangen, zonder een hinderlijke sufheid of slaperigheid te veroorzaken (produceert géén thèta-golven; zie verder). Ook is het te verkiezen boven de klassieke phytorelaxantia (valeriaanwortel, passieflora, kava-kava...) die meestal teveel sederen.

Het kalmerend effect van groene thee, dat ook het stimulerende caffeïne bevat, is te wijten aan de activiteit van het L-theanine. Deze stof genereert enerzijds de productie van alfa-golven in de hersenen; dit gaat gepaard met een toestand van relaxatie en mentale helderheid. Anderzijds is  L-theanine betrokken bij de productie van de inhibitorische neurotransmitter gamma-amino-boterzuur (GABA) dat een invloed heeft op twee andere neurotransmitters, nl. serotonine en dopamine, met een relaxerende invloed als gevolg.

Het EEG-onderzoek berust op de cerebrale emissie van zwakke elektrische impulsen die kunnen gedetecteerd worden op de hoofdhuid. Men onderscheidt 4 types cerebrale golven:

  • alfa-golven: waaktoestand met relaxatie en mentale alertheid («index of relaxation»).
  • bèta-golven: waaktoestand bij gestresseerd individu, concentratieproblemen.
  • delta-golven: diepste slaapstadia.
  • thèta-golven: lichte slaap; slaperigheid.

Bij onderzoek is gebleken dat ca. 30 à 40 minuten na L-theanine-inname (50 à 200 mg) alfa-golven optreden. De intensiteit van de alfa-golven was maximaal bij een inname van 200 mg.

L-theanine heeft door zijn significant effect op de cerebrale neurotransmitters (o.a .serotonine en dopamine) ook een gunstig effect bij geheugenstoornissen, leerproblemen en stemmingswisselingen. De bloeddrukregulatie door L-theanine berust waarschijnlijk op een invloed op de catecholaminerge en serotoninerge neuronen in de hersenen en het perifere zenuwstelsel.

Tot slot kan L-theanine ingezet worden in combinatie met bepaalde chemotherapeutica (zoals doxorubicine en idarubicine); het verhoogt er de efficiëntie van en vermindert ook de neveneffecten, o.a. door de anti-oxidatieve eigenschappen van L-theanine.

 

Referenties

  • Juneja, LR; Chu, DC; Okubo, T; Nagato, Y; Yokogoshi, H. (1999). “L-Theanine - a unique amino acid of green tea and its relaxation effect in humans”. Trends in Food Science & Technology 10 (2): 199–204
  • Kimura K, Ozeki M, Juneja L, Ohira H (2007). “L-Theanine reduces psychological and physiological stress responses”. Biol Psychol 74 (1): 39–45.
  • Haskell CF, Kennedy DO, Milne AL, Wesnes KA, Scholey AB (2008). “The effects of l-theanine, caffeine and their combination on cognition and mood”. Biol Psychol 77 (2): 113
  • Nathan P, Lu K, Gray M, Oliver C (2006). “The neuropharmacology of L-theanine(N-ethyl-Lglutamine): a possible neuroprotective and cognitive enhancing agent”. J Herb Pharmacother 6 (2): 21–30.
  • Yokogoshi H, Mochizuki M, Saitoh K. Theanine-induced reduction of brain serotonin concentration in rats. Biosci Biotechnol Biochem. 1998;62(4):816-7.
  • Yokogoshi H, Kobayashi M, Mochizuki M, Terashima T. Effect of theanine, γ-glutamylethylamide, on brain monoamines and striatal dopamine release in conscious rats. Neurochem Res.1998;23(5):667-73.
  • Egashira N, Ishigami N, Pu F, et al. (2008). “Theanine prevents memory impairment Phytother Res 22 (1): 65–8
  • Egashira N, Ishigami N, Pu F, et al., L-Theanine relieves positive, activation, and anxiety symptoms in patients with schizophrenia and schizoaffective disorder: an 8-week, randomized, double-blind, placebo-controlled, 2-center study, J Clin Psychiatry 2010;71:1-9., Stanley Research.

Lactoferrine

Lactoferrine is een ijzerbindend glycoproteïne dat door exocriene klieren en gespecialiseerde witte bloedcellen (neutrofielen) wordt aangemaakt en gesecreteerd. Het is aanwezig in moedermelk, plasma, gewrichtsvloeistof, cerebrospinaal vocht, speeksel, tranen, neusslijmvlies, longslijmvlies en spijsverteringssappen en speelt een cruciale rol in de eerstelijnsverdediging tegen bacteriën, schimmels, protozoa en virussen.

Oraal ingenomen lactoferrine is werkzaam ter hoogte van het slijmvlies van mondholte, maag en darmen. Het neemt er deel aan de lokale afweer tegen infecties, maar het heeft eveneens een stimulerende invloed op de systemische immuniteit (= elders in het lichaam).

Het bacteriostatisch effect van lactoferrine wordt gedeeltelijk toegeschreven aan het ijzerbindend vermogen. Veel pathogene bacteriën hebben ijzer nodig om te overleven, dit ijzer wordt hen ontnomen met lactoferrine in de buurt. Lactoferrine kan ook binden aan het oppervlak van sommige bacteriën. Net zoals het kan binden aan virussen (rotavirus, enterovirus, adenovirus, herpes simplex type 1) waardoor hun absorptie en opname in cellen fysisch wordt verhinderd. In vitro data documenteren het antibacterieel effect van lactoferrine tegen micro-organismen die acute diarree veroorzaken: rotavirus, E. coli, cholera, salmonella en shigella.

Lactoferrine bezit antitumorale eigenschappen. In respons op lactoferrine maken endotheelcellen uit de darm IL-18 aan (een boodschapperstof van het afweersysteem), worden systemische ‘Natural Killer’ cellen (NK-cellen) geactiveerd en CD8+ T-cellen tot vermenigvuldiging aangezet. Dergelijke immuuncellen en boodschapperstoffen zijn essentieel voor een efficiënte antitumorale afweer.

Lactoferrine remt eveneens de angiogenese (het vormen van nieuwe bloedvaatjes rond een kwaadaardig gezwel). Het immuunmodulerend effect van lactoferrine is uitgebreid. Zo komt lactoferrine ook tussen in het ontstekingsproces door de expressie van het pro-inflammatoire TNFα te belemmeren en de aanmaak van IL-10, een boodschapperstof van het afweersysteem die de ontsteking in toom houdt, te stimuleren. Dankzij deze anti-inflammatoire eigenschap kan lactoferrine worden ingezet als een natuurlijke therapie bij reumatoïde artritis.

De bifidobacteriën B. breve, B. infantis en B. bifidum bezitten lactoferrine-bindende eiwitten op hun celoppervlak. Dit verklaart enigszins waarom lactoferrine de groei van deze goedaardige darmbacteriën stimuleert. Lactoferrine is goed voor de darmflora.

Lactoferrine is een krachtig antioxidant omdat het ijzer bindt. IJzer vormt vaak de basis voor een vrije radicalenpathologie. Bij een fysiologische pH wordt ijzer sterk gebonden aan lactoferrine. Bij lagere pH fungeert lactoferrine als een ijzerdonor (vb. bij immuuncellen die ijzer nodig hebben voor een gecontroleerde aanmaak van vrije radicalen om micro-organismen mee te doden). Lactoferrine speelt bijgevolg een rol in de ijzerhomeostase.

Referenties

  • Bethell DR, Huang J. Recombinant human lactoferrin treatment for global health issues: iron deficiency and acute diarrhea. Biometals 2004; 17(3):337-42.
  • Seganti L, Di Biase AM, Marchetti M, Pietrantoni A, Tinari A, Superti F. Antiviral activity of lactoferrin towards naked viruses. Biometals 2004; 17(3):295-9.
  • Kim WS, Ohashi M, Tanaka T, Kumura H, Kim GY, Kwon IK, Goh JS, Shimazaki K. Growth-promoting effects of lactoferrin on L. acidophilus and Bifidobacterium spp. Biometals 2004; 17(3):279-83.
  • Yamaguchi H, Abe S, Takakura N. Potential usefulness of bovine lactoferrrin for adjunctive immunotherapy for mucosal Candida infections. Biometals 2004; 17(3):245- 8.
  • Ward PP, Conneely OM. Lactoferrin: role in iron homeostasis and host defense against microbial infection. Biometals 2004; 17(3):203-8.
  • Varadhachary A, Wolf JS, Petrak K, O’Malley BW Jr, Spadaro M, Curcio C, Forni G, Pericle F. Oral lactoferrin inhibits growth of established tumors and potentiates conventional chemotherapy. Int J Cancer 2004; 111(3):398-403.
  • Shimamura M, Yamamoto Y, Ashino H, Oikawa T, Hazato T, Tsuda H, Iigo M. Bovine lactoferrin inhibits tumor-induced angiogenesis. Int J Cancer 2004; 111(1):111-6.
  • Hayashida K, Kaneko T, Takeuchi T, Shimizu H, Ando K, Harada E. Oral administration of lactoferrin inhibits inflammation and nociception in rat adjuvant-induced arthritis. J Vet Med Sci 2004; 66(2):149-54.
  • Hayashida K, Takeuchi T, Harada E. Lactoferrin enhances peripheral opioid-mediated antinociception via nitric oxide in rats. Eur J Pharmacol 2004; 484(2-3):175-81.
  • Di Mario F, Aragona G, Dal Bo N, Cavestro GM, Cavallaro L, Iori V, Comparato G, Leandro G, Pilotto A, Franze A. Use of bovine lactoferrin for Helicobacter pylori eradication. Dig Liver Dis 2003; 35(10):706-10.

Luteïne

Luteïne is één van de voornaamste bouwstoffen voor het pigment dat de macula of gele vlek in het oog bedekt. Deze carotenoïde is een sterke antioxidant die het blauwe licht filtert en de lichtreceptoren beschermt tegen oxidatieve schade. De pigmentdichtheid van de macula verschilt bij ieder persoon en neemt gevoelig af bij het ouder worden. Een regelmatige supplementinname zorgt ervoor dat deze dichtheid behouden blijft. De macula ligt achter de lens en zorgt ervoor dat wij details kunnen zien en kleuren voldoende kunnen onderscheiden.

De hedendaagse voeding bevat zelden meer dan 2 mg luteïne per dag. Nochtans nemen vele wetenschappers aan dat een vijf tot tien maal grotere hoeveelheid noodzakelijk is om degeneratieve processen te vertragen. Door de inname van luteïne krijgt het oog bescherming tegen de ontwikkeling en progressie van staar.

Referenties

  • Annu Rev Nutr. 2003;23:171-201. Epub 2003 Feb 27.
  • J Am Optom Assoc. 1999 Jan;70(1):39-47.
  • 1998 Aug;82(8):907-10.
  • 2008;115(2):324-333.e2.
  • Invest Ophthalmol Vis Sci. 1993;34(6):2033–2040.
  • Invest Ophthalmol Vis Sci. 2008 Apr;49(4):1679-85.
  • J Med Liban. 2009 Oct-Dec;57(4):261-7.

Lycopeen

Lycopeen is verantwoordelijk voor de rode kleur van vele groenten en fruit zoals tomaat, watermeloen, rozenbottels, wortelen, pompoenpitten, paprika’s en papaja.

Er is enorm veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de effecten van lycopeen op de algemene gezondheid. Hieruit blijkt dat lycopeen vanuit de voeding veel krachtiger is dan de chemisch geraffineerde versie van lycopeen. Daarom komt in een hoogwaardig nutraceutical de 100 % natuurlijke lycopeen voort uit een geconcentreerd tomaatextract. Tal van studies tonen aan dat lycopeenhoudende groenten (vooral tomaten) en fruit een bijdrage kunnen leveren in de preventie van kanker.

In een artikel van het wetenschappelijk tijdschrift ‘ Journal of the National Cancer Institute’ werd door Edward Giovannucci een overzicht gegeven van 72 epidemiologische onderzoeken. Hierin kwam duidelijk naar voor dat er een opmerkelijk verband bestaat tussen de consumptie van tomaten & producten op basis van tomaat (met de daaraan gekoppelde hogere waarden van lycopeen in het bloed) en het lagere risico op het ontstaan van verschillende soorten van kanker. 57 studies toonden een omgekeerd evenredige relatie aan tussen de consumptie van tomaten (met daardoor hoge lycopeenwaarden in het bloed )en het risico op het ontstaan van bepaalde vormen van kanker. De bewijzen voor het gunstige effect van lycopeen waren het duidelijkst bij prostaat-, long- en maagkanker. Er waren ook aanwijzingen dat er een beschermende werking zou zijn bij pancreas-, darm-, slokdarm-, mondholte-, borst- en baarmoederhalskanker. Aangezien lycopeen een krachtige antioxidant is, beschermt het de cellen tegen mogelijke mutaties van het erfelijk materiaal wat tot kanker kan leiden.

Andere studies geven aan dat lycopeen de oxidatie van LDL cholesterol tegengaat en een gunstig effect heeft op hart-en vaatziekten. Het zou geoxideerde cholesterolafzettingen aan de bloedvatwanden voorkomen.

Lycopeen zou ook de huid beschermen tegen schade die UV licht van de zon veroorzaakt.

Referenties

  • Edward Giovannucci, M.D., Sc.D., Channing Laboratory. Tomatoes, Tomato-Based Products, Lycopene, and Cancer: Review of the Epidemiologic Literature . J Natl Cancer Inst (1999) 91 (4): 317-331.
  • Steinmetz KA Potter JD. Vegetables, fruit, and cancer. I. Epidemiology. Cancer Causes Control 1991;2:325-57.
  • Block G, Patterson B, Subar A. Fruit, vegetables, and cancer prevention: a review of the epidemiological evidence. Nutr Cancer 1992;18:1- 29.
  • World Cancer Research Fund American Institute for Cancer Research. Food, nutrition and the prevention of cancer: a global perspective. Washington (DC): American Institute for Cancer Research; 1997.
  • The American Cancer Society 1996 Advisory Committee on Diet, Nutrition, and Cancer Prevention. Guidelines on diet, nutrition, and cancer prevention: reducing the risk of cancer with healthy food choices and physical activity. CA Cancer J Clin 1996;46:325-41.
  • Di Mascio P, Kaiser S, Sies H. Lycopene as the most efficient biological carotenoid singlet oxygen quencher. Arch Biochem Biophys 1989;274:532-8.
  • Gartner C, Stahl W, Sies H. Lycopene is more bioavailable from tomato paste than from fresh tomatoes. Am J Clin Nutr 1997;66:116-22.
  • Hennekens CH, Buring JE, Manson JE, Stampfer M, Rosner B, Cook NR, et al. Lack of effect of long-term supplementation with beta carotene on the incidence of malignant neoplasms and cardiovascular disease. N Engl J Med 1996;334:1145-9.
  • Omenn GS, Goodman GE, Thornquist MD, Balmes J, Cullen MR, Glass A, et al. Effects of a combination of beta carotene and vitamin A on lung cancer and cardiovascular disease. N Engl J Med 1996;334:1150-5.
  • Kim DJ, Takasuka N, Kim JM, Sekine K, Ota T, Asamoto M, et al. Chemoprevention by lycopene of mouse lung neoplasia after combined initiation treatment with DEN, MNU and DMH. Cancer Lett 1997;120:15-22.
  • Krogh V, Freudenheim JL, D'Amicis A, Scaccini C, Sette S, Ferro-Luzzi A, et al. Food sources of nutrients of the diet of elderly Italians: II. Micronutrients.Int J Epidemiol 1993;22:869-77.
  • Khachik F, Beecher G, Smith JC Jr. Lutein, lycopene, and their oxidative metabolites in chemoprevention of cancer. J Cell Biochem Suppl 1995;22:236-46.
  • Gerster H. The potential role of lycopene for human health. J Am Coll Nutr 1997;16:109-26.

Maca

Maca (Lepidium meyenii) is een wortel die op een radijs lijkt en wordt ook wel Peruviaanse ginseng genoemd. De wortel bevat vele waardevolle ingrediënten zoals eiwitten, koolhydraten, essentiële aminozuren, vitamines, sterolen, mineralen (ijzer, zink, magnesium, calcium, fosfor), alkaloïden, isothiocyanaten, maar is ook een natuurlijke bron van de speciale stoffen DIM (Diindolylmethaan) en I3C (Indol-3-Carbinol).

Wetenschappelijk onderzoek geeft aan dat maca een adaptogeen is dat het lichaam, via regulatie van de bijnier-hypothalamus-hypofyse as, beter doet functioneren en de hormonale balans in evenwicht brengt. Daarom wordt maca vooral geadviseerd bij mensen met een hectische levensstijl die gebukt gaan onder zware stress en last hebben van slapeloosheid. Maca verhoogt het weerstands- en uithoudingsvermogen en gaat vermoeidheid tegen. Het staat als voedingssupplement vooral bekend om zijn revitaliserende en opwekkende eigenschappen met een gunstige invloed op de sexuele drive, zowel bij mannen als vrouwen.

Verder onderzoek toont ook aan dat maca helpt bij menopauzale ongemakken, ondersteunend werkt bij PMS en de vruchtbaarheid bij man en vrouw verbetert.

De belangrijkste eigenschappen van maca zijn:

  • verhoging van het energieniveau
  • het in balans houden van het hormonale systeem
  • verhoging van de uithouding en beter bestand tegen stress
  • verlichting van menopauzale ongemakken
  • verbetering van het seksuele functioneren (meer libido)
  • verhoging vrouwelijke vruchtbaarheid en productie van meer mannelijke zaadvloeistof
  • verbetering van de cognitieve functie

Referenties

  • Brooks NA, Wilcox G, Walker KZ, Ashton JF, Cox MB, Stojanovska L. Beneficial effects of Lepidium meyenii (Maca) on physiological symptoms and measures of sexual dysfunction in postmenopausal women are not related to estrogen or androgen content. Menopause 2008;15(6):1157-1162.
  • Brotto LA. The DSM diagnostic criteria for hypoactive sexual desire disorder in women. Archives of Sexual Behavior 2010;39(2):221-239.
  • Dording CM, Fsher L, Papakostas G, Farabaugh A, Sonawalla S, Fava M, Mischoulon D. A double-blind, randomized, pilot dose-finding study of maca root (L. meyenii) for the management of SSRI-induced sexual dysfunction. CNS Neuroscience Therapy and Therapeutics 2008;14(3):182-191.
  • Gonzales GF, Gonzales-Castaneda GC. The Methyltetrahydro-{beta}-Carbolines in Maca (Lepidium meyenii). Evidence Based Complementary Alternative Medicine 2009;6(3):315-316.
  • McGuffin M, Kartesz JT, Leung AY, Tucker AO, editors. Herbs of Commerce. 2nd edition. Silver Spring (MD): American Herbal Products Association; 2000.
  • Mehta K, Gala J, Bhasake S, Naik S, Modak M, Thakur H, Deo N, Miller S. Comparison of glucosamine sulfate and a polyherbal supplement for the relief of osteoarthritis of the knee. BMC Complementary and Alternative Medicine 2007;7(34):1-13.
  • Meissner, Kapczynski, Mscisz, Lutomski. Use of Gelatinized Maca (Lepidium peruvianum) in Early Postmenopausal Women - a Pilot Study. International Journal of Biomedical Sciences 2005;1(1):33-45.
  • Meissner, Reich-Bilinska, Kedzia. Therapeutic Effects of Pre-Gelatinized Maca (Lepidium peruvianum Chacon) used as a non-hormonal alternative to HRT in perimenopausal women - Clinical Pilot study. International Journal of Biomedical Sciences 2006;2(2):143-159. NS 2012. Natural Standard. Maca (Lepidium meyenii) Copyright 2012 [Internet]. [Accessed 2012 April 18]. Available from: http://www.naturalstandard.com.
  • Sandoval M, Okuhama NN, Angeles MF, Melchor VV, Condezo AL, Lao L, Miller JSM. Antioxidant activity of the cruciferous vegetable Maca (Lepidemium meyenii). Food Chemistry 2002;79(2):207-213
  • Stone M, Ibarra A, Roller M, Zangara A, Stevenson A. A pilot investigation into the effect of maca supplementation on physical activity and sexual desire in sportsmen. Journal of Ethnopharmacology 2009;126(3):574-576.

Magnesium

Magnesium komt in heel wat voedingsmiddelen voor; toch is er een gebrek aan magnesium bij een overgroot deel van de bevolking, aangezien we te maken hebben met verarmde landbouwbodems, stress en het overmatig gebruik van alcohol, koffie, suiker of geraffineerde granen. Magnesium is een zéér belangrijk mineraal dat zorgt voor heel wat functies in het lichaam. Het speelt een cruciale rol in meer dan 300 enzym gecontroleerde metabolische reacties. Magnesium werkt als katalysator, d.w.z. dat het de snelheid verhoogt van chemische reacties die optreden in het lichaam. Zo wordt magnesium gebruikt in de Krebs-cyclus, de cyclus in elke cel die leidt tot energieproductie. Zonder magnesium wordt de overdracht van zenuw- en spierimpulsen aangetast. Dit kan leiden tot zenuw-aandoeningen, depressie en spierkrampen.                                                                                                                                                       Magnesium kan nuttig zijn bij de behandeling van symptomen van PMS, waaronder prikkelbaarheid en stemmingswisselingen. Magnesium vermindert ook menstruatiepijn door het ontspannen van de spieren van de baarmoeder.                                                                                                                                                                                    Magnesium is een belangrijk mineraal voor de gezondheid van hart en bloedvaten. Het reguleert de hartslag, voorkomt aderverkalking en ontspant de vaten waardoor het ook kan ingezet worden bij hoge bloeddruk. Een aantal onderzoeken wijzen ook op de gunstige invloed van magnesium op de cholesterolspiegel en op een bescherming tegen osteoporose.

Magnesium draagt tevens bij tot een betere werking van het energiemetabolisme en wordt vaak gegeven aan mensen met algemene vermoeidheid, zwakke spierfunctie, verminderd geheugen & concentratievermogen, stress en spanning.                                                                                                         Magnesium ondersteunt het behoud van botten en tanden en speelt een rol in het proces van celdeling.                                                                                                                                                                                       De biologische beschikbaarheid van organische magnesiumvormen(zoals bv. citraat, malaat, glycerofosfaat en bisglycinaat) is beter dan die van anorganische (bijv. magnesiumoxide). De glycerofosfaatvorm is vetoplosbaar, de bisglycinaatvorm kan deels intact worden opgenomen (zonder inwerking van verteringsenzymen), en de malaat- en citraatvormen bieden naast magnesium eveneens citraat en malaat als intermediairen van de Krebscyclus (onderdeel van de cellulaire energieproductie).

Selenium draagt bij tot de bescherming van de cellen tegen oxidatieve stress, de instandhouding van normaal haar en nagels, een normale spermatogenese en de normale werking van het immuunsysteem en de schildklier.                                                                                                                                                   De biologische beschikbaarheid van organische seleniumvormen (zoals selenomethionine en selenocysteïne) is beter dan die van anorganische (bijv. selenaat, seleniet). De organische vormen worden beter vastgehouden in het lichaam dan de anorganische, en een in-vitro-model toont hoe de selenium uit verrijkte gist beter wordt opgenomen in de darmcel dan seleniet.

Maitake

Maitake (Grifola frondosa of eikhaas) is een uitermate voedzame paddenstoel. Slechts één van de vele beschikbare maitake-extracten bezit een wetenschappelijk bewezen uitwerking op het immuun-systeem die inmiddels meer dan 20 jaar lang bestudeerd werd. Het is de maitake D-fractie die door het onderzoeksteam rond professor Nanba ontwikkeld is aan de Japanse ‘Kobe Pharmaceutical University’.

De maitake D-fractie van prof. Nanba bevat vertakte bèta-glucanen als voornaamste actieve stoffen: bèta-1,6 glucanen (hoofdketens) en bèta-1,3 glucanen (zijketens). De unieke activiteit op het immuunsysteem is te danken aan het specifieke vertakkingspatroon van de bèta-glucanen. Bij bèta-glucanen uit gerst, haver of bakkersgist is dit patroon bijvoorbeeld helemaal anders waardoor ze ook niet die positieve invloed uitoefenen op het immuunsysteem. De maitake D-fractie bestaat voor 90% uit bèta-glucanen en voor 10% uit eiwitten. De goede absorptie van deze bèta-glucanen is te danken aan de eiwitfractie, een overblijfsel van de voedingsmatrix.

De maitake D-fractie van prof. Nanba werd met succes toegepast in kleinschalige studies bij mensen met borstkanker, prostaatkanker, longkanker en leverkanker, vooral als aanvullende therapie bij hun chemokuur. De deelnemers aan de studies vertoonden bij gebruik van de maitake D-fractie minder bijwerkingen van de chemotherapeutica (minder pijn, misselijkheid, haarverlies en verlies aan witte bloedcellen). De dagelijkse doseringen varieerden van 120-225 mg D-fractie. Het werkingsmechanisme van maitake D-fractie tegen kanker berust vooral op een stimulatie van zowel aangeboren als verworven immuunsysteem.

De bèta-glucanen uit de maitake D-fractie maken het immuunsysteem alerter bij kankerpatiënten, maar ook bij gezonde personen:

  • de macrofagen, monocyten, NK-cellen en neutrofielen van het aangeboren immuun-systeem bezitten een receptor (bindingsplaats) voor bèta-glucanen, dit verklaart waarom ze onder invloed van de maitake D-fractie in aantal en activiteit toenemen
  • Maitake D-fractie stimuleert de NK-cellen rechtstreeks, maar eveneens onrechtstreeks via de activatie van macrofagen die IL-12 uitscheiden; IL-12 is een boodschapperstof van het aangeboren immuunsysteem die de werking van NK-cellen en dendritische cellen activeert
  • de dendritische cellen die door de maitake D-fractie tot actie worden aangespoord, zullen in het geval van kanker vooral de killer T-cellen van het verworven immuunsysteem inschakelen terwijl ze bij gezonde personen ook de B-cellen van het verworven immuunsysteem activeren

Referenties

  • Hobbs C. Medicinal Mushrooms. Santa Cruz, CA: Botanica Press, 1995,110-5.
  • Nanba H, Hamaguchi AM, Kuroda H. Tbc chemical structure of an antitumor polysaccharide in fruit bodies of Grifola frondosa (maitake). Chem Pharm Buil 1987;35:1162- 8.
  • Yamada Y, Nanba H, Kuroda H. Antitumor effect of orally administered extracts from fruit body of Grifola frondosa (maitake). Chemotherapy 1990;38:790-6.
  • Nanba H. Immunostimulant activity in vivo and anti-HIV activity in vitro of 3 branched b-1-6-glucans coracted from maitake mushrooms (Grifola frondosa). VIII International Conference on AIDS, Amsterdam, 1992 [abstract].
  • Kubo K, Nanba H. Anti-hyperliposis effect of maitake fruit body (Grifola frondosa). 1. Biol Pharrn Buil 1997;20:781-5.
  • Adachi K, Nanba H, Otsuka M, Kuroda H. Blood pressure lowering activity present in the fruit body of Grifola frondosa (maitake). Chem Pharm Buil 1988;36:1000-6.

Mangaan

Mangaan is een essentieel mineraal en onderdeel van een aantal metallo-enzymen en is betrokken bij de eiwit-, nucleïnezuur-, vetzuur- en koolhydraatstofwisseling. Mangaan is ook belangrijk in de werking van nutriënten zoals choline, biotine, vitamine C, vitamine B1 en de synthese van geslachtshormonen, schildklierhormoon, protrombine, ureum en bloed. Mangaan is tevens een cofactor in de biosynthese van proteoglycanen (PG) en bij de aanhechting van suikers aan collageen.

Mangaan zit in volkorenbrood en volkoren graanproducten, thee, groente en fruit.

Mariadistel (Silybum marianum)

Mariadistel (Silybum marianum) is het best bestudeerde kruid om de leverfunctie te ondersteunen. Mariadistel wordt therapeutisch toegepast bij aantasting van de lever door alcoholmisbruik (leververvetting, hepatitis, levercirrose), bij acute en chronische virale hepatitis, of bij leveraandoeningen geïnduceerd door toxines zoals bij chronisch gebruik van tacrine (alzheimermedicijn), rifampicine en isoniazide (antibiotica) of paracetamol (pijnstiller).

De positieve invloed van mariadistel is alleen waarneembaar bij gebruik van extracten die rijk zijn aan silymarine. Silymarine wordt gewonnen uit de zaden van mariadistel en is een mengsel van chemisch verwante stoffen waaronder silybine, isosilybine, silychristine en silydianine.

Als antioxidant en leverbeschermende stof is silybine actiever dan de overige stoffen uit silymarine. Het is ook de belangrijkste component: silymarine bevat 50-70% silybine (synoniemen zijn silybinine en silibinine). Poeder van gedroogde zaden bevat maar 1.5-3% silymarine. En aangezien een doeltreffende dagportie overeenkomt met ongeveer 420 mg conventionele silymarine, zal u moeten uitkijken naar een extract dat een hoge standaardisatie bevat (bv. 70-80% silymarine).

Er bestaat een alternatief dat lager gedoseerd kan worden: silybine in fytosoomvorm, de silybine die gekoppeld zit aan fosfatidylcholine (een fosfolipide) uit soja. Als fytosoom wordt silybine 4.6 keer beter opgenomen uit de darm dan gewone silybine (aanwezig in conventionele silymarine). De hogere biologische beschikbaarheid van silybinefytosoom werd aangetoond bij gezonde vrijwilligers, patiënten met levercirrose en personen bij wie de galblaas werd verwijderd. Gewone silybine wordt iets moeilijker geabsorbeerd omdat het bestanddeel vrij groot is om zonder hulp doorheen de darmwand te diffunderen en bovendien niet zo goed oplost in vet, wat nodig is om gemakkelijk doorheen het celomhulsel van de darmcel te geraken.

De fytosoomtechniek verbetert de opname van silybine en van veel andere plantaardige stoffen. De fytosoomvorm van silybine is niet alleen nuttig voor een betere opname, maar zelfs voor een betere werking. Silybinefytosoom levert namelijk twee leverbeschermende stoffen: silybine én fosfatidylcholine. Beide stoffen werken synergetisch.

Silybine herstelt beschadigde levercellen als antioxidant en ontstekingsremmer, maar ook door bindingsplaatsen voor gifstoffen zelf te bezetten, de eiwitsynthese in de levercel te ondersteunen en de vorming van littekenweefsel af te remmen.

Fosfatidylcholine is op zich een onderdeel van de celomhulsels. Daarom kan een beschadigd fosfolipide uit het celomhulsel van een levercel vlot vervangen worden door een fosfatidyl-molecule uit het fytosoom. De werkzaamheid en het veiligheidspatroon van silybine-fytosoom is bewezen: in klinische studies stelden de onderzoekers een duidelijke verbetering van de leverfunctie vast, en dagelijks gebruik van 1085 mg silybine in fytosoomvorm (ruim boven de gangbare inname van 80-160 mg/dag) werd goed verdragen.

Referenties

  • Steven Foster Group. The Milk Thistle Silybum marianum. Accessed January 2, 2002. Available at: http:// www.stevenfoster.com/education/monograph/milkthistle.html
  • Robbers JE, Tyler VE. In: Tyler’s Herbs of Choice. Binghamton, NY: The Haworth Herbal Press: 1999: 76-79.
  • Savio D, Harrasser PC, Basso G. Softgel capsule technology as an enhancer device for the absorption of natural principles in humans. A bioavailability crossover randomised study on silybin. Arzneimittelforschung. 1998;48:1104-1106.
  • Skottova N, SVagera Z, Vecera R, Urbanek K, Jegorov A, Simanek V. Pharmacokinetic study of iodinelabeled silibinins in rat. Pharmacol Res. 2001;44:247-253.
  • Buzzelli G, Moscarella S, Giusti A, et al. A pilot study on the liver protective effect of silybinphosphatidylcholine complex (IdB 1016) in chronic active hepatitis. Int J Clin Pharmacol Ther Toxicol. 1993;31:456- 460.
  • Wellington K, Jarvis B. Silymarin: a review of its clinical properties in the management of hepatic disorders. BioDrugs. 2001;15:465-489.
  • Buzzelli G, Moscarella S, Giusti A, Duchini A, Marena C, Lampertico M. A pilot study on the liver protective effect of silybin-phosphatidylcholine complex (IdB1016) in chronic active hepatitis. Int J Clin Pharmacol Ther Toxicol. 1993;31:456-460.
  • Lieber CS. Alcoholic liver disease: new insights in pathogenesis lead to new treatments. J Hepatol. 2000;32:113-128.
  • Pares A, Planas R, Torres M, et al. Effects of silymarin in alcoholic patients with cirrhosis of the liver: results of a controlled, double-blind, randomized and multicenter trial. J Hepatol. 1998;28:615-621.
  • Ferenci P, Dragosics B, Dittrich H, et al. Randomized controlled trial of silymarin treatment in patients with cirrhosis of the liver. J Hepatol. 1989;9:105-113.
  • Bokemeyer C, Fels LM, Dunn T,et al. Silibinin protects against cisplatin-induced nephrotoxicity without compromising cisplatin or ifosfamide anti-tumour activity. Br J Cancer. 1996;74:2036-2041.
  • Vogel G, Tuchweber B, Trost W, Mengs U. Protection by silibinin against Amanita phalloides intoxication in beagles.Toxicol Appl Pharmacol. 1984;73:355-362.
  • Sonnenbichler J, Scalera F, Sonnenbichler I, Weyhenmeyer R. Stimulatory effects of silibinin and silicristin from the milk thistle Silybum marianum on kidney cells. J Pharmacol Exp Ther. 1999;290:1375-1383.
  • Horvath ME, Gonzalez-Cabello R, Blazovics A, et al. Effect of silibinin and vitamin E on restoration of cellular immune response after partial hepatectomy. J Ethnopharmacol. 2001;77:227-232.
  • American Liver Foundation. Prevention of Liver Disease. Accessed January 9, 2002. Available at: http:// www.liverfoundation.org/hmtl/liveheal.dir/

Mastic gum

Mastic gum bezit een helend effect op zweren van maag en duodenum. De doeltreffendheid wordt vooral toegeschreven aan het regulerend effect op de maagzuursecretie en een beschermend effect op cellen uit de maagwand.

Een maagzweer kan verschillende oorzaken hebben. Sommige medicatie zoals bepaalde NSAID’s (indomethacine, naproxen of pijnstillers op basis van acetylsalicylzuur) zijn bij langdurig gebruik irriterend voor de maagwand. Ook stress, roken en overmatig alcoholgebruik maken de maag van streek. Het zijn allemaal belastende factoren voor het ontwikkelen van een maagzweer (ulcus).

Bovendien is het opvallend dat meer dan 75% van de maagzweren geïnfecteerd zijn met Helicobacter pylori, een spiraalvormige bacterie. Bij duodenumzweren loopt het aantal besmettingen met H. pylori zelfs op tot meer dan 95%. Het leidt geen twijfel meer: H. pylori infectie is een belangrijke oorzaak voor het ontstaan van maag- en duodenumzweren.

Dat mastic gum, alvast in-vitro, H. pylori kan doden is een mogelijke bijdragende factor tot het genezend effect van deze gom op maagzweren. Mastic gum vernietigt deze maagbacterie bij vrij lage concentraties (0,06 mg/ml). En ook al roeit mastic gum deze maagbacterie in vivo vermoedelijk niet volledig uit, toch lijkt het logisch dat het de groei van H. pylori in de maag drastisch zal beïnvloeden.

Bij ratten op een dieet met toegevoegde indomethacine vermindert door aanvulling met mastic gum het ulcerogeen effect van deze NSAID. Bij twintig patiënten bij wie een duodenumzweer endoscopisch werd vastgesteld, was 80% onder hen na een dagelijkse inname van 1 g mastic gum in 2 weken van hun maagpijn verlost. Deze studie is goed betrouwbaar en werd uitgevoerd volgens de gouden standaard van klinisch onderzoek: dubbelblind en placebo gecontroleerd. Dat het ulcus daadwerkelijk genezen was, werd endoscopisch bevestigd bij 70% van alle patiënten.

Referenties

  • Carson CF, Riley TV. Non-antibiotic therapies for infectious diseases. Commun Dis Intell 2003;27:S143-6.
  • Loughlin MF, Ala’Aldeen DA, Jenks PJ. Monotherapy with mastic does not eradicate Helicobacter pylori infection from mice. J Antimicrob Chemother 2003; 51(2):367-71.
  • Bebb JR, Bailey-Flitter N, Ala’Aldeen D, Atherton JC. Mastic gum has no effect on Helicobacter pylori load in vivo. J Antimicrob Chemother 2003; 52(3):522-3.
  • Marone P, Bono L, Leone E, Bona S, Carretto E, Perversi L. Bactericidal activity of Pistacia lentiscus mastic gum against Helicobacter pylori. J Chemother 2001; 13(6):611- 4.
  • Magiatis P, Melliou E, Skaltsounis AL, Chinou IB,Mitaku S. Chemical composition and antimicrobial activity of the essential oils of Pistacia lentiscus var. Chia. Planta Medica 1999; 65(8):749-52.
  • Bonsignore L, Cottiglia F, Loy G. Antibacterial, activity of Pistacia lentiscus aerial parts. Fitoterapia 1998; 69(6):537-8.
  • Gabr KE. Influence of indomethacin-mastic combinations on dissolution, absorption and gastrointestinal mucosal damage in rats. Int J Pharm 1997; 158(2):137-5.
  • Van den Berg KJ, van der Horst J, Boon JJ, Sudmeijer OO. Cis-1,4-poly-beta-myrcene; the structure of the polymeric fraction of mastic resin (Pistacia lentiscus L.) elucidated. Tetrahedron lett 1998; 39(17):2645-8.
  • Lauk L, Ragusa S, Rapisarda A, Franco S, Nicolosi VM. In vitro antimicrobial activity of Pistacia lentiscus L extracts: Preliminary report. J Chemother 1996; 8(3):207-9.
  • Tassou CC, Nychas GJE. Antimicrobial activity of the essential oil of mastic gum (Pistacia lentiscus var chia) on gram positive and gram negative bacteria in broth and in model food system. Int J Biodeter Biodegrad 1995; 36(3-4):411-20.
  • Huwez FU, Thirwell D, Cockayne A, Ala’Aldeen DAA. Mastic gum kills Helicobacter pylori. New Engl J Med 1998; 339(26):1946.
  • Huwez FU. Mastic gum kills Helicobacter pylori (correction of vol 339, pg 1946, 1998). New Engl J Med 1999, 340(7):576.
  • Huwez FU, Al-Habbal MJ. Mastic in treatment of benign gastric ulcers. Gastroenterol Jpn 1986; 21(3):273-4.
  • Al-Said MS, Ageel AM, Parmar NS,Tariq M. Evaluation of mastic, a crude drug obtained from Pistacia lentiscus for gastric and duodenal anti-ulcer activity. J Ethnopharmacol 1986; 15(3):271-8.

Meidoorn

Meidoorn (Crataegus oxyacantha) wordt gebruikt bij nerveuze hartklachten, hartproblemen door een verhoogde bloeddruk en in geval van hartproblemen bij fysieke inspanningen. De actieve stoffen van meidoorn bestaan uit aminen en flavonoïden.

Dit kruid wordt ook gebruikt om de kransslagaders te verwijden, wat de bloedstroom naar de hartspieren stimuleert. Meidoorn verlicht bovendien de symptomen van angina. De effecten zijn meestal niet direct waarneembaar, maar bij langdurig gebruik van meidoorn worden de symptomen zwakker en werkt het als een hartversterkend middel.

Hoogkwalitatieve extracten worden gemaakt van bloeiende stengeltoppen (blad + bloem), en zijn gestandaardiseerd op vitexine-2’’-O-rhamnoside of OPC’s (oligomerische proanthocyanidinen).

Meidoornextract bestaat ook onder de vorm van fytosomen. Dit is een manier om de opneembaarheid van plantextracten te verbeteren. De productie van fytosomen volgt een gepatenteerde methode waarbij afzonderlijke bestanddelen uit een plantextract gekoppeld worden aan fosfatidylcholine uit soja (ook sojalecithine genoemd). Fosfatidylcholine is een vet dat behoort tot de fosfolipiden. Het bestaat uit een wateroplosbaar kopstuk (choline) en twee vetoplosbare staarten (vetzuren).

Referenties

  • American Botanical Council. Hawthorn for congestive heart failure. HerbalGram. 1995;34:11.
  • Anon: Hawthorn. In: DerMarderosian A, Beutler JA, eds. Facts and Comparisons: The Review of Natural Products. St. Louis, MO, Facts and Comparisons. June 1999.
  • Belz GG, Butzer R, Gaus W, Loew D. Camphor-Crataegus berry extract combination dose-dependently reduces tilt induced fall in blood pressure in orthostatic hypotension. Phytomedicine. 2002;9(7):581-588.
  • Blumenthal M, Gruenwald J, Hall T, Rister RS, eds. The Complete German Commission E Monographs.
  • Austin,Texas: American Botanical Council; 1998.
  • Brown DJ. High dose hawthorn fruit extract for advanced congestive heart failure. HerbalGram. 2003;57:24-25 and 28.
  • Chase C. Small trial shows hawthorn leaf and flower extract is effective in early-stage congestive heart failure. HerbalGram. 2002;56:23.
  • Chase C. Hawthorn extract in mild, essential hypertension. American Botanical Council HerbClip. July 27, 2002.
  • Fong HH, Bauman JL. Hawthorn. Journal of Cardiovascular Nursing. 2002;16(4):1-8.
  • Fugh-Berman A. Herbs and dietary supplements in the prevention and treatment of cardiovascular disease. Preventive Cardiology. 2000;3(1):24-32.
  • Haughton C. Crataegus oxyacanthoides (Thuill.). Revised September 23, 2002. Available at: http://www.purplesage.org.uk/profiles/hawthorn.htm. Accessed March 28, 2003.

Melatonine

Melatonine is een hormoon dat aangemaakt wordt in de pijnappelklier, een klier niet groter dan een erwt en gelegen in het centrum van de hersenen. Melatonine wordt aangemaakt als de avond valt (daarom wordt het ook wel "het hormoon van de duisternis" genoemd) en bereikt een maximaal niveau midden in de nacht, terwijl het niveau naar de ochtend toe weer afneemt.

Melatonine regelt dus het dag-en nachtritme en synchroniseert de interne biologische klok. De afgifte van melatonine wordt geremd door het licht. Daarom maken heel wat mensen door het kunstlicht, computerwerk ’s avonds en het langdurig TV kijken onvoldoende melatonine aan om een goede nachtrust te bekomen; dit zou één van de oorzaken zijn van de toenemende slapeloosheid. Ook produceert het lichaam minder melatonine als we ouder worden; dit zou ook één van de redenen zijn waarom ouderen minder goed slapen.

Melatonine zorgt ervoor dat de lichaamstemperatuur daalt, waardoor het lichaam weet dat het nacht is en gaat rusten. Wanneer de stof in het bloed komt, worden we suf en vallen we in slaap. Melatonine geeft de nodige rust en zorgt voor herstel van het lichaam, wat noodzakelijk is voor een goede gezondheid. Dit hormoon beschermt ons tegen vrije radicalen en versterkt het immuunsysteem. Tevens ondersteunt melatonine het hart- en bloedvatenstelsel, heeft een gunstige werking op ouderdomsverschijnselen en vermindert spanningen.

Tenslotte wordt melatonine vooral aanbevolen bij jetlag omdat dit hormoon de verstoring van het interne slaap/waak ritme herstelt.

Referenties

  • Boyko Y, Ording H, and Jennum P. Sleep disturbances in critically ill patients in ICU: how much do we know? Acta Anaesthesiol.Scand. 2012;56(8):950-958.
  • Dijk DJ, Duffy JF, Silva EJ, et al. Amplitude reduction and phase shifts of melatonin, cortisol and other circadian rhythms after a gradual advance of sleep and light exposure in humans. PLoS.One. 2012;7(2):e30037.
  • Etain B, Dumaine A, Bellivier F, et al. Genetic and functional abnormalities of the melatonin biosynthesis pathway in patients with bipolar disorder. Hum.Mol.Genet. 9-15-2012;21(18):4030-4037.
  • Forbes-Robertson S, Dudley E, Vadgama P, et al. Circadian disruption and remedial interventions: effects and interventions for jet lag for athletic peak performance. Sports Med. 3-1-2012;42(3):185-208.
  • Gitto E, Aversa S, Salpietro CD, et al. Pain in neonatal intensive care: role of melatonin as an analgesic antioxidant. J.Pineal Res.2012;52(3):291-295.
  • Munoz F, Lopez-Pena M, Mino N, et al. Topical application of melatonin and growth hormone accelerates bone healing around dental implants in dogs. Clin.Implant.Dent.Relat Res. 2012;14(2):226-235.
  • Nikles J, Lo V, Giam JA, et al. Exploring melatonin prescribing among customers of compounding pharmacies in Australia. Med.J.Aust. 4-2- 2012;196(6):384-385.
  • Otmani S, Metzger D, Guichard N, et al. Effects of prolonged-release melatonin and zolpidem on postural stability in older adults. Hum.Psychopharmacol. 2012;27(3):270-276.
  • Sekeroglu MR, Huyut Z, and Him A. The susceptibility of erythrocytes to oxidation during storage of blood: effects of melatonin and propofol. Clin.Biochem. 2012;45(4-5):315-319.
  • Sigurdardottir LG, Valdimarsdottir UA, Fall K, et al. Circadian disruption, sleep loss, and prostate cancer risk: a systematic review of epidemiologic studies. Cancer Epidemiol.Biomarkers Prev. 2012;21(7):1002-1011.
  • Soares SR, Martinez-Varea A, Hidalgo-Mora JJ, et al. Pharmacologic therapies in endometriosis: a systematic review. Fertil.Steril.2012;98(3):529-555

Melissa officinalis

Melissa officinalis wordt volgens ESCOP aangeraden bij krampen van het maagdarmstelsel, en door de Duitse Commissie E voor nerveuze slaapproblemen.

Methylcobalamine

Methylcobalamine is de biologisch actieve vorm van vitamine B12 en is de beste vorm voor het herstellen van de neuronen & de myelineschede die de zenuwen beschermt. Methylcobalamine wordt niet alleen preventief gebruikt maar wordt ook met succes ingezet bij de ondersteuning van neurologische aandoeningen zoals de ziekte van Parkinson, perifere neuropathieën en de ziekte van Alzheimer. Een tekort aan vitamine B12 wordt in verband gebracht met bloedarmoede, verhoogde homocysteïneniveaus, geheugenverlies, neurologische problemen, chronisch vermoeidheidssyn-droom en een tekort aan foliumzuur.

Wetenschappelijke onderzoeken tonen ook aan dat methylcobalamine de klachten verlicht bij een aangezichtsverlamming en de werking van de natuurlijke killer cellen en T-lymfocyten versterkt.

Aan volwassenen boven 50 jaar wordt aangeraden een vitamine B12 supplement te nemen, aangezien deze groep een risico loopt op een tekort. Mensen die overgevoelig zijn voor cobalamine of kobalt kunnen beter geen vitamine B12 supplement nemen.

Referenties

  • Ammendolia C, Stuber K, de Bruin LK, et al. Nonoperative treatment of lumbar spinal stenosis with neurogenic claudication: a systematic review. Spine (Phila Pa 1976.) 5-1-2012;37(10):E609-E616.
  • Banka S, Ryan K, Thomson W, et al. Pernicious anemia - Genetic insights. Autoimmun.Rev 2-4-2011;
  • Debreceni B. and Debreceni L. Why do homocysteine-lowering B vitamin and antioxidant E vitamin supplementations appear to be ineffective in the prevention of cardiovascular diseases? Cardiovasc.Ther. 2012;30(4):227-233.
  • de Jager CA, Oulhaj A, Jacoby R, et al. Cognitive and clinical outcomes of homocysteine-lowering B-vitamin treatment in mild cognitive impairment: a randomized controlled trial. Int J Geriatr.Psychiatry 2012;27(6):592-600.
  • Dror DK and Allen LH. Interventions with vitamins B6, B12 and C in pregnancy. Paediatr.Perinat.Epidemiol. 2012;26 Suppl 1:55-74.
  • Dullemeijer C, Souverein OW, Doets EL, et al. Systematic review with dose-response meta-analyses between vitamin B-12 intake and European Micronutrient Recommendations Aligned's prioritized biomarkers of vitamin B-12 including randomized controlled trials and observational studies in adults and elderly persons. Am.J Clin.Nutr 2013;97(2):390-402.
  • Ford AH and Almeida OP. Effect of homocysteine lowering treatment on cognitive function: a systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials. J Alzheimers.Dis. 2012;29(1):133-149.
  • Hovdenak N and Haram K. Influence of mineral and vitamin supplements on pregnancy outcome. Eur.J Obstet.Gynecol.Reprod.Biol. 2012;164(2):127-132.
  • Jesse S and Ludolph AC. [Thiamine, pyridoxine and cobalamine. From myths to pharmacology and clinical practice]. Nervenarzt 2012;83(4):521-532.
  • Morris MC. Nutritional determinants of cognitive aging and dementia. Proc.Nutr Soc. 2012;71(1):1-13.
  • Negi RC, Kumar J, Kumar V, et al. Vitamin B12 deficiency presenting as pyrexia. J Assoc.Physicians India 2011;59:379-380.
  • Reade MC, Davies SR, Morley PT, et al. Review article: management of cyanide poisoning. Emerg.Med.Australas. 2012;24(3):225-238.
  • Roderique EJ, Gebre-Giorgis AA, Stewart DH, et al. Smoke inhalation injury in a pregnant patient: a literature review of the evidence and current best practices in the setting of a classic case. J Burn Care Res 2012;33(5):624-633.
  • Wang QP, Bai M, and Lei D. Effectiveness of acupuncture in treatment of facial spasm: a meta-analysis. Altern Ther.Health Med. 2012;18(3):45-52..
  • Xu HB, Jiang RH, Chen XZ, et al. Chinese herbal medicine in treatment of diabetic peripheral neuropathy: a systematic review and meta-analysis. J Ethnopharmacol. 9-28-2012;143(2):701-708.

 

Methylsulfonylmethaan

Methylsulfonylmethaan(MSM) is organisch gebonden aan zwavel. De geringe hoeveelheid MSM aanwezig in verse voedingsstoffen (o.a. in koemelk, verse groenten en fruit, zeevruchten…) wordt gemakkelijk vernietigd door verdere verwerkingen (opwarmen, drogen). Verder neemt de hoeveelheid die aanwezig is in het lichaam af met de leeftijd. Op die manier wordt de hoeveelheid die nodig is voor een optimale werking zelden bereikt. MSM is intussen reeds meer dan 30 jaar bestudeerd en uitvoerig getest. De belangrijkste onderzoekers waren Dr. Stanley Jacob en Dr. Robert Herschler.

De specifieke werking van MSM wordt verklaard door de vorming en het herstel van covalente disulfideverbindingen (eiwitten, keratine, bindweefsel, kraakbeen, huid, haar…) die enerzijds de weefsels samenhouden en anderzijds de membranen permeabel houden. Op die manier kunnen vloeistoffen gemakkelijk door de celwand passeren waarbij ze voedingsstoffen binnenbrengen en gifstoffen verwijderen. Zo komt er geen opzwelling, ontsteking en pijn.

De werking van MSM is eveneens te verklaren door het feit dat het enzyme C-S lyase de koolstof-zwavel verbinding splitst van MSM, aanwezig in de mucosa. Daardoor ontstaat er een stof die reageert met de gifstoffen (xenobiotica) en bevordert hun excretie. Verder gaat MSM competitie aan met ingenomen gifstoffen (allergenen) voor het bezetten van receptorplaatsen in de mucosa van het darmkanaal.

Door het feit dat MSM zowel ontstekingswerend als pijnverzachtend werkt, wordt het regelmatig toegepast bij artritis en gewrichtspijnen.

Ook bezit MSM anti-allergische eigenschappen omwille van zijn ‘coatende’ werking in het spijsverteringskanaal waardoor allergenen geen bindingen kunnen aangaan en gemakkelijker worden uitgescheiden door de meer doorlaatbare celwanden.

MSM wordt ook toegepast bij een droge en gerimpelde huid, bij acné, littekens, snij-en schaafwonden. MSM zorgt voor flexibele verbindingen tussen huidcellen. Het blokkeert ongewenste cross-linking, verhoogt de elasticiteit en herstelt de beschadigde huid, vooral in combinatie met vitamine C.

MSM wordt ook ingeschakeld bij spijsverteringsproblemen en maagzuuroprispingen.

Referenties

  • Ameye LG, Chee WS. Osteoarthritis and nutrition. From nutraceuticals to functional foods: a systematic review of the scientific evidence. Arthritis Res Ther 2006;8(4):R127.
  • Barrager E, Veltmann JR, Schauss AG, et al. A multicentered, open-label trial on the safety and efficacy of methylsulfonylmethane in the treatment of seasonal allergic rhinitis. J.Altern.Complement Med. 2002;8(2):167-173.
  • Brien S, Prescott P, Lewith G. Meta-analysis of the related nutritional supplements dimethyl sulfoxide and methylsulfonylmethane in the treatment of osteoarthritis of the knee. Evid.Based.Complement Alternat.Med 2011;2011:528403.
  • Brien S, Prescott P, Bashir N, et al. Systematic review of the nutritional supplements dimethyl sulfoxide (DMSO) and methylsulfonylmethane (MSM) in the treatment of osteoarthritis. Osteoarthritis.Cartilage. 2008;16(11):1277-1288.
  • Debbi EM, Agar G, Fichman G, et al. Efficacy of methylsulfonylmethane supplementation on osteoarthritis of the knee: a randomized controlled study. BMC.Complement Altern.Med 2011;11:50.
  • Kim LS, Axelrod LJ, Howard P, et al. Efficacy of methylsulfonylmethane (MSM) in osteoarthritis pain of the knee: a pilot clinical trial. Osteoarthritis Cartilage 2006;14(3):286-294.
  • Nakhostin-Roohi B, Barmaki S, Khoshkhahesh F, et al. Effect of chronic supplementation with methylsulfonylmethane on oxidative stress following acute exercise in untrained healthy men. J Pharm.Pharmacol. 2011;63(10):1290-1294.
  • Notarnicola A, Tafuri S, Fusaro L, et al. The "MESACA" study: methylsulfonylmethane and boswellic acids in the treatment of gonarthrosis. Adv.Ther 2011;28(10):894-906.
  • Tripathi R, Gupta S, Rai S, et al. Effect of topical application of methylsulfonylmethane (MSM), EDTA on pitting edema and oxidative stress in a double blind, placebo-controlled study. Cell Mol.Biol.(Noisy.-le-grand) 2011;57(1):62-69.

Methyltetrahydrofolaat

Zie vitamine B9

Monnikspeper

Monnikspeper (Vitex agnus-castus) bevat bessen die wat uiterlijk, geur en smaak betreft gelijken op gewone peperkorrels. De gedroogde monnikspeperbes bevat tal van werkzame stoffen zoals diterpenen, iridoïde glycosiden (zoals agnuside, aucubine, eurostoside), alkaloïden en essentiële oliën. De kwaliteit van een monnikspeperextract wordt bepaald door het gehalte aan agnuside.

Monnikspeper (Vitex agnus-castus) wordt sinds lange tijd gebruikt bij een ontregeling van de menstruatiecyclus, bij premenstruele klachten en cyclische mastodynie of pijn in de borsten. Dit effect van de monnikspeperbes wordt hoofdzakelijk toegeschreven aan directe en indirecte effecten op neurotransmitters en hormonen.

Monnikspeperbes heeft ook een gunstige invloed op het psyche en zou stemmingswisselingen verbeteren door een stimulering van het GABA systeem. GABA is een belangrijke inhiberende neurotransmitter in het centrale zenuwstelsel. Het heeft daardoor een ontspannende en angstremmende activiteit.

Monnikspeperbes bezit tevens tal van antioxidanten zoals tanninen en flavonoïden die een ontstekingsremmende werking bezitten en tegelijkertijd een remmende activiteit hebben op het lipoxygenase . Monnikspeper ondersteunt de hormonale balans en bevordert een normale, regelmatige en evenwichtige menstruatie.

Referenties

  • Milewicz A, Gejdel E, Sworen H, et al. Vitex agnuscastus extract in the treatment of luteal phase defects due to latent hyperprolactinemia.Results of a randomized placebo-controlled double-blind study [translated from German]. Arzneimittelforschung . 1993;43:752-756.
  • Jarry H, Leonhardt S, Gorkow C, et al. In vitro prolactin but not LH and FSH release is inhibited by compounds in extracts of Agnus castus : direct evidence for a dopaminergic principle by the dopamine receptor assay. Exp Clin Endocrinol . 1994;102:448-454.
  • Sliutz G, Speiser P, Schultz AM, et al. Agnus castus extracts inhibit prolactin secretion of rat pituitary cells. Horm Metab Res . 1993;25:253- 255.
  • Schulz V, Hansel R, Tyler VE. Rational Phytotherapy: A Physicians' Guide to Herbal Medicine . 3rd ed. Berlin, Germany: Springer-Verlag; 1998:241-242.
  • Propping D, Katzorke T, Belkien L. Diagnosis and therapy of corpus luteum insufficiency in general practice [translated from German]. Therapiewoche . 1988;38:2992-3001.
  • Gerhard I, Patek A, Monga B, et al. Mastodynon for female infertility [in German; English abstract]. Forsch Komplementarmed. 1998;5:272-278.
  • Bergmann J, Luft B, Boehmann S, et al. The effectiveness of the complex agent, Phyto-Hypophyson L, in female sterility of hormonal origin [translated from German]. Forsch Komplementarmed Klass Naturheilkd. 2000;7:190-199.
  • Halaska M, Beles P, Gorkow C, et al. Treatment of cyclical mastalgia with a solution containing a Vitex agnus castus extract: results of a placebo-controlled double-blind study. Breast . 1999;8:175-181.
  • Wuttke W, Splitt G, Gorkow C, et al. Treatment of cyclical mastalgia: results of a randomised, placebo-controlled, double-blind study [translated from German]. Geburtsh Frauenheilk . 1997;57:569-574.
  • Kubista E, Muller G, Spona J. Treatment of mastopathy associated with cyclic mastodynia: clinical results and hormone profiles [translated from German]. Gynakol Rundsch . 1986;26:65-79.
  • Schellenberg R. Treatment for the premenstrual syndrome with agnus castus fruit extract: prospective, randomised, placebo controlled study. BMJ . 2001;322:134-137.
  • Lauritzen C, Reuter HD, Repges R, et al. Treatment of premenstrual tension syndrome with Vitex agnus castus . Controlled, double-blind study versus pyridoxine. Phytomedicine . 1997;4:183-189.
  • Kleijnen J, Ter Riet G, Knipschild P. Vitamin B6 in the treatment of premenstrual syndrome--a review. Br J Obstet Gynaecol . 1990;97:847- 852.
  • Dittmar FW, Bohnert KJ, Peeters M, et al. Premenstrual syndrome: treatment with a phytopharmaceutical [translated from German].Therapie Woche Gynakol . 1992;5:60-68.
  • Peters-Welte C, Albrecht M. Menstrual abnormalities and PMS: V itex agnus castus [translated from German]. Therapie Woche Gynakol .1994;7:49-52.

Muisdoorn

Het wortelextract van muisdoorn (Ruscus aculeatus) heeft een aderversterkende werking. Hierdoor kan muisdoorn ingezet worden tegen kuitkramp, spataderen en zware benen. Daarnaast bevat muisdoorn steriodische sapogeninen. Deze hebben een vaatvernauwende en ontstekingsremmende werking, waardoor anale aandoeningen zoals aambeien hiermee behandeld kunnen worden.

Referenties

  • Altern Med Rev 2001 Apr;6(2):126-40 Hemorrhoids and varicose veins: a review of treatment options.
  • Berg, D. (1991). First results with Ruscus extract in the treatment of pregnancy related varicose veins. In Return circulation and norepinephrine: an update. (P. Vanhoutte, Ed.), pp. 55-61. John Libbey Eurotext, Paris.
  • Bone, K. (2003). Evidence-based phytotherapy for venous conditions Phtytotherapy Review and Commentary - Towsend letter for Doctors and Patients.
  • Bouskela, E., and Cyrino, F. Z. G. A. (1994). Possible mechanisms for the effects of Ruscus extract on microvascular permeability and diameter. Clinical hemorheology 14, S23-S36.
  • Marcelon, G., Lauressergues, H., and Vanhoutte, P. M. (1983a). Mechanism of action of Ruscus extract: correlation between in vitro and in vivo studies.
  • Miller, V. M., Rud, K., and Gloviczki, P. (1994). Interactions of Ruscus-extract with endothelin-receptors in human varicose veins. Clinical hemorheology 14, S37-S45.
  • Texeira, A. A., and Osswald, W. (1988). Effects of Ruscus aculeatus extract on the structural and functional alterations caused by sympathetic denervation of the saphenous vein. Phlebology 3, 27-31.

N-acetylcysteïne

N-acetylcysteïne (afgekort NAC) is een zwavelhoudend aminozuur en is de voorloper van de glutathion. NAC wordt gemaakt uit het aminozuur cysteïne dat verbonden wordt met een acetylgroep. Deze voedingsstof is een sterke antioxidant. NAC, een meer stabiele vorm van L-cysteïne, is één van de beste bronnen om hogere concentraties glutathion te verkrijgen en hierdoor een krachtiger immuunsysteem te bekomen. NAC is stabieler vanwege de acetyl eigenschappen (CH3CO), is beter in water oplosbaar en is in grotere mate dan L-cysteïne biologisch beschikbaar. N- acetylcysteïne (NAC) is de actieve vorm en komt van nature voor in het menselijk lichaam.

N-acetylcysteïne (NAC) werd ruim 50 jaar geleden geïntroduceerd als mucolyticum voor chronische longaandoeningen. NAC verlaagt de viscositeit van slijm (mucus) en helpt bij het ophoesten van slijmen.

Sedert midden jaren ‘70 wordt NAC ook ingezet als antidotum bij intoxicatie met paracetamol (binnen de 10 uur en weliswaar in een uiterst hoge orale dosering die niet door iedereen getolereerd wordt: 140 mg NAC per kg lichaamsgewicht als startdosis, gevolgd door 70 mg NAC/kg LG om de vier uur, totdat paracetamol niet langer detecteerbaar is in het serum). Deze zeer goed onderbouwde toepassing illustreert het belang van NAC als detoxificatiemiddel.

NAC is immers de voorloper van glutathion, de belangrijkste intracellulaire antioxidant en cruciaal onderdeel van de fase-2-ontgiftingsenzymen uit de groep van glutathion S-transferases. Vrouwen die na hun menopauze dagelijks 600 mg NAC gebruikten, verwierven een betere immuniteit. Ook dit fenomeen wordt verklaard door de inductie van een hoger glutathiongehalte. De activiteit van T-cellen en NK-cellen (‘Natural Killer’ cellen) hangt immers sterk af van de aanwezigheid van glutathion.

Humaan onderzoek met NAC toonde verder nog volgende klinische toepassingsmogelijkheden:

  • bescherming tegen nierschade door medische contrastvloeistoffen, vooral bij diabetespatiënten en individuen met creatininegehaltes > 2 mg/dl
  • bescherming tegen leverschade door anti-tuberculosemedicijnen (isoniazide, rifampicine en pyrazinamide)
  • bescherming tegen de doorbraak van griepsymptomen als de suppletie gestart wordt vóór de influenza-infectie, vooral van belang voor oudere personen en rokers
  • betere vruchtbaarheid bij vrouwen die voor hun polycysteus ovariumsyndroom (PCOS) gebruik maken van clomifeen (geneesmiddel dat de ovulatie bevordert)

Referenties

  • Arranz L, Fernández C, Rodríguez A, Ribera JM, De la Fuente M. The glutathione precursor N-acetylcysteine improves immune function in postmenopausal women. Free Radic Biol Med 2008; 45(9):1252-62.
  • Atkuri KR, Mantovani JJ, Herzenberg LA, Herzenberg LA. N-Acetylcysteine--a safe antidote for cysteine/glutathione deficiency. Curr Opin Pharmacol 2007; 7(4):355-9.
  • Briguori C, Quintavalle C, De Micco F, Condorelli G. Nephrotoxicity of contrast media and protective effects of acetylcysteine. Arch Toxicol 2011; 85(3):165-73.
  • Decramer M, Janssens W. Mucoactive therapy in COPD. Eur Respir Rev 2010; 19(116):134-40.
  • Dekhuijzen PN, van Beurden WJ. The role for N-acetylcysteine in the management of COPD. Int J Chron Obstruct Pulmon Dis 2006;1(2):99-106.
  • Kanter MZ. Comparison of oral and i.v. acetylcysteine in the treatment of acetaminophen poisoning. Am J Health Syst Pharm 2006; 63(19):1821-7.
  • Millea PJ. N-acetylcysteine: multiple clinical applications. Am Fam Physician 2009; 80(3):265-9.
  • Rogers DF. Mucoactive agents for airway mucus hypersecretory diseases. Respir Care 2007; 52(9):1176-93; discussion 1193-7.
  • Sandilands EA, Bateman DN. Adverse reactions associated with acetylcysteine. Clin Toxicol (Phila). 2009; 47(2):81-8.

NADH

NADH(nicotinamide adenine dinucleotide) is een afgeleide stof van vitamine B3 en is de actieve, gereduceerde en coenzymatische vorm in tegenstelling tot NAD dat de geoxideerde versie is. NADH is een zeer belangrijke stof in het lichaam, het zorgt voor een goede celontwikkeling en een normale energieproductie. NADH is een co-enzym dat in elke levende cel voorkomt en is een belangrijk onderdeel in veel uiteenlopende processen in het lichaam; hierdoor wordt het ook wel aangeduid met de naam co-enzym 1. NADH speelt een belangrijke rol bij de energieaanmaak binnen in de lichaamscellen. Het speelt ook een rol bij de aanmaak van L-dopa, dat vervolgens omgezet wordt in de belangrijke neurotransmitter dopamine. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat extra inname van NADH zorgt voor een toename van dopamine bij patiënten met de ziekte van Parkinson en hierdoor ook hun motoriek verbetert. Bij een aantal patiënten werd eveneens progressie waargenomen op cognitief en emotioneel gebied.

Bepaalde studies hebben tevens het belang van NADH aangetoond bij de bestrijding van een jetlag en het omgaan met tijdsverschillen. Verder zou NADH van betekenis zijn voor depressieve patiënten aangezien deze stof het dopamine- en noradrenalinegehalte in de hersenen doet toenemen en ook een rol speelt in het aanmaakproces van ATP, waardoor de hersenen van meer energie voorzien worden. Bij sporters tenslotte zou NADH het uithoudingsvermogen, alsook de oplettendheid & concentratie bevorderen. NADH zou daarbij de stressgevoeligheid verminderen, de zuurstofcapaciteit verbeteren en het lichaam beter beschermen tegen vrije radicalen.

Referenties

  • Lin, S.-J. and Guarente, L. (2003) Nicotinamide adenine dinucleotide, a metabolic regulator of transcription, longevity and disease. Curr.Opin. Cell Biol. 15, 241-6.
  • Lu, S.-P. and Lin, S.-J. (2010) Regulation of Yeast Sirtuins by NAD+ Metabolism and Calorie Restriction. Biochim Biophys Acta. 1804, 1567-75.
  • Greenamyre JT, Sherer TB, Betarbet R, Panov AV: Complex I and Parkinson’s disease. IUBMB Life 2001, 52:135-141.
  • Weindruch W, Walford RL: The Retardation of Aging and Diseases by Dietary Restriction. Springfield, Illinois, USA: Charles C. Thomas; 1998.
  • Rutter J, Reick M, Wu LC, McKnight SL: Regulation of clock and NPAS2 DNA binding by the redox state of NAD cofactors. Science 2001, 293:510-514.

Nattokinase

Nattokinase is een krachtig enzym. Het wordt geëxtraheerd en gezuiverd uit ‘natto’, een traditioneel Japanse sojavoeding waarbij gekookte sojabonen gefermenteerd worden door de bacterie Bacillus subtilis natto. Natto is uniek in twee opzichten: het is de rijkste bron aan vitamine K2 en het bevat het enzym nattokinase. Dit nattokinase is het enzym dat de bacterie afscheidt om de sojabonen te verteren. Nattokinase is een serineprotease, dat wil zeggen dat het enzym proteïnen gaat klieven op plaatsen waar het aminozuur serine zit. Het is tevens een fibrinolytisch enzym dat de circulatie in het lichaam ondersteunt.

Om bloedverlies te beperken wordt onder normale omstandigheden elke beschadiging van de bloedvatwand gerepareerd door de vorming van een bloedprop. Het fibrinolytisch systeem waakt erover dat bloedproppen niet te groot worden en het bloed vloeibaar blijft. De vorming van een bloedprop of de bloedstolling ontstaat dankzij het aaneenklitten van bloedplaatjes en de vorming van fibrine. Het vizier van het fibrinolytisch systeem is vooral gericht op de afbraak van fibrine. Dit wordt fibrinolyse genoemd.

Wanneer het fibrinolytisch systeem er niet in slaagt om de bloedstolling in bedwang te houden, ontstaat er een te grote bloedprop. Deze kan loskomen en als bloedklonter meegevoerd worden in de bloedcirculatie. Vrij circulerende bloedklonters (trombi) kunnen klem geraken in kleine bloedvaatjes en de bloedtoevoer naar organen belemmeren. Dit wordt een trombose genoemd. Het startschot voor de afbraak van bloedklonters (trombolyse) of de afbraak van fibrine wordt gegeven wanneer plasminogeen (een plasmaeiwit) geactiveerd wordt door ‘tissue plasminogeen activator’ (tPA) of door het enzym urokinase. Een hoge plasmaconcentratie aan ‘plasminogeen activator inhibitor type 1’ (PAI-1) verlamt echter het fibrinolytisch systeem waardoor er een protrombotische toestand ontstaat.

Zwaarlijvige personen bij wie insulineresistentie of diabetes werd vastgesteld, vertoonden een verhoogd plasma PAI-1-concentratie. Wetenschappers hebben sterke vermoedens dat deze verhoogde PAI-1 concentratie mee aan de basis ligt van de ontwikkeling van atherosclerose en het verhoogde risico op het ontstaan van een trombose bij deze patiënten.

In 1980 ontdekte Dr. Hiroyuki Sumi de fibrinolytische eigenschappen van ‘natto’. Bij nader onderzoek bleek het nattokinase uit ‘natto’ hiervoor verantwoordelijk. Tijdens experimenteel geïnduceerde atherosclerose bij proefdieren onderdrukt nattokinase het verdikken van de bloedvatwand. Nattokinase is een pro-urokinase (een voorloper van urokinase) en het stimuleert de aanmaak van tPA. Hierdoor neemt de hoeveelheid plasmine toe: het startsignaal tot het afbreken van bloedklonters.

Bovendien vermelden Japanse wetenschappers in het ‘Journal of Biological Chemistry’ dat nattokinase eveneens verantwoordelijk is voor het uitschakelen van PAI-1. Nattokinase knipt PAI-1 in kleine stukjes waardoor PAI-1 inactief wordt en de inhibitie van de fibrinolyse afneemt. Deze dubbele werking - het stimuleren van de fibrinolyse en het verminderen van de inhibitie op de fibrinolyse - maakt van nattokinase een krachtig trombolytisch voedingssupplement.

Referenties

  • Kondo K, Suzuki Y, Ikeda Y, Fushimi T, Ohshima Y, Sakakibara S, Urano T, Umemura K. Nattokinase enhances thrombolysis after endothelial injury in mouse femoral artery via t-PA concerned mechanism. J Pharmacol Sci 2004; 94:86S1.
  • Lau E, Bungard TJ, Tsuyuki RT. Stroke prophylaxis in institutionalized elderly patients with atrial fibrillation. J Am Geriatr Soc 2004; 52(3):428-33.
  • Suzuki Y, Kondo K, Ichise H, Tsukamoto Y, Urano T, Umemura K. Dietary supplementation with fermented soybeans suppresses intimal thickening. Nutrition 2003; 19(3):261-4.
  • Juhan-Vague I, Hans M. From fibrinogen to fibrin and its dissolution. Bull Acad Nat Med 2003; 187(1):69-82.
  • Urano T, Ihara H, Umemura K, Suzuki Y, Oike M, Akita S, Tsukamoto Y, Suzuki I, Takada A. The profibrinolytic enzyme subtilisin NAT purified from Bacillus subtilis cleaves and inactivates plasminogen activator inhibitor type 1. J Biol Chem 2001; 276(27): 24690-6.
  • Ouriel K, Kandarpa K, Schuerr DM, Hultquist M, Hodkinson G, Wallin B. Prourokinase versus urokinase for recanalization of peripheral occlusions, safety and efficacy: the PURPOSE trial. J Vasc Interv Radiol 1999; 10(8):1083-91.
  • Fujita M, Hong K, Ito Y, Fujii R, Kariya K, Nishimuro S. Thrombolytic effect of nattokinase on a chemically-induced thrombosis model in rat. Biol Pharm Bull 1995; 18(10):1387-91.
  • Fujita M, Hong K, Ito Y, Misawa S,Takeuchi N, Karilya K, Nishimuro S. Transport of nattokinase across the rat intestinal-trant. Biol Pharm Bull 1995; 18(9):1194-6.
  • Fujita M, Ito Y, Hong K, Nishimuro S. Characterization of nattokinase-degraded products form human fibrinogen or cross-linked fibrin. Fibrinolysis 1995; 9(3):157-64.
  • Fujita M, Nomura K, Hong K, Ito Y, Asasa A, Nishimuro S. Purification and characterizitaion of a strong fibrinolytic enzyme (nattokinase) in the vegetable cheese natto, a popular soybean fermented food in Japan. Biochem Biophys Res Com 1993; 197(3):1340-7.
  • Kato T, Yamagata Y, Arai T, Ichischima E. Purification of a new extracellular 90-kda serine proteinase with isoelectric point of 3.9 from bacillus-subtilis (natto) and elucidation of its distinct mode of action. Biosc Biotechnol Biochem 1992; 56(7):1166-8.
  • Sumi H, Nakajima N, Mihara H. In-vitro fibrinolytic properties of nattokinase. Thrombosis and Heamostasis 1993; 69(6):1267.
  • Sumi H, Hamada H, Nakanishi K, Hiratani H. Enhancement of the fibrinolytic activity in plasma by oral administration of nattokinase. Acta Haematol 1990; 84(3):139-43.
  • Sumi H, Hamada H, Mihara H, Nakanishi K, Hiratani H. Fibrinolytic effect of the Japanese traditional food natto (nattokinase). Thrombosis and Haemostasis 1989; 62(1):549.
  • Sumi H, Hamada H, Tsushima H, Mihara H, Muraki H. A novel fibrinolytic enzyme (nattokinase) in the vegetable cheese natto - a typical and popular soybean food in the Japanese diet. Experientia 1987; 43(10):1110-1.
  • Abe T. Oral urokinase: absorption, mechanisms of fibrinolytic enhancement and clinical effect on cerebral thrombosis. Folia Haematol Int Mag Klin Morphol Blutforsch. 1986;113(1-2):122-36.

Niacine (nicotinezuur) of vitamine B3

Niacine (nicotinezuur) of vitamine B3 is een wateroplosbare vitamine die essentieel is voor de gezondheid. Vitamine B3 is essentieel voor de activiteit van vele enzymen in het lichaam en speelt een kritieke rol bij de stofwisseling van vetten. Vitamine B3 is minder gevoelig voor licht, warmte en zuurstof dan andere vitaminen van de B-groep.                                                                                                         Niacine ondersteunt het energiemetabolisme, draagt bij tot een normale werking van het zenuw-stelsel, een normale werking van de psychische functie, de instandhouding van een normale huid en de vermindering van vermoeidheid.                                                                                                                      Niacine wordt vooral ingezet om de vetstofwisseling te ondersteunen waardoor het bijdraagt tot een goede cholesterolspiegel. Voor deze toepassing worden hoge doseringen gebruikt nl. van 1200 tot 2400 mg.                                                                                                                                                                        Niacine of nicotinezuur kan in een hogere dosering (vanaf 100 mg) een flush veroorzaken wat extreme roodheid en tintelingen in de huid tot gevolg kan hebben. Daarom wordt dit nutriënt als supplement steeds onder de vorm van ‘time released’ of vertraagde afgifte aangeboden wat de flush doet verminderen, zeker als het bij de maaltijd wordt ingenomen. Ook het vermijden van warme dranken en alcohol kan het rood worden verminderen.

Olijfbladextract

Olijfbladextract wordt vooral ingezet bij hoge bloeddruk of hypertensie. Wel is het belangrijk dat het extract hoog gestandaardiseerd is op oleuropeïnen, aangezien uit studies blijkt dat vooral deze actieve bestanddelen zorgen voor het gunstige effect.

Het olijfbladextract zou door inhibitie van het ACE (Angiotensine Converting Enzyme) de omzetting van angiotensine 1 tot het bloeddrukverhogende hormoon angiotensine 2 afremmen. Daarenboven heeft het olijfbladextract antioxidatieve eigenschappen waardoor het stikstofmonoxide (NO) dat door het vaatwandendotheel geproduceerd wordt, beschermt tegen degradatie. Hierdoor blijft de natuurlijke bloedvatverwijdende werking van NO behouden.

Een eerste klinische onderzoek werd gedaan met 40 tweelingen met matig verhoogde bloeddruk. Zij werden in drie groepen verdeeld. De eerste groep kreeg een tablet met 500 mg olijfbladextract (6% oleuropeïnen) per dag, de tweede groep ontving 2 van deze tabletten per dag en de derde groep was de controlegroep. Na 8 weken was de bloeddruk opmerkelijk gedaald bij de mensen die 1000 mg per dag hadden gekregen. De systolische bloeddruk was met gemiddeld 11 mm/Hg gedaald. De groep die slechts één tablet van 500mg olijfbladextract gekregen had, vertoonde geen significante bloeddrukdaling. Wel was in beide groepen het LDL-cholesterolgehalte gedaald en was dit het meest merkbaar in de groep met de hoge dosering. Hieruit blijkt dat een bepaalde hoeveelheid actieve stoffen nodig zijn voor een significant verschil te bekomen.

Het tweede onderzoek werd gesponsord door de firma Frutarom die het olijfbladextract ‘Benolea EFLA 943’ ter beschikking stelde. Bij deze patiënten met een bloeddruk boven de 140 mm/Hg werd een dagdosering van 1000 mg olijfbladextract(16 % oleuropeïnen) gegeven, vergeleken met het veelgebruikte medicament captopril, een ACE remmer. In de captoprilgroep kreeg men gedurende de eerste twee weken 2 x daags 12,5 mg per dag en, indien de bloeddruk niet voldoende was gedaald, daarna het dubbele. Na 8 weken bleek dat het olijfbladextract niet of nauwelijks onder deed voor het medicijn captopril. In de olijfbladgroep was de systolische bloeddruk gedaald van gemiddeld 149,3 naar 137,8 en in de captoprilgroep van 148,4 naar 134,7. Ook de diastolische bloeddruk was met respectievelijk 4,8 en 6,4 mm Hg gedaald. Ook had men het triglyceridengehalte gemeten. Deze was alleen gedaald bij de mensen die het olijfbladextract gekregen hadden.

Verder heeft het olijfbladextract een gunstig effect op hart en bloedvaten aangezien het proces van atherosclerose afgeremd wordt door de oxidatie van LDL tegen te gaan. De polyfenolen uit het olijfbladextract bezitten sterke antioxidatieve eigenschappen.

Ten slotte is ook aangetoond dat olijfbladextract de adhesie (het verkleven) van bloedplaatjes aan de bloedvatwand vermindert.

Referenties

  • Cruess WV, and Alsberg CL, The bitter glucoside of the olive. J. Amer. Chem. Soc. 1934; 56:2115-7.
  • Samuelsson G, The blood pressure lowering factor in leaves of Olea Europaea. Farmacevtisk Revy, 1951; 15: 229-39
  • Veer WLC et al, A compound isolated from olea europaea. Recueil, 1957; 76:839-40
  • Panizzi L et al, The constitution of oleuropein, a bitter glucoside of the olive with hypotensive action. Gazz. Chim. Ital; 1960; 90:1449-85.
  • Petkov V and Manolov P, Pharmacological analysis of the iridoid oleuropein. Drug Res., 1972; 22(9); 1476-86.
  • Juven B et al, Studies on the mechanism of the antimicrobial action of oleuropein. J. Appl. Bact., 1972; 35:559-67.
  • Kubo I et al, A mutichemical defense mechanism of bitter olive olea europaea (Oleaceae)-- Is oleuropein a phytoalexin precursor? J. Chem. Ecol 1985; 11(2):251-63.
  • Susalit E, et al., “Olive (Olea europaea) leaf extract effective in patients with stage-1 hypertension: comparison with Captopril”. Phytomedicine 18(4): 251-8 (2011).
  • Perrinjaquet-Moccetti, et al., “Food Supplementation with an Olive (Olea europaea L.) Leaf Extract Reduces Blood Pressure in Borderline Hypertensive Monozygotic Twins,” Phytother. Res. 22(9), 1239–1242 (2008).
  • Khayyal MT, et al., “Blood pressure lowering effect of an olive leaf extract (Olea europaea) in L-NAME induced hypertension in rats”. Arzneimittelforschung 52(11) :797-802 (2002).

Paardekastanje

Paardekastanje (Aesculus hippocastanum) is een boom uit de familie van de Hippocastanaceae, waarvan in de fytotherapie vooral de zaden worden gebruikt. Deze zaden bevatten o.a. saponine-glycoside aescine, één van de belangrijkste actieve inhoudsstoffen, naast cumarinederivaten zoals aesculine en fraxine, catechine-looistoffen, pectine en flavon-quercitine. Deze plant wordt vooral ingezet bij aambeien, spataderen en stoornissen van het bloedvatenstelsel in het algemeen.

Referenties

  • Felixsson E, Persson I A-L, Eriksson AC, Persson K. Horse Chestnut Extract contracts bovine vessels and affects human platelet aggregation through 5-HT2A receptors: an in vitro study. Phytother. Res., 2010, 24(9):1297-1301
  • Fleurentin J. Marronnier d’Inde (Aesculus hippocastanum L.). Plantes médicinales : traditions et thérapeutiques. Ed. Ouest-France 2008, 24-25
  • Heck AM, DeWitt BA, Lukes AL. Potential interactions between alternative therapies and warfarin. Am J Health-Syst Pharm, 2000, 57:1221-1230
  • Senatore F, Mscisz A, Mrugasiewicz K and Gorecki P. Steroidal constituents and anti-inflammatory activity of the horse chestnut (Aesculus hippocastanum L.) bark. Boll. Soc. Ital. Biol. Sper., 1989, LXV(2), 137-141

Pantethine

Zie vitamine B5

Pantotheenzuur

Zie vitamine B5

Pelargonium

Pelargonium (Pelargonium sidoides) bevat bestanddelen die in vitro de vermenigvuldiging van corona- en influenza virussen (o.a. H1N1) remmen.

In de 2008-cochrane-review waarin 12 studies geëvalueerd werden, oordeelt de auteur dat het wortelextract van pelargonium potentieel heeft om in te zetten bij acute sinusitis, verkoudheid en acute bronchitis.

Het wortelextract van pelargonium werkt tevens immuunstimulerend, is een mild expectorans (want verhoogt de beweeglijkheid van trilhaartjes in de ademhalingswegen) en kan ingezet worden als een natuurlijk antibioticum dat de aanhechting van bacteriën (o.a. streptokokken) aan het slijmvlies in mond- en keelholte verhindert.

  • Janecki A, Conrad A, Engels I, Frank U, Kolodziej H. Evaluation of an aqueous-ethanolic extract from Pelargonium sidoides (EPs® 7630) for its activity against group A-streptococci adhesion to human HEp-2 epithelial cells. J Ethnopharmacol 2011; 133(1):147-52.
  • Michaelis M, Doerr HW, Cinatl J Jr. Investigation of the influence of EPs® 7630, a herbal drug preparation from Pelargonium sidoides, on replication of a broad panel of respiratory viruses. Phytomedicine 2011; 18(5):384-6.
  • Timmer A, Günther J, Rücker G, Motschall E, Antes G, Kern WV. Pelargonium sidoides extract for acute respiratory tract infections. Cochrane Database Syst Rev 2008; (3):CD006323.

Pepermunt

Pepermunt wordt vooral gebruikt bij de ondersteuning van spijsverteringsproblemen omdat het een krampopheffende werking heeft die de darmen kalmeert. Daarom wordt pepermunt dikwijls gegeven bij problemen die worden veroorzaakt door intolerantie, maar ook bij klachten zoals winderigheid en koliek.

Pepermuntolie heeft ook een antiseptische werking en wordt gebruikt bij de ondersteuning van gastritis.

Referenties

  • Dew MJ, et al. Peppermint oil for the Irritable bowel syndrome: A multicentre trial. Br J Clin Pract 34: 55-57, 1989.
  • Nash P, et al. Peppermint oil does not relieve the pain of Irritable bowel syndrome. Br J Clin Pract 40: 292-293, 1986.
  • Lawson MJ, et al. Failure of enteric-coated peppermint oil in the Irritable bowel syndrome: A randomized double-blind crossover study. J Gastroenterol Hepatol 3: 235-238, 1988.

Probiotica

Probiotica zijn levensvatbare micro-organismen. Ze leveren gezondheidswinst op dankzij hun bijdrage tot een evenwichtige darmflora:

  • bescherming tegen pathogene micro-organismen: via verlaging van de pH, aanmaak van bactericide stoffen, competitie voor receptoren en voor de fermentatie van voedingsstoffen, chelatie en metabolisatie van toxische stoffen
  • immuunstimulatie: GALT (gut associated lymphoid tissue) is het grootste immunologische orgaan in het lichaam, ± 75% van alle immuuncellen bevinden zich in de darm
  • ondersteuning van de spijsvertering: afbraak van eiwitten, metabolisatie van lactose
  • bescherming en energieleverancier van het colonepitheel: via fermentatieproducten zoals arginine, glutamine, SCFA’s (short-chain fatty acids), geconjugeerde linolzuren
  • aanmaak van vitaminen (K, B-groep)
  • ondersteuning van de calciumabsorptie
  • opruimen van carcinogenen: bifidobacteriën degraderen bepaalde xenobiotica

Referenties

  • de Vrese M, Marteau PR. Probiotics and prebiotics: effects on diarrhea. J Nutr 2007; 137(3 Suppl 2):803S-11S.
  • de Wiele TV, Boon N, Possemiers S, Jacobs H, Verstraete W. Prebiotic effects of chicory inulin in the simulator of the human intestinal microbial ecosystem. FEMS Microbiol Ecol 2004; 51(1):143-53.
  • Bengmark S. Synbiotics and the mucosal barrier in critically ill patients. Curr Opin Gastroenterol 2005; 21(6):712-6.
  • Grajek W, Olejnik A, Sip A. Probiotics, prebiotics and antioxidants as functional foods. Acta Biochim Pol 2005; 52(3):665-71.
  • Roberfroid MB. Introducing inulin-type fructans. Br J Nutr 2005; 93 Suppl 1:S13-25.
  • Dash SK. Review of scientific evidence for efficacy of Lactobacillus acidophilus DDS-1 as a probiotic strain. AgroFood Industry Hi-Tech 2004; Sep/Oct: 23-6.
  • Gerasimov SV. Probiotic prophylaxis in pediatric recurrent urinary tract infections. Clin Pediatr (Phila) 2004; 43(1):95-8.
  • Gerasimov SV, Vasjuta VV, Myhovych OO, Bondarchuk LI. Probiotic supplement reduces atopic dermatitis in preschool children: a randomized, double-blind, placebo-controlled, clinical trial. Am J Clin Dermatol 2010;11(5):351-61.
  • Nagala R, Routray C. Clinical case study – Multispecies probiotic supplement minimizes symptoms of irritable bowel syndrome.
  • Guarner F, Malagelada JR. Gut flora in health and disease. Lancet 2003; 361(9356):512-9.

Pyridoxaal-5′-fosfaat (P5P)

Zie vitamine B6

Resveratrol

Resveratrol is een flavonoïde (fenolachtige stof) en staat bekend om zijn krachtige werking als antioxidant. Resveratrol (3,5,4 '-trihydroxy-trans-transstilbeen) is een natuurlijke stof en komt voor in bepaalde planten om zich te verdedigen tegen vreemde indringers. Ze produceren deze stof om bepaalde delen te beschermen tegen ziekten. Voor de mens heeft resveratrol tal van gezondheidsbevorderende eigenschappen. De wortel van de Japanse duizendknoop (Polygonum cuspidatum) bevat krachtige actieve stoffen zoals stilbenen (met o.a. resveratrol) en antrachinonen (emodine) die respectievelijk de circulatie en de spijsvertering bevorderen. De wortel bevat de hoogste concentratie resveratrol in de natuur en wordt daarom vooral gebruikt in supplementen die een hogere concentratie resveratrol bezitten.

Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat resveratrol het vermogen bezit om de insulinegevoeligheid van cellen te doen toenemen en de glucoseniveaus te verminderen. Daardoor kan resveratrol mogelijk een belangrijke factor zijn bij de preventie en behandeling van diabetes type-2.

Tevens is resveratrol een sterke antioxidant en zorgt ervoor dat LDL ("slechte" cholesterol) niet oxideert; het zou tevens een gunstige invloed hebben op de endotheelfunctie van de bloedvaten, de vaatverwijding bevorderen en de bloedplaatjesaggregatie afremmen. Bovendien zou resveratrol de werking van de mitochondriën stimuleren en op die manier zorgen voor meer vitaliteit.

Bepaald onderzoek toont ook aan dat resveratrol de expressie van ontstekingsfactoren doet verminderen. Ontstekingen liggen dikwijls aan de basis van verschillende degeneratieve aandoeningen waaronder atherosclerose, diabetes en COPD.

Resveratrol zou ook zorgen voor een hogere SIRT1-activiteit waardoor de vorming van vetweefsel afgeremd wordt en de afbraak van vetweefsel bevorderd wordt. Een vastenkuur gedurende een week zou de SIRT1-expressie in vetweefsel verdubbelen; extra suppletie met resveratrol zou de SIRT1-activiteit in vetweefsel verhogen en is geassocieerd met een stijging van de levensverwachting. Resveratrol zou net als calorierestrictie de werking van de mitochondriën verbeteren en op die manier een gunstig effect hebben op veroudering en levensduur.

Referenties

  • Clin Interv Aging. 2008;3(2):331-9.
  • Cell Metab. 2011 Nov 2;14(5):612-22
  • J Gerontol A Biol Sci Med Sci. 2012 Dec;67(12):1307-12.
  • Mol Nutr Food Res. 2011 Aug;55(8):1197-206.
  • 2007 Apr;191(2):265-71
  • Mol Cancer. 2006 Oct 17;5:45.
  • Cancer Epidemiol Biomarkers Prev. 2007 Jun;16(6):1246-52.
  • 2009 Nov 1;69(15):1668-82.
  • 2010 Aug;148(2):453-62.
  • Arch Med Res. 2010 May;41(4):288-94.
  • Dose Response. 2010 Mar 18;8(4):478-500.
  • Food Chem Toxicol. 2011 Dec;49(12):3319-27.
  • J Endocrinol Invest. 2011 Nov;34(10):788-92
  • Neurosci Lett. 2011 Oct 10;503(3):250-5.
  • 2004 Aug 5;430(7000):686-9.
  • Genes Nutr. 2009 Sep 10. [Epub ahead of print]
  • J Med Chem. 2012 Jan 12;55(1):378-89
  • Proc Natl Acad Sci U S A. 2006 Oct 31;103(44):16568-73.
  • Brain Res. 2007 Oct 10;1173:117-25.
  • Hum Mol Genet. 2011 Jan 15;20(2):261-70.
  • 2000 Sep;30(9):857-66.
  • Life Sci. 2006 Jul 10;79(7):641-5

Rhodiola rosea

Rhodiola (Rhodiola rosea) bood in studies een betere fysieke en mentale fitheid bij examenstress of tijdens nachtwerk. Bij personen met fysieke en cognitieve deficiënties verbeterden de motivatie, de alertheid overdag, de slaapbereidheid, het libido en de geheugenfunctie. Ook patiënten met een algemene angststoornis of milde tot matig ernstige depressie ervaren beterschap bij gebruik van rhodiola-extracten.

In een fase III studie bij 60 patiënten die een standaard antibioticabehandeling ondergingen voor hun acute, niet-specifieke longontsteking, leidde het gebruik van een plantencombinatie met extracten uit Rhodiola rosea, Schisandra chinensis en Eleutherococcus senticosus duidelijk tot een sneller herstel. De acute fase van de ziekte was met 2 dagen ingekort, de levenskwaliteit van de plantgebruikers scoorde hoger dan de placebogroep.

Referenties

  • Blumenthal M, Goldberg A, Brinkckmann J. Herbal Medicine. Expanded Commission E Monographs, American Botanical Council, 2000; pp230-2.
  • Bystritsky A, Kerwin L, Feusner JD. A pilot study of Rhodiola rosea (Rhodax) for generalized anxiety disorder (GAD). J Altern Complement Med 2008; 14(2):175-80.
  • Darbinyan V, Aslanyan G, Amroyan E, Gabrielyan E, Malmström C, Panossian A. Clinical trial of Rhodiola rosea L. extract SHR-5 in the treatment of mild to moderate depression. Nord J Psychiatry 2007; 61(5):343-8.
  • Fintelmann V, Gruenwald J. Efficacy and tolerability of a Rhodiola rosea extract in adults with physical and cognitive deficiencies. Adv Ther 2007; 24(4):929-39.
  • Rhodiola rosea. Altern Med Rev 2002; 7(5):421-3.

S-adenosylmethionine

S-adenosylmethionine (SAMe) is terug te vinden in elke cel van ons lichaam en wordt gemaakt uit methionine door tussenkomst van ATP (adenosinetrifosfaat, een molecule waar het lichaam energie uit genereert). Foliumzuur, vitamine B12 en trimethylglycine spelen eveneens een rol bij de synthese van SAMe. SAMe is ook betrokken bij diverse cellulaire biochemische pathways van de replicatie van erfelijk materiaal tot de productie van melatonine en fosfatidylcholine. SAMe speelt een rol in talrijke lichaamsfuncties die schijnbaar niet aan elkaar gerelateerd zijn.

Effect op pijn, stijfheid en beweeglijkheid van het gewricht

In de pijnbehandeling bij artrose worden NSAID’s (‘Non-Steroidal Anti-Inflam¬matory Drugs’) het meest gebruikt. Door ontstekingen af te remmen, controleren deze stoffen de pijn. Een nadeel is echter het risico op maagbloedingen. Voor velen de reden om een alternatieve pijnstiller zoals SAMe uit te proberen. Tal van klinische studies bij artrosepatiënten hebben inmiddels aangetoond dat de dagelijkse inname van 1200 mg SAMe, efficiënter dan placebo, de pijn vermindert en bovendien de functie van het gewricht verbetert.

SAMe kan de inflammatie reduceren waardoor de pijn vermindert

Dit is ondermeer te danken aan de omvorming van SAMe tot ontstekingsremmende polyamines (spermine en spermidine). Milde gastro-intestinale bijwerkingen (18%) zoals diarree verdwenen in de loop van de behandeling. Niemand moest de therapie staken. Placebogecontroleerde studies tonen aan dat het aantal bijwerkingen van SAMe niet hoger ligt dan bij het gebruik van een placebo.

Effect op de regeneratie van kraakbeen

Uit in vitro onderzoek weet men dat het zwavelrijke SAMe het potentieel heeft om de regeneratie van kraakbeen te bevorderen. Voor een normale kraakbeensynthese is immers sulfaat (zwavel) nodig. In vitro verhoogt SAMe - met 50% tot 60% - de aanmaak van kraakbeenstof door menselijke kraakbeencellen.

SAMe verlicht depressies

Depressieve personen hebben in bepaalde delen van de hersenen een tekort aan serotonine en/of noradrenaline. Dit zijn twee neurotransmitters (boodschapperstoffen) van het zenuwstelsel. Voor de aanmaak van beide neurotransmitters is SAMe nodig. Dit verklaart al voor een groot stuk de antidepressieve eigenschap van SAMe.

Verder zorgt SAMe er ook voor dat de celomhulsels in de hersenen soepel blijven. De verhouding van fosfatidylethanolamine/fos¬fatidylcholine bepaalt de soepelheid van de celmembranen. Door methyla¬tie bevordert SAMe de aanmaak van het meest soepele fosfatidylcholine uit fosfatidylethanolamine. In een soepele omgeving zijn de bindingsplaatsen (receptoren) voor diverse neurotransmitters beter toegankelijk waardoor de signaaloverdracht van buiten naar binnenin de hersencel vlotter verloopt.

 

Referenties

  • Najm WI et al. S-adenosyl methionine (SAMe) versus celecoxib for the treatment of osteoarthritis symptoms: a double-blind cross-over trial. BMC Musculoskelet Disord 2004; 5(1):6
  • Gaby AR. Natural treatments for osteoarthritis. Altern Med Rev 1999; 4(5):330-41.
  • Bottiglieri T. S-Adenosyl-L-methionine (SAMe): from the bench to the bedside-- molecular basis of a pleiotrophic molecule.Am J Clin Nutr 2002; 76(5):1151S-7S.
  • Mischoulon D, Fava M. Role of S-adenosyl-L-methionine in the treatment of depression: a review of the evidence. Am J Clin Nutr 2002; 76(5):1158S-61S.
  • Shippy RA et al. S-adenosylmethionine (SAM-e) for the treatment of depression in people living with HIV/AIDS. BMC Psychiatry 2004; 4(1):38.
  • Wu SE, Huskey WP, Borchardt RT, Schowen RL. Chiral instability at sulfur of Sadenosylmethionine. Biochemistry 1983; 22(12):2828-32.
  • Cornforth JW, Reichard SA, Talalay P, Carrell HL,Glusker JP. Determination of the absolute configuration at the sulfonium center of S-adenosylmethionine. Correlation with the absolute configuration of the diastereomeric S-carboxymethyl-(S)-methionine salts. J Am Chem Soc 1977; 99(22):7292- 7300.
  • Houpt JB, McMillan R, Wein C, Paget-Dellio SD. Effect of glucosamine hydrochloride in the treatment of pain of osteoarthritis of the knee. J Rheumatol 1999;26:2423-30.
  • Braham R, Dawson B, Goodman C. The effect of glucosamine supplementation on people experiencing regular knee pain. Br J Sports Med 2003;37:45-9.
  • sam-e.com

Sabal

Sabal of zaagpalm bevat vetzuren en sterolen die een gunstige invloed hebben  op een goedaardige prostaatvergroting. Om werkzaam te zijn moet een sabal-extract volgens officiële fytotherapeutische instanties tussen 85% en 95% vetzuren bevatten, en minstens 0,2% sterolen. Dergelijk extract noemt men een liposterolisch extract en wordt gebruikt aan een dagelijkse dosering van 2 x 160 mg (twee innames: 160 mg ’s morgens en 160 mg ’s avonds). Eén van de weinige sabal-extracten die aan deze kwaliteitsvoorwaarden voldoet en in klinische studies werd getest, is het CO2-extract. CO2 verwijst naar de superkritische CO2-extractie van de sabalbessen. Dit is een milde distillatiemethode die de natuurlijke eigenschappen van vetoplosbare, plantaardige bestanddelen maximaal bewaart. CO2 is een gas dat we allemaal uitademen. Maar onder hoge druk wordt CO2 vloeibaar. Tijdens de superkritische CO2-extractie doet CO2 dienst als oplosmiddel om de werkzame plantenbestanddelen te concentreren en eventuele irriterende bestanddelen of onzuiverheden weg te wassen.

De prostaat is normaal zo groot als een okkernoot, weegt ongeveer 20 gram en is gelegen rond de urinebuis, juist onder de blaas. Vanaf de leeftijd van 30 jaar neemt de prostaat geleidelijk aan toe in volume. Het is een natuurlijk verschijnsel, het gevolg van hormonale veranderingen. Vooral bij mannen na het vijftigste levensjaar kan de prostaat zodanig gegroeid zijn dat de plasbuis wordt dicht geduwd. In vakjargon spreekt men over benigne prostaathyperplasie (BPH), wat simpelweg goedaardige prostaatvergroting betekent. Zestig procent van de mannen tussen 40 en 60 jaar heeft last van BPH.

Als de prostaat dermate groot wordt dat hij voortdurend tegen de plasbuis duwt, krijgt u plasproblemen. Dan wordt de urinestraal minder krachtig, duurt het langer voor de eerste plas komt, moet u vaker plassen en hier ‘s nachts regelmatig voor opstaan, druppelt u na, krijgt u het moeilijker om uw plas op te houden, en wellicht hebt u een branderig gevoel tijdens het plassen. Wanneer de plasproblemen ernstig zijn en lang aanhouden, kan dit leiden tot urineweginfecties, blaasstenen en nierproblemen. Tijdig en effectief behandelen is dus de boodschap.

De behandeling van BPH is er in de eerste plaats op gericht om de plasproblemen zodanig te verminderen dat een operatie niet nodig is. Specialisten geven in een vroeg stadium van BPH gewoonlijk nog geen medicatie, terwijl men zorgvuldig afwacht hoe de ongemakken evolueren. Een aantal van de klassiekers die worden voorgeschreven als behandeling van milde vormen van BPH bevatten extracten van Serenoa repens (sabal, palmetto of zaagpalmbes) en Cucurbita pepo (pompoenpit) die de belangrijkste symptomen (voornamelijk frequent plassen, een povere urinestraal, ’s nachts opstaan om te plassen) kunnen verbeteren.

Het CO2 sabal-extract werd gebruikt in acht klinische studies bij 5183 mannen met een milde tot matig ernstige vergrote prostaat. De studies tonen een gunstig effect van sabal op het aantal toiletbezoeken, het nachtelijk plassen en de kracht van de urinestraal:

  • de plasfrequentie ’s nachts was met 54-67% verminderd
  • de plasfrequentie overdag was met 37-51% gedaald
  • bij 12-59% van de patiënten zag men een aanzienlijke afname van het volume niet-uitgeplaste urine na een plasbeurt
  • het plassen verliep minder pijnlijk en minder moeizaam
  • in geen enkel geval was er een verandering van de seksuele functies

Na ongeveer anderhalve maand werd al een duidelijke verbetering van de plasproblemen ervaren. Na twee jaar gebruik van sabal ervaren veel patiënten eveneens een verbetering van de seksuele functie. Dit is een pluspunt in vergelijking met de klassieke medicatie die eveneens doeltreffend de plasproblemen aanpakt, maar frequent aanleiding geeft tot negatieve bijwerkingen op de seksuele functie (libidoverlies, erectiestoornissen). Een reden te meer om tijdig sabal in te schakelen zodat medicatie misschien niet nodig wordt.

De werkingsmechanismen van sabal zijn gedeeltelijk ontrafeld. Actieve bestanddelen uit sabal laten de gladde spieren in de blaashals, de urinebuis en het prostaatkapsel ontspannen. Zo ontstaat er minder druk op de blaasuitgang en de plasbuis.

Verder bevat sabal ontstekingsremmende ingrediënten, wat belangrijk is aangezien een lokale ontstekingsreactie in het prostaatweefsel de prostaatvergroting in stand houdt. En misschien wel het best gekende mechanisme: het anti-testosteron-effect. Testosteron is het mannelijke geslachts-hormoon dat zich bij BPH nog sterker concentreert in het prostaatweefsel.

Bestanddelen uit sabal verhinderen de activatie van testosteron tot dihydrotestosteron (DHT). DHT is een groeifactor die de groei van het prostaatweefsel stimuleert. De sabalingrediënten remmen hiervoor het enzym (5-alfa-reductase) dat verantwoordelijk is voor de activatie van testosteron.

Referenties

  • Alcaraz A, Hammerer P, Tubaro A et al. Is there evidence of a relationship between benign prostatic hyperplasia and prostate cancer? Findings of a literature review. Eur Urol 2009; 55(4):864-73.
  • Bent S, Kane C, Shinohara K, Neuhaus J, Hudes ES, Goldberg H, Avins AL. Saw palmetto for benign prostatic hyperplasia. N Engl J Med 2006; 354(6):557-66.
  • Blumenthal M, Goldberg A, Brinckmann J. Herbal Medicine - Expanded Commission E Monographs. American Botanical Council 2000, p323.
  • Bombardelli E. Extracts of Cucurbita sp., process for their preparation and their us in medicaments and in cosmetics. Indena S.p.A. 1996, US patent 5,547,673.
  • Braeckman J, Bruhwyler J, Brichard B, Géczy J. Efficacy and safety of the extract of Serenoa repens in the treatment of benign prostatic hyperplasia: an open multi- centre study. Eur J Clin Res 1997; 9:1–11.
  • Braeckman J, Bruhwyler J, Vanderkerckhove K, Géczy J. Efficacy and safety of the extract of Serenoa repens in the treatment of benign prostatic hyperplasia: therapeutic equivalence between twice and once daily dosage forms. Phytother Res 1997; 11(8):558-63.
  • Braeckman J, Denis L, de Lavel J et al. A double-blind, placebo-controlled study of the plant extract Serenoa repens in the treatment of benign hyperplasia of the prostate. Eur J Clin Res 1997; 9:247-59.
  • Braeckman J. The extract of Serenoa repens in the treatment of benign prostatic hyperplasia: a multicenter open study. Curr Ther Res 1994; 55:776-85.
  • Breu W, Hagenlocher M, Redl K, Tittel G, Stadler F, Wagner H. Anti-inflammatory activity of sabal fruit extracts prepared with supercritical carbon dioxide. In vitro antagonists of cyclooxygenase and 5-lipoxygenase metabolism. Arzneimittelforschung 1992; 42(4):547-51.
  • Breu W, Stadler F, Hagenlocher M et al. Der Sabalfrucht-Extrakt SG 292. Ein Phytotherapeutikum zur Behandlung der benignen Prostatahyperplasie. Z Phytother 1992; 13:107-15.
  • Dedhia RC, McVary KT. Phytotherapy for lower urinary tract symptoms secondary to benign prostatic hyperplasia. J Urol 2008; 179(6):2119-25.
  • ESCOP monographs. The scientific foundation for herbal medicinal products. second edition 2003 and supplement 2009.
  • Mattei FM, Capone M, Acconcia A, Spedali Riuniti S. Serenoa repens extract in the medical treatment of benign prostatic hypertrophy. Urologia 1988; 55:547-52.
  • Syed DN, Khan N, Afaq F, Mukhtar H. Chemoprevention of prostate cancer through dietary agents: progress and promise. Cancer Epidemiol
  • Biomarkers Prev 2007; 16(11):2193-203.
  • Vahlensieck W, Volp A, Kuntze M, Lubos W. Changes in Micturition in Patients with Benign Prostate Hyperplasia Treated with an Extract of Sabal Fruit. Urologe 1993; 33:380–83.
  • Vahlensieck W, Volp A, Lubos W, Kuntze M. Benign Prostate Hyperplasia–Treatment with Sabal Fruit Extract. Fortschr Med 1993; 111:323–26.

Saccharomyces cerevisiae

Saccharomyces cerevisiae (bakkersgist), bevat specifieke polysachariden, meer bepaald de onoplosbare bèta-1,3/1,6-glucanen. Deze bètaglucanen helpen een immuunrespons induceren ter hoogte van de Peyerse platen van de dunne darm (een belangrijk onderdeel van het immuunsysteem).

Referentie

  • Volman JJ, Ramakers JD, Plat J. Dietary modulation of immune function by beta-glucans. Physiol Behav 2008; 94(2):276-84.

Schisandra chinensis

Schisandra chinensis induceert bij gezonde personen een beter uithoudingsvermogen, een fijnere motoriek en een hogere mentale capaciteit. Diverse klinische studies tonen het nut aan van schisandra bij psychiatrische aandoeningen (neurose, depressie, alcoholisme,...), griepepidemieën en uiteenlopende ontstekingsprocessen (aan sinussen, oren, longen, maag,...).

Referenties

  • Narimanian M, Badalyan M, Panosyan V, Gabrielyan E, Panossian A, Wikman G, Wagner H.Impact of Chisan (ADAPT-232) on the quality-of-life and its efficacy as an adjuvant in the treatment of acute non-specific pneumonia. Phytomedicine 2005; 12(10):723-9.
  • Opletal L, Sovova H, Bartlova M. Dibenzo[a,c]cyclooctadiene lignans of the genus Schisandra: importance, isolation and determination. J Chromatogr B Analyt Technol Biomed Life Sci 2004; 812(1-2):357-71.
  • Panossian A, Wikman G. Pharmacology of Schisandra chinensis Bail.: an overview of Russian research and uses in medicine. J Ethnopharmacol 2008; 118(2):183-212.

Siberische ginseng

Siberische ginseng (Eleutherococcus senticosus) is geliefd bij sporters omwille van de prestatie- verhogende impact van de bestanddelen (betere aanpassing aan verlaagde zuurstofatmosfeer op grote hoogte, langer uithoudingsvermogen). In onderzoek kwam naar voor dat de plant een betere adaptatie induceerde tegen stress, veroorzaakt door een mentaal belastende test. Ook CVS-patiënten met een milde tot matige vermoeidheid ervoeren verbetering bij gebruik van de plant.

Referenties

  • Eleutherococcus senticosus. Altern Med Rev 2006; 11(2):151-5.

Sint-Janskruid

Sint-Janskruid (Hypericum perforatum) is een plant die overal in Europa voorkomt en groeit op droge, maar voedselrijke plaatsen. Sint-Janskruid wordt vooral gebruikt voor een goede gemoedstoestand en de instandhouding van de emotionele balans.

Een nutricijn op basis van Sint-Janskruid bevat minstens 0,3 % hypericine, een belangrijke actieve stof die nodig is voor een goede werking van het preparaat.

Sint-Janskruid wordt reeds lang beschouwd als een natuurlijk antidepressivum en wordt vooral ingezet wanneer men zich lusteloos en neerslachtig voelt. Het kruid kan ondersteuning bieden tijdens moeilijke perioden aangezien het een goede gemoedstoestand bevordert. Sint-Janskruid heeft een versterkend en kalmerend effect op het zenuwstelsel. Het helpt tegen allerlei symptomen van stress zoals hartkloppingen, hyperventilatie, bedplassen, hoofdpijn, slapeloosheid en zelfs stotteren.

Sint-Janskruid bevat verschillende actieve stoffen die een mogelijke antidepressieve werking hebben. De belangrijkste stoffen zijn de hypericinen waaronder hypericine, pseudohypericine en hyperforine. Dit zijn psychoactieve stoffen die opbeurend werken door de heropname van o.a. de neurotransmitters serotonine, noradrenaline en dopamine te remmen en tegelijkertijd ook de heropname van L-glutamaat en GABA tegen te gaan.

Referenties

  • 2010 Oct-Dec;21(4):332-8.
  • CNS Drugs. 2003;17:539-562.
  • J Ethnopharmacol. 2005 Aug 22;100(1-2):108-13.
  • Pharmacol Res. 2003 Feb;47(2):101-9.
  • Photochem Photobiol. 2011 May-Jun;87(3):680-4
  • Pharm Biol. 2011 Jan;49(1):46-56.
  • J Nat Prod. 2010 May 28;73(5):1015-21.

Slaapmutsje

Slaapmutsje (Eschscholzia californica) is een milde rustgever uit de traditionele geneeskunde van de Indianen in Californië, en is nuttig bij slaapstoornissen gepaard met pijn of krampen. Het kruid bezit spasmolytische en licht analgetische eigenschappen.

Sulforafaanglucosinolaat

Sulforafaanglucosinolaat (SGS) treft men rijkelijk aan in broccolizaden. SGS is de voorloper van het chemopreventieve sulforafaan. Directe antioxidanten, zoals vitamine C en E, vangen en neutraliseren de vrije radicalen rechtstreeks. Er zijn ook antioxidanten die het anders aanpakken. Sulforafaanglucosinolaat (SGS) uit broccoli is een dergelijk voorbeeld. SGS is het zwavelbevattende stofje dat aan broccoli het doordringende aroma en de iets bittere smaak geeft. Het is het bestanddeel waar sommige mensen hun neus voor ophalen, maar juist heel gezond is.

SGS levert na consumptie sulforafaan aan het lichaam. Sulforafaan neutraliseert de vrije radicalen niet zelf, maar zet beschermende mechanismen binnenin de cel in gang. Dit wordt een indirecte antioxidant genoemd. Sulforafaan activeert namelijk de fase-2 ontgiftingsenzymen die een langdurige antioxidantwerking opwekken. In feite is het resultaat tweevoudig: u krijgt een reinigingskuur waarbij er een betere afvoer is van stoffen via de urine, en er wordt een netwerk van lichaamseigen antioxidanten geactiveerd. Dit is wat men een duurzame antioxidant noemt.

Indirecte antioxidant Sulforafaan Directe antioxidant Vitamine C & E
Hoe werkt het? Stimuleert fase-2 enzymen die antioxidatieve bescherming bieden.

Schept zo een ‘leger’ antioxidanten die paraat staan om verschillende soorten vrije radicalen uit te schakelen.

Neutraliseert de vrije radicalen rechtstreeks.

Meestal elimineert 1 antioxidantdeeltje maar 1 vrij radicaal.

Hoe lang gaat het mee? Zet een doorlopend proces in gang.

Effect blijft ook voortduren nadat de antioxidant het lichaam heeft verlaten.

Kan dagen aanhouden.

Blijft maar een paar uur goed en gaat verloren zodra het met een vrij radicaal reageert.

Verschil in werking tussen een indirecte en directe antioxidant.

Aan de Johns Hopkins Universiteit raakten wetenschappers geboeid door deze fenomenale antioxidantactiviteit van sulforafaan. Vooral omwille van het kankerbeschermende effect. Sulforafaan beschermt op verschillende niveaus tegen kanker: zowel in de preventie, het beginstadium als in een meer gevorderd stadium van het kankerproces. Daarom begonnen ze te onderzoeken hoe ze van broccoli een volwaardig product konden maken.

De onderzoekers merkten al snel dat het geen goede optie was om sulforafaan af te zonderen. Deze molecule blijft niet stabiel en gaat heel snel verloren. De oplossing lag in een volledig broccoli-extract. Maar niet zonder eerst alle eiwitten, ook de functionele (namelijk de enzymen) te vernietigen. Het heeft heel wat speurwerk gekost om deze kennis te achterhalen, maar het is een belangrijk gegeven waar u zelfs rekening mee moet houden als u broccoli op het menu zet.

Productieproces garandeert stabiliteit

Broccoli bevat SGS, myrosinase (enzym dat SGS kan omzetten naar sulforafaan) en ESP (Epithiospecifier protein, een eiwitcofactor van myrosinase). Van zodra broccoli wordt bewerkt, komen deze ingrediënten met elkaar in contact. Door de aanwezigheid van ESP wordt door het myrosinase enzym 60% tot 80% van SGS omgezet naar sulforafaannitril, in plaats van naar sulforafaan. Sulforafaannitril is niet werkzaam in de ondersteuning van de cellulaire immuniteit. Bijgevolg is het belangrijk om tijdens het productieproces van een broccolisupplement ESP uit te schakelen. Het ESP wordt vernietigd door desactivatie van de eiwitten/enzymen. Ook myrosinase wordt hierbij uitgeschakeld, maar enzymen gesynthetiseerd door de humane darmflora nemen de taak over en maken eveneens sulforafaan aan uit SGS.

Chemopreventie met sulforafaan

Een aantal eigenschappen van sulforafaan verklaren de kankerbeschermende invloed die men in epidemiologische studies opmerkte:

  • sulforafaan remt fase I enzymen (betrokken bij de activatie van kankerverwekkende stoffen)
  • sulforafaan induceert fase II enzymen (betrokken bij de eliminatie van kankerverwekkende stoffen via de urine en breed-spectrum antioxidanten)
  • sulforafaan is een natuurlijk antiobioticum (doodt H. pylori, risicofactor bij maagkanker)

Ondersteunend potentieel in de behandeling van kanker

  • sulforafaan induceert apoptose (geprogrammeerde celdood)
  • sulforafaan kan de celdeling laten stoppen (celcyclus arrest, aangetoond in diverse humane kankercellijnen)
  • sulforafaan remt het proces van angiogenese (vorming van nieuwe bloedvaten waarlangs uitzaaiingen plaatsvinden)

Sulforafaanglucosinolaat(SGS) kan als ondersteuning gebruikt worden bij

  • vrije radicalen (SGS is een indirecte, langdurig werkzame antioxidant via stimulatie van de detoxifica­tie-enzymen fase II in de lever)
  • bescherming tegen o.a. de negatieve invloed van dieseluitstoot, sigaretten­rook, aflatoxine, UV-straling, te bruin gebakken vlees en vis,…
  • een verzwakking van de cellulaire im­muniteit

Referenties

  • Higdon JV, Delage B, Williams DE, Dashwood RH. Cruciferous vegetables and human cancer risk: epidemiologicevidence and mechanistic basis. Pharmacol Res 2007; 55(3):224-36.
  • Juge N, Mithen RF, Traka M. Molecular basis for chemoprevention by sulforaphane: a comprehensive review. Cell Mol Life Sci 2007; 64(9):1105-27.
  • Ritz SA, Wan J, Diaz-Sanchez D. Sulforaphane-stimulated phase II enzyme induction inhibits cytokine production by airway epithelial cells stimulated with diesel extract. Am J Physiol Lung Cell Mol Physiol 2007;292(1):L33-9.
  • Myzak MC, Dashwood RH. Chemoprotection by sulforaphane: keep one eye beyond Keap1. Cancer Lett 2006; 233(2):208-18.
  • Matusheski NV, Swarup R, Juvik JA, Mithen R, Bennett M, Jeffery EH. Epithiospecifier protein from broccoli (Brassica oleracea L. ssp. italica) inhibits formation of the anticancer agent sulforaphane. J Agric Food Chem 2006; 54(6):2069-76.
  • Kensler TW, Chen JG, Egner PA, Fahey JW, Jacobson LP, Stephenson KK, Ye L, Coady JL, Wang JB, Wu Y, Sun Y, Zhang QN, Zhang BC, Zhu YR, Qian GS, Carmella SG, Hecht SS, Benning L, Gange SJ, Groopman JD, Talalay P. Effects of glucosinolate-rich broccoli sprouts on urinary levels of aflatoxin-DNA adducts and phenanthrene tetraols in a randomized clinical trial in He Zuo township, Qidong, People’s Republic of China. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev 2005; 14(11 Pt 1):2605-13.
  • Gao X, Talalay P. Induction of phase 2 genes by sulforaphane protects retinal pigment epithelial cells against photooxidative damage. Proc Natl Acad Sci U S A. 2004 Jul 13;101(28):10446-51.
  • Walters DG, Young PJ, Agus C, Knize MG, Boobis AR, Gooderham NJ, Lake BG. Cruciferous vegetable consumption alters the metabolism of the dietary carcinogen 2-amino-1-methyl-6-phenylimidazo[4,5-b] pyridine (PhIP) in humans. Carcinogenesis 2004; 25(9):1659-69.
  • Singletary K, MacDonald C. Inhibition of benzo[a]pyrene- and 1,6-dinitropyrene-DNA adduct formation in human mammary epithelial cells bydibenzoylmethane and sulforaphane. Cancer Lett 2000; 155(1):47- 54.
  • Fahey JW, Zhang Y, Talalay P. Broccoli sprouts: an exceptionally rich source of inducers of enzymes that protect against chemical carcinogens. Proc Natl Acad Sci U S A 1997; 94(19):10367-72.

 

 

 

Taurine

Taurine of 2-aminoethaansulfonzuur, is een organisch zuur dat erg veel voorkomt in dierlijk weefsel. Enkele natuurlijke bronnen van taurine zijn vlees, vis (vooral zalm en kabeljauw), zuivelproducten en eieren. Taurine komt voort uit cysteïne, een aminozuur dat een thiolgroep bevat. Taurine is één van de weinige bekende natuurlijk voorkomende sulfonzuren. Het is geen aminozuur aangezien het geen carboxylgroep bevat, maar in de wetenschappelijke literatuur wordt het vaak zo genoemd.

Taurine is een nutriënt dat in hoge concentraties voorkomt in witte bloedcellen, skeletspieren, centraal zenuwstelsel en de hartspier.

Taurine heeft vele essentiële biochemische functies zoals conjugatie van galzuren, antioxidatieve eigenschappen, stabilisatie van de celwand en het regelen van het calciumgehalte. Tevens is het van vitaal belang voor een goede functie van het cardiovasculaire systeem, de ontwikkeling en functie van de skeletspieren, het netvlies en het centrale zenuwstelsel.

Taurine is een inhiberende neurotransmitter en wordt vaak ingezet bij kortstondige stress. Het werkt als angstonderdrukker in het centrale zenuwstelsel. Tevens is het een belangrijke antioxidant.

Een aantal studies wijzen aan dat taurine gunstig is bij het verlagen van de bloeddruk en het ondersteunende effect bij hart- en vaatziekten. Het gunstige effect is ook zichtbaar bij bloedarmoede en diabetes I en II (vermindert gewicht en bloedsuikerspiegel).

De belangrijkste toepassingen van taurine zijn het optimaal houden van de energiestofwisseling, verbetering van lichamelijke en geestelijke prestaties bij tijdelijke stress, bescherming van de levercellen tegen giftige stoffen, versterking van het immuunsysteem, ondersteuning cardiovasculaire systeem, tegengaan van bloedarmoede, het in stand houden van de bloeddruk, goed functioneren van het zenuwstelsel, optimaliseren van de bloedsuikerspiegel, behoud van een goede oogfunctie, verbeteren van vitaliteit en rustgevend bij acute stress.

Referenties

  • Airaksinen EM, Oja SS, Marnela KM, Sihvola P. Taurine and other amino acids of platelets and plasma in retinitis pigmentosa. Ann Clin Res 1980;12(2):52-4.
  • Airaksinen EM et al. Effects of taurine treatment on epileptic patients. Prog Clin Biol Res 1980;39:157-66.
  • Azuma J et al. Taurine for treatment of congestive heart failure. Int J Cardiol 1982;2:303.
  • Baskin SL, Dagirmanjian R. Possible involvement of taurine in the genesis of muscular dystrophy. Nature 1973;245:464-5.
  • Chazov EL et al. Taurine and electrical activity of the heart. Circ Res 1974;35 Suppl. 3:11-21.
  • Desai TK et al. Taurine deficiency after intensive chemotherapy and/or radiation. Am J Clin Nutr 55:708-11, 1992.
  • Franconi F, Bennardini F, Mattana A, et al. Plasma and platelet taurine are reduced in subjects with insulin-dependent diabetes mellitus: effects of taurine supplementation. Am J Clin Nutr 61:1115-9, 1995.
  • Huxtable, R and Pasante-Morales, H., Taurine in Nutrition and Neurology, Plenum Press, 1982.
  • Matsuyama Y, Morita T, Higuchi M, Tsujii T. The effect of taurine administration on patients with acute hepatitis, in K Kuriyama, RJ Huxtable, H Iwata, Eds. Sulfur Amino Acids: Biochemical and Clinical Aspects. New York, Alan R. Liss, Inc., 461-8, 1983.
  • Maturo J, Kulakowsky EC. Taurine binding to the purified insulin receptor. Biochem Pharmacol 33:3755-60, 1988.
  • Orthomolecular Rewiew, Vol 3. No 3, 1983.
  • Pomara N et al. Glutamate and other CSF amino acids in Alzheimer's disease. Am J Psychiatry 149(2):251-4, 1992.
  • Sebring LA, Huxtable RJ. Cardiovascular actions of taurine, in Sulfur Amino Acids: Biochemical & Clinical Aspects, 1983.
  • Wang L Zhao N, Zhang F, et al. Effect of taurine on leucocyte function. Eu J Pharmacol. 2009. Epub ahead of print.
  • Wang WY, Liaw KY. Effect of a taurine-supplemented diet on conjugated bile acids in biliary surgical patients. JPEN J Parenter Enteral Nutr 15(3):294-7, 1991.
  • Yamauchi-Takihara K et al. Taurine protection against experimental arterial calcinosis in mice. Biochem Biophys Res Commun 140(2):679-83, 1986.

Tocotriënolen

Tocotriënolen behoren tot de familie van E-vitamines. Ze zijn erg verwant met de tocoferolen wat structuur betreft, maar hebben wel een groter aantal onverzadigde verbindingen. Hierdoor kunnen ze de celmembranen gemakkelijker passeren. Bijgevolg ligt de antioxidantactiviteit voor alfa-tocotriënol 40 tot 60 % hoger dan bij alfa-tocoferol. Tocotriënolen hebben een gunstig effect op het cardiovasculaire systeem. Ze dragen bij tot een goed cholesterolgehalte aangezien ze de eigenschap bezitten om de synthese van HMG-CoA-reductase af te remmen, dit is het enzym dat nodig is voor de lichaamseigen aanmaak van cholesterol in de lever. Tocotriënolen bevorderen tevens een evenwichtige vethuishouding, gaan de plaquevorming in de vaten tegen en helpen bij het behoud van gezonde glucose- en triglyceridengehalten.  Wetenschappelijk onderzoek heeft ook aangegeven dat tocotriënolen de bloeddruk verlagen. Verder tonen bepaalde onderzoeken aan dat tocotriënolen een gunstig effect hebben op de cellulaire immuniteit aangezien ze het DNA binnenin de cel beschermen tegen oxidatieve schade en ook bescherming geven aan de celmembranen.

Referenties

  • Nutr Cancer. 1999;33(1):26-32.
  • 2005 Oct;(2):367-74.
  • 2011 Aug;42(8):2308-14.
  • Randomized Clinical Trial of Tocotrienols Supplementation vs. Placebo for Androgenetic Alopecia. Professor Yuen Kah Hay, b., School of Pharmaceutical Sciences, Universiti Sains, Malaysia.

Trimethylglycine

Trimethylglycine (TMG) of betaïne bezit drie methylgroepen aan een molecuul glycine. TMG werkt op een andere wijze als de B-vitamines. TMG is een zgn. methyldonor, die extra methylgroepen levert om de omzetting van homocysteïne terug naar methionine te bewerkstelligen. Wanneer een methyl-groep van TMG wordt afgegeven aan een molecuul homocysteïne, verandert deze stof in het niet-toxische aminozuur methionine . Studies wijzen aan dat TMG in staat is om gezonde spiegels van homocysteïne te onderhouden.

Trimethylglycine (TMG) , ook wel betaïne genaamd, is van nature in vele lichaamsweefsels aanwezig. Bij het ouder worden neemt de methylering af; hierdoor ontstaat er een hoger gehalte van homocysteïne in het lichaam. Hoge homocysteïnespiegels worden geassocieerd met een hogere kans op cardiovasculaire aandoeningen. Ook de kans op ziekten die verband houden met het verouderingsproces worden hiermee in verband gebracht.

TMG speelt een cruciale rol in de stofwisseling van homocysteïne en is een belangrijke stof voor de preventie van cardiovasculaire aandoeningen. Als donor voor de methylgroepen zet TMG homocysteïne om in methionine, en vervolgens in SAMe. Studies tonen aan dat een extra inname van TMG het homocysteïnegehalte op dosis-afhankelijke wijze doet afnemen.

Studies met dieren tonen tevens aan dat TMG zorgt voor een ondersteuning van de lever ( gaat leververvetting tegen) en de SAMe-gehalten in het lichaam doen stijgen.

Het is aan te bevelen om samen met TMG extra vitamine B6, B12 en foliumzuur in te nemen aangezien deze nutriënten een belangrijke rol spelen in het proces van methylering.

Referenties

  • Ann West Med Surg. 1951;5:825-9.
  • Ann West Med Surg. 1951;5:830-55.
  • Ann West Med Surg. 1951;5:856-62.
  • 1951;145:1232-6.
  • Am J Dig Dis. 1952;19:381-4.
  • Mol Genet Metab. 2006 Jul;88(3):201-7.
  • 1999 Oct 19;38(42):13991-8.
  • Curr Drug Metab. 2005 Feb;6(1):15-22.
  • J Nutr. 2003 Dec;133(12):4135-8.
  • J Nutr. 2003 May;133(5):1291-5.
  • Am J Clin Nutr. 2002 Nov;76(5):961-7.
  • Br J Clin Pharmacol. 2002 Aug;54(2):140-6.
  • Kidney Int. 2002 Mar;61(3):1040-6.
  • Kidney Int. 2002 Mar;61(3):1040-6.
  • 1985 Dec;34(12):1115-21.
  • N Engl J Med. 1983 Aug 25;309(8):448-53.
  • J Nutr. 2006 Jan;136(1):34-8.
  • Am J Clin Nutr. 2008 Feb;87(2):424-30.

Valeriaan

Valeriaan wordt vaak ingezet bij angst en slaapproblemen.

Een overzicht van 16 placebogecontroleerde studies bij in totaal 1093 patiënten gaf sterke aanwijzingen dat valeriaan de slaapkwaliteit verbeterde, zonder bijwerkingen. Na 2-4 weken gebruik valt de patiënt gemakkelijker in slaap en de beginslaap wordt dieper. Valeriaan wordt ook ingezet om ontwenningsverschijnselen door afbouw van benzodiazepines te verminderen. Een valeriaanextract gestandaardiseerd op valeriaanzuur heeft bovendien een angstremmend potentieel. Valeriaanzuur oefent dit angstwerend effect uit via GABA- en glutamaatreceptoren.

Referenties

  • Bent S, Padula A, Moore D, Patterson M, Mehling W. Valerian for sleep: a systematic review and meta-analysis. Am J Med 2006; 119(12):1005-12.
  • Med J Nutrition Metab 2011; 4(3):211-218.
  • Del Valle-Mojica LM, Ayala-Marín YM, Ortiz-Sanchez CM, Torres-Hernández BA, Abdalla- Mukhaimer S, Ortiz JG. Selective Interactions of Valeriana officinalis Extracts and Valerenic Acid with [H]Glutamate Binding to Rat Synaptic Membranes. Evid Based Complement Alternat Med 2011; 2011:403591.
  • ESCOP Monographs, 2nd edition, Supplement 2009: pp270-9.
  • Kennedy DO, Little W, Haskell CF, Scholey AB. Anxiolytic effects of a combination of Melissa officinalis and Valeriana officinalis during laboratory induced stress. Phytother Res 2006; 20(2):96- 102.
  • Trauner G, Khom S, Baburin I, Benedek B, Hering S, Kopp B. Modulation of GABAA receptors by valerian extracts is related to the content of valerenic acid. Planta Med 2008; 74(1):19-24.
  • Van Hellemont J. Fytotherapeutisch compendium. 2de ed. Bohn Stafleu Van Loghum 1993; pp230-1.

Veenbessen

Veenbessen verhinderen de aanhechting van E. coli en andere gram-negatieve bacteriën aan het epitheel van de urinewegen (bv. de blaaswand). Veenbessen bezitten een complex fytonutriëntenprofiel met 3 klassen van flavonoïden (flavonolen, anthocyaninen en proanthocyanidinen), triterpenoïden, catechines en andere polyfenolen die allemaal bijdragen aan de werking ervan. Veenbessen bevatten ondermeer proanthocyanidine type A die de bacteriële adhesie via P-fimbriae blokkeert en fructose die de aanhechting van type-1 fimbriae remt. Fimbriae zijn de uitsteeksels waarmee E. coli zich aan het epitheel hecht.

Aangezien de belangrijkste veroorzaker van urineweginfecties nl. E. coli reeds resistentie ontwikkelde tegen bepaalde antibiotica (β-lactamen en fluoroquinolonen) is de beschikbaarheid van cranberry een goede zaak. De beste bewijslast voor veenbessenpreparaten ligt in de preventie van een terugkerende, acute blaasontsteking bij jonge vrouwen.

Een klinische studie met het ‘volledige concentraat’ uit veenbessen (Vaccinium macrocarpon) bewijst de effectiviteit in de behandeling en preventie van urineweginfecties (UWI’s). Ruim de helft van alle vrouwen krijgt ooit te maken met een UWI, bij 1 op 4 onder hen is het een terugkerende infectie. In een pilootstudie (o.l.v. dr. Wheeler) gebruikten 60 vrouwen met chronische UWI’s en urethritis (ontsteking aan de plasbuis) gedurende 6 maanden dagelijks 500 mg cranberryconcentraat van de ganse vrucht. Van de deelneemsters gaf 90% aan dat het urineren vlotter verliep bij gebruik van het veenbessenconcentraat. In een Tsjechische studie werd het profylactische potentieel van dit concentraat geëvalueerd bij 25 deelnemers met een terugkerende UWI. Na 6 maanden gebruik gaf 93% onder hen aan dat de preventieve behandeling doeltreffend was. Ook het aantal bacteriën en witte bloedcellen gemeten in de urine was duidelijk lager (in de behandelde versus onbehandelde groep). Veenbessen verhinderen de aanhechting van E. coli en andere gram-negatieve bacteriën aan het epitheel van de urinewegen (bv. de blaaswand).

Referenties

  • Bailey DT, Dalton C, Joseph Daugherty F, Tempesta MS. Can a concentrated cranberry extract prevent recurrent urinary tract infections in women? A pilot study. Phytomedicine 2007; 14(4):237-41.
  • Cimolai N, Cimolai T. The cranberry and the urinary tract. Eur J Clin Microbiol Infect Dis 2007;26(11):767-76.
  • Dugoua JJ, Seely D, Perri D, Mills E, Koren G. Safety and efficacy of cranberry (vaccinium macrocarpon) during pregnancy and lactation. Can J Clin Pharmacol 2008; 15(1):e80-6.
  • Halkes-Pos S. Cranberry bevattende producten en de preventie van urineweginfecties. Nederlands tijdschrift voor fytotherapie. 2006 Mar/Apr; nr 1:3-6.
  • Hess MJ, Hess PE, Sullivan MR, Nee M, Yalla SV. Evaluation of cranberry tablets for the prevention of urinary tract infections in spinal cord injured patients with neurogenic bladder. Spinal Cord 2008; 46(9):622-6.
  • Ochoa-Brust GJ, Fernández AR, Villanueva-Ruiz GJ, Velasco R, Trujillo-Hernández B, Vásquez C.
  • Ohnishi R, Ito H, Kasajima N, Kaneda M, Kariyama R, Kumon H, Hatano T, Yoshida T. Urinary excretion of anthocyanins in humans after cranberry juice ingestion. Biosci Biotechnol Biochem 2006; 70(7):1681-7.
  • Pinzón-Arango PA, Holguin K, Camesano TA. Impact of cranberry juice and proanthocyanidins on the ability of Escherichia coli to form biofilms. Food Sci Biotechn 2011; 20(5):1315-21.
  • D, Ghosh S and Chatterjee A. A randomized, double-blind, controlled, dose dependent clinical trial to evaluate the efficacy of a proanthocyanidin standardized whole cranberry (Vaccinium macrocarpon) powder on infections of the urinary tract. Curr Bioact Comp 2011(7): 1–8.
  • Shamseer L, Vohra S; American Academy of Pediatrics Provisional Section on Complementary, Holistic, and Integrative Medicine. Complementary, holistic, and integrative medicine: cranberry. Pediatr Rev 2007; 28(8):e43-5.
  • Stothers L. A randomized trial to evaluate effectiveness and cost effectiveness of naturopathic cranberry products as prophylaxis against urinary tract infection in women. Can J Urol 2002; 9:1558-62.
  • Vidlar A, Vostalova J, Vacek J, Kosina P, Vrbkova J, Ulrichova J, Student V, Simanek V. A randomized double blind placebo controlled trial to evaluate the efficacy of cranberry powder as a prophylactic against recurrent urinary tract infection in women. Abstract presented at PHYTOPHARM 2011 conference in Nuremburg in Germany, July 25-27, 2011.
  • Abstract available at http://www.cranmax.com/studies_wheeler.shtml. 1998.
  • Wing DA, Rumney PJ, Preslicka CW, Chung JH. Daily cranberry juice for the prevention of asymptomatic bacteriuria in pregnancy: a randomized, controlled pilot study. J Urol 2008; 180(4):1367-72.

Visolie

Visolie, die sterk geconcentreerd is, bevat hoge dosissen EPA en DHA. Een 2/1 ratio aan EPA/DHA komt het anti-inflammatoire karakter van de omega-3 vetzuren ten goede. EPA blijkt sterker anti-inflammatoir en wordt in het lichaam omgevormd tot anti-inflammatoire serie 3 prostanoïden, serie 5 leukotriënen en serie E resolvines; DHA wordt omgevormd tot anti-inflammatoire serie D resolvines en neuroprotectines.

DHA is gunstig voor de ontwikkeling van de hersenen en het gezichtsvermogen van de foetus/baby, en is inzetbaar in de preventie van alzheimer en leeftijdsgebonden gezichtsverlies. EPA is het omega-3 vetzuur met de antidepressieve eigenschappen. Ook bij ADHD zijn tot nog toe EPA-rijke visoliën het meest succesvol toegepast, een bijdrage van DHA is niet uitgesloten.

Sommige fabrikanten voegen een gestandaardiseerd olijffruitextract toe aan hun geconcentreerd visoliepreparaat en dit is niet onverstandig. Het biedt een bijkomende cardiovasculaire bescherming. Het extract moet minstens 30% polyfenolen bevatten waaronder ≥5% verbascoside en ≥1,5% hydroxytyrosol, twee sterke antioxidanten met anti-inflammatoire eigenschappen. Verbascoside en hydroxytyrosol bezitten beiden een potentieel als cardio- en neuroprotectieve stoffen. Gebruik van het volledige vruchtextract resulteert in een wetenschappelijk bewezen, synergetische antioxidantcapaciteit van alle bioactieve stoffen. Tevens kunnen ook sesamlignanen aan visolie toegevoegd worden want ze zorgen voor een verbeterde stabiliteit van de omega-3 vetzuren. De lipidenperoxidatie wordt speciaal door de sesamlignanen in heel hoge mate onderdrukt. Verder remmen de sesamliganen het delta-5-desaturase enzym dat verantwoordelijk is voor de aanmaak van arachidonzuur, de voorloper van ontstekingsbevorderende stoffen. Hiermee laten de sesamlignanen de ontstekingsremmende impact van EPA en DHA nog beter uitkomen.

Referenties

  • Aldini G, Piccoli A, Beretta G, Morazzoni P, Riva A, Marinello C, Maffei Facino R. Antioxidant activity of polyphenols from solid olive residues of c.v. Coratina. Fitoterapia 2006; 77(2):121-8.
  • Cawood AL et al. Eicosapentaenoic acid (EPA) from highly concentrated n-3 fatty acid ethyl esters is incorporated into advanced atherosclerotic plaques and higher plaque EPA is associated with decreased plaque inflammation and increased stability. Atherosclerosis 2010; 212(1):252-9.
  • Chavali SR, Zhong WW, Forse RA. Dietary alpha-linolenic acid increases TNF-alpha, and decreases IL-6, IL-10 in response to LPS: effects of sesamin on the delta-5 desaturation of omega6 and omega3 fatty acids in mice. Prostaglandins Leukot Essent Fatty Acids 1998; 58(3):185-91.
  • Dell’Agli M, Maschi O, Galli GV, Fagnani R, Dal Cero E, Caruso D, Bosisio E. Inhibition of platelet aggregation by olive oil phenols via cAMP-phosphodiesterase. Br J Nutr 2008; 99(5):945-51.
  • Gebauer SK, Psota TL, Harris WS, Kris-Etherton PM. n-3 fatty acid dietary recommendations and food sources to achieve essentiality and cardiovascular benefits. Am J Clin Nutr 2006; 83(6 Suppl):1526S-1535S.
  • Ghafoorunissa, Hemalatha S, Rao MV. Sesame lignans enhance antioxidant activity of vitamin E in lipid peroxidation systems. Mol Cell Biochem 2004; 262(1-2):195-202.
  • Harris WS , von Schacky C. The Omega-3 Index: a new risk factor for death from coronary heart disease? Prev Med 2004; 39(1):212-20.
  • Innis SM. Perinatal biochemistry and physiology of long-chain polyunsaturated fatty acids. J Pediatr 2003; 143(4 Suppl):S1-8.
  • Jicha GA, Markesbery WR. Omega-3 fatty acids: potential role in the management of early Alzheimer’s disease. Clin Interv Aging 2010; 5:45-61.
  • Kamen DL, Tangpricha V. Vitamin D and molecular actions on the immune system: modulation of innate and autoimmunity. J Mol Med 2010; 88(5):441-50.
  • Khayyal MT, el-Ghazaly MA, Abdallah DM, Nassar NN, Okpanyi SN, Kreuter MH. Blood pressure lowering effect of an olive leaf extract (Olea europaea) in L-NAME induced hypertension in rats. Arzneimittelforschung 2002; 52(11):797-802.
  • Koletzko et al., Br J Nutr 2007; 98(5):873-7; on behalf of the European Commission; PeriLip; www.perilip.org.
  • Marchioli R, Levantesi G, Macchia A, Maggioni AP, Marfisi RM, Silletta MG, Tavazzi L, Tognoni G, Valagussa F; GISSI-Prevenzione Investigators. Antiarrhythmic mechanisms of n-3 PUFA and the results of the GISSI-Prevenzione trial. J Membr Biol 2005; 206(2):117-28.
  • Martins JG. EPA but not DHA appears to be responsible for the efficacy of omega-3 long chain polyunsaturated fatty acid supplementation in depression: evidence from a meta-analysis of randomized controlled trials. J Am Coll Nutr 2009; 28(5):525-42.
  • Matsuzaki M, Yokoyama M, Saito Y, Origasa H, Ishikawa Y, Oikawa S, Sasaki J, Hishida H, Itakura H, Kita T, Kitabatake A, Nakaya N, Sakata T, Shimada K, Shirato K, Matsuzawa Y; JELIS Investigators. Incremental effects of eicosapentaenoic acid on cardiovascular events in statin-treated patients with coronary artery disease. Circ J 2009; 73(7):1283-90.
  • McCarty MF. Secondary hyperparathyroidism promotes the acute phase response -- a rationale
  • for supplemental vitamin D in prevention of vascular events in the elderly. Med Hypotheses 2005;
  • 64(5):1022-6.
  • Perrinjaquet-Moccetti T, Busjahn A, Schmidlin C, Schmidt A, Bradl B, Aydogan C. Food supplementation
  • with an olive (Olea europaea L.) leaf extract reduces blood pressure in borderline hypertensive
  • monozygotic twins. Phytother Res 2008 Sep;22(9):1239-42.

Vitamine B5

Vitamine B5, ook wel bekend als pantotheenzuur of pantothenaat, maakt deel uit van de B-vitamines en is een wateroplosbare vitamine. Wateroplosbare vitamines worden zonder problemen uitgescheiden uit het lichaam.                                                                                                                                        Vitamine B5 komt in grote hoeveelheden voor in vlees, groenten en volle granen (bevindt zich aan de buitenkant van de korrel).                                                                                                                                                Pantethine wordt beschouwd als de biologisch actieve vorm van vitamine B5. Vitamine B5 helpt zoals de andere B-vitamines het lichaam energie halen uit vetten, koolhydraten en eiwitten. Daarnaast zorgt vitamine B5 voor een normale synthese en metabolisme van steroïdhormonen, vitamine D en bepaalde neurotransmitters. Vitamine B5 helpt eveneens vermoeidheid verminderen en normale mentale prestaties in stand houden. Tevens is pantethine enorm belangrijk voor een gezonde vetstofwisseling en wordt in een dosering van 600 à 900 mg per dag ingezet voor een verlaging van de LDL-cholesterol en triglyceriden.

Een tekort aan vitamine B5 kan leiden tot bijnierinsufficiëntie, waardoor het lichaam minder bestand is tegen stress . Als de hoeveelheid B5 snel genoeg wordt aangevuld, zal de reactie op stress snel verbeteren. Daarom staat vitamine B5 bekend als de ‘antistress vitamine’. Het houdt de bijnieren in een optimale gezondheid en zorgt voor het herstel van de productie van stresshormonen die helpen bij de stofwisseling.                                                                                                                                                              Vitamine B5 wordt eveneens ingezet bij allergieën en is nuttig in het behoud van soepele spieren, een gezonde huid en een gezond zenuwstelsel.                                                                                                         Vitamine B5 is ook van belang bij de ondersteuning van artrose en reumatoïde artritis. Uit een klinische studie bleek dat patiënten met reumatoïde artritis een significante vermindering hadden van ochtendstijfheid en de mate van invaliditeit na vitamine B5 inname. Ook een daling van de ernst van de pijn werd gerapporteerd door personen die pantotheenzuur gebruikten.                                                Vitamine B5 zou tevens een belangrijke rol spelen in de bescherming tegen bepaalde chemische stoffen zoals aldehyden en fenolen. Uit een studie is duidelijk naar voor gekomen dat vitamine B5 in combinatie met vitamine B1 werknemers beschermden die betrokken zijn bij de productie van fenolformaldehyde harsen.

Een tekort aan vitamine B5 vindt meestal plaats in combinatie met een gebrek aan andere B-complex vitamines. Een tekort aan vitamine B5 kan leiden tot de volgende symptomen: vermoeidheid, veelvuldige infecties, hoofdpijn, buikpijn, misselijkheid, paresthesie (een stoornis in de gevoelssensatie, een prikkend of brandend gevoel, meestal in de handen of voeten), spierzwakte en krampen, depressie, veranderingen in de persoonlijkheid en cardiale instabiliteit. Bijna alle symptomen kunnen worden bestreden door het tekort van pantotheenzuur aan te vullen.

Vitamine B6

Vitamine B6 is een wateroplosbare vitamine en wordt geabsorbeerd in het bovenste gedeelte van de dunne darm door middel van eenvoudige diffusie; vervolgens wordt het getransporteerd naar de lever voor biotransformatie in pyridoxaal. Daarna wordt de vitamine geëxporteerd vanuit de lever in de vorm van een eiwit. Pyridoxaal-5′-fosfaat (P5P) is de geactiveerde vorm van vitamine B6.

Vitamine B6 is een wateroplosbaar vitamine en is belangrijk voor het tot stand komen van een normale cysteïnesynthese, een normale werking van het zenuwstelsel, een normaal metabolisme van homocysteïne, een normale psychologische functie, de normale vorming van rode bloedcellen, de normale werking van het immuunsysteem en de vermindering van vermoeidheid.                                     Vitamine B6 helpt het lichaam hemoglobine aanmaken, een stof die zorgt voor het transport van zuurstof in de rode bloedcellen naar de weefsels. Een tekort aan vitamine B6 kan leiden tot een vorm van bloedarmoede. Vitamine B6 zorgt ook voor de productie van antilichamen die nodig zijn in de strijd tegen tal van ziekten. Vervolgens helpt vitamine B6 het bloedsuikergehalte op peil houden, ondersteunt het zenuwstelsel en is van groot belang om eiwitten af te breken. Hoe meer eiwitten geconsumeerd worden, hoe meer vitamine B6 er nodig is om deze eiwitten weer af te breken.

Uit onderzoek blijkt ook dat vitamine B6 een ondersteunende rol uitoefent bij het premenstrueel syndroom (PMS), hyperoxalurie type I (hyperoxalurie is een overmatige urine-excretie van oxalaat), misselijkheid, braken tijdens de zwangerschap, sideroblastische anemie en tardieve dyskinesie.                                                                                  Een tekort aan vitamine B6 kan tevens leiden tot depressie, prikkelbaarheid, verwardheid en zweren in de mond en op de tong.

Vitamine B9

Vitamine B9 is de geoxideerde vorm van folaat en daarom ook de meest stabiele vorm. Deze vorm wordt pas biologisch actief in het lichaam indien het wordt gereduceerd naar een actieve vorm, nl. tetrahydrofolaat. Dit omzettingsproces verloopt vrij complex waarbij verschillende enzymen een rol spelen, evenals een voldoende aanwezigheid van vitamine B2, vitamine B3, zink en serine. Daarom verloopt deze omzetting niet bij iedereen even vlot, waardoor de foliumzuurstatus negatief beïnvloed wordt.

Sinds kort is ook de actieve vorm van foliumzuur (5-methyltetrahydrofolaat) als supplement verkrijgbaar. Deze vorm werkt beter bij het verbeteren van de foliumzuurstatus. Vitamine B9 (foliumzuur) is een wateroplosbaar vitamine dat sinds 1945 wordt gebruikt voor het stimuleren van de aanmaak van rode bloedlichaampjes. Van alle vitaminetekorten is het tekort aan foliumzuur een van de meest voorkomende tekorten. Dit is te wijten aan de voedselverwerking en aan darmstoornissen die de opname van deze vitamine beperken.

Foliumzuur (vitamine B9) draagt bij tot:

  • de weefselgroei van de moeder tijdens de zwangerschap
  • de normale aminozuursynthese
  • een normale bloedvorming
  • een normaal metabolisme van homocysteïne
  • een normale psychologische functie
  • de normale werking van het immuunsysteem
  • de vermindering van vermoeidheid en moeheid
  • de rol in het celdelingsproces

Vitamine C

Vitamine C is een goede antioxidant die de cellen beschermt tegen oxidatieve stress. Maar vitamine C ondersteunt ook de energiestofwisseling, verhoogt de ijzeropname en draagt bij tot de collageenvorming voor een normale werking van bloedvaten, tanden en tandvlees, botten, kraakbeen en huid. Vitamine C draagt eveneens bij tot de vermindering van vermoeidheid, een normaal psychologisch functioneren en de normale werking van het zenuwstelsel & het immuunsysteem. Aangezien een regelmatige inname van vitamine C de duur van een plots opgelopen verkoudheid vermindert – en onder extreme omstandigheden (extreme koude, intense fysieke activiteit) ook haar incidentie – is natuurlijke vitamine C zoals een acerola- en camu camu extract aan te bevelen. Deze natuurlijke vitamine C is vanzelf omgeven door bioflavonoïden voor een betere opname in het lichaam. Camu camu en acerola zijn twee tropische vruchten met een zeer hoog vitamine C-gehalte. Dit maakt het mogelijk om een 100% natuurlijk product met een voldoende hoge vitamine C-dosering aan te bieden. De biologische beschikbaarheid van natuurlijke vitamine C  is beter dan die van geïsoleerde, synthetische vitamine C. Zo werd in een vergelijkende studie natuurlijke vitamine C (als sap van acerola) beter vastgehouden in het lichaam van de deelnemende mannen dan synthetisch ascorbinezuur. Dit komt alvast deels doordat vitamine C in de voedingsmatrix omgeven is door bioflavonoïden.

Vitamine D

Vitamine D is door zijn cruciale rol in het calciummetabolisme belangrijk voor de botten. Vitamine D verbetert de opname van calcium uit de darm en verhoogt de reabsorptie van calcium ter hoogte van de nieren. Ook de spierfunctie wordt ondersteund. Activatie van de vitamine D-receptor leidt tot een verhoogde aanmaak van eiwitten in spiercellen. Spiermassa en contractiekracht worden gunstig beïnvloed.                                                                                                                                                                   Vitamine D beïnvloedt als ‘hormoon’ meer dan 200 genen. Een tekort aan vitamine D wordt geassocieerd met cardiovasculaire problemen, insulineresistentie, bepaalde soorten kankers (colon, borst, prostaat), microbiële infecties en de ontwikkeling van auto-immuunziektes (waaronder diabetes type 1, reumatoïde artritis en multiple sclerose).

Recentere onderzoeksdata wijzen vitamine D ook een rol toe bij tal van fysiologische systemen buiten het skelet: immuunsysteem, insuline-producerende β-cellen, hart en bloedvaten, spierstelsel.

Associatie van vitamine D met diverse fysiologisch systemen Welke rol vervult vitamine D?
Behoud van botsterkte, normale tanden Intestinale calciumabsorptie, calcium/fosfor-homeostase, mineralisatie en hermodellering van bot
Gezonde celgroei (prostaat, borst, dikke darm, witte bloedcellen) Regulatie celcyclus, celdeling
Normale functie van het immuunsysteem (verhoogde weerstand, onderdrukking auto-immuniteit) Activering macrofagen en aanmaak van antimicrobiële peptiden, onderdrukken van dendritische en TH1-cellen
Suikerstofwisseling Bevordering insulinesecretie door pancreatische b cellen
Instandhouding van normale bloeddruk en bloedstolling, ondersteuning hartspier Tussenkomst in de regulatie van het renine-angiotensine-systeem, coagulatie, fibrinolyse, functionering hartspier
Behoud van spiersterkte, valpreventie Promotie normale skeletspierontwikkeling
Gemoedstoestand, geheugenfunctie In onderzoeksfase: hersenen bevatten de vitamine D-receptor

Recente onderzoeken tonen aan dat de optimale inname van vitamine D veel hoger ligt dan oorspronkelijk werd aangenomen. Voor de meeste volwassenen is een dagelijkse suppletie van 1000 tot 2000 IU vitamine D3 wenselijk, met een veilige bovengrens van 10000 IU/dag  gedurende 6 maanden.

Resultaten van een Brits onderzoek waar 6789 volwassenen aan deelnamen, tonen aan dat een hoger vitamine D-niveau geassocieerd is met een lager risico op bovenste luchtweginfecties. De onderzoekers berekenden dat voor elke verhoging van 10 nmol/l in hun serumgehalte aan calcidiol het infectierisico met 7% was gedaald.

In een grootschalig onderzoek bij 12594 personen (mannen en vrouwen) was een hoger serumgehalte aan calcidiol (een maat voor het vitamine D-niveau) geassocieerd met minder depressieve symptomen. Deze bevinding was vooral van toepassing bij personen met een voorgeschiedenis van majeure depressie.

Niet de calcium- of melkinname, maar wel de consumptie van vitamine D was geassocieerd met een lager risico op stressfracturen (kleine scheurtjes in het bot) bij adolescenten die dagelijks 1 uur stevig doorsporten. Bij dit onderzoek werden 6712 meisjes van 9 tot 15 jaar gedurende 7 jaar opgevolgd.

Een Deens onderzoek uitgevoerd bij 2016 menopauzale vrouwen die gedurende 16 jaar werden opgevolgd, bracht aan het licht dat een tekort aan vitamine D geassocieerd was met een hoger risico op gezondheidsproblemen aan het hart.

Referenties

  • Norman AW, Bouillon R. Vitamin D nutritional policy needs a vision for the future. Exp Biol Med (Maywood) 2010; 235(9):1034-45.
  • Grant WB, Boucher BJ. Requirements for Vitamin D Across the Life Span. Biol Res Nurs 2011 Jan 17.
  • Ersoy-Evans S. Commentary: Vitamin D and autoimmunity: is there an association? J Am Acad Dermatol 2010; 62(6):942-4.
  • Cannell JJ, Hollis BW, Sorenson MB, Taft TN, Anderson JJ. Athletic performance and vitamin D. Med Sci Sports Exerc 2009;41(5):1102-10.
  • Barnard K, Colón-Emeric C. Extraskeletal effects of vitamin D in older adults: cardiovascular disease, mortality, mood, and cognition. Am J Geriatr Pharmacother 2010; 8(1):4-33.
  • Cameron ID, Murray GR, Gillespie LD, Robertson MC, Hill KD, Cumming RG, Kerse N. Interventions for preventing falls in older people in nursing care facilities and hospitals. Cochrane Database Syst Rev 2010; (1):CD005465.
  • Bertone-Johnson ER. Vitamin D and the occurrence of depression: causal association or circumstantial evidence? Nutr Rev 2009; 67(8):481-92.
  • Battault S, Whiting SJ, Peltier SL, Sadrin S, Gerber G, Maixent JM. Vitamin D metabolism, functions and needs: from science to health claims. Eur J Nutr. 2012 Aug 12.
  • Zarowitz BJ. The value of vitamin D(3) over vitamin D(2) in older persons. Geriatr Nurs 2008; 29(2):89-91.
  • Heaney RP, Recker RR, Grote J, Horst RL, Armas LA. Vitamin D3 Is More Potent Than Vitamin D2 in Humans. J Clin Endocrinol Metab 2010 Dec 22.
  • Armas LA, Hollis BW, Heaney RP. Vitamin D2 is much less effective than vitamin D3 in humans. J Clin Endocrinol Metab 2004; 89(11):5387-91.
  • Berry DJ, Hesketh K, Power C, Hyppönen E. Vitamin D status has a linear association with seasonal infections and lung function in British adults. Br J Nutr 2011;106(9):1433-40.
  • Hoang MT, Defina LF, Willis BL, Leonard DS, Weiner MF, Brown ES. Association between low serum 25-hydroxyvitamin D and depression in a large sample of healthy adults: the Cooper Center longitudinal study. Mayo Clin Proc 2011; 86(11):1050-5.
  • Sonneville KR, Gordon CM, Kocher MS et al. Vitamin D, Calcium, and Dairy Intakes and Stress Fractures Among Female Adolescents. Arch Pediatr Adolesc Med. 2012 Mar 5.
  • Schierbeck LL, Rejnmark L, Tofteng C, Stilgren L, Eiken P, Mosekilde L, Køber L, Jensen JE. Vitamin D deficiency
  • in postmenopausal, healthy women predicts increased cardiovascular events--a 16-year follow-up study. Eur J Endocrinol 2012 Aug 8.
  • Lips P, Bouillon R, van Schoor NM, Vanderschueren D, Verschueren S, Kuchuk N, Milisen K, Boonen S. Reducing fracture risk with calcium and vitamin D. Clin Endocrinol (Oxf) 2010; 73(3):277-85.
  • Bischoff-Ferrari H. Vitamin D: what is an adequate vitamin D level and how much supplementation is necessary? Best Pract Res Clin Rheumatol 2009; 23(6):789-95.
  • Grant WB, Schuitemaker GE. Health benefits of higher serum 25-hydroxyvitamin D levels in The Netherlands. J Steroid Biochem Mol Biol 2010;121(1-2):456-8

Vitamine K2

Vitamine K bestaat in meerdere vormen met ieder een specifieke werking. Vitamine K is een cofactor in de productie van bloedstollingsfactoren (in de lever), maar ook van osteocalcine (in de botten) en matrix Gla proteïne (in bloedvatwanden). Deze laatste 2 functies worden het best ondersteund door vitamine K2. Vitamine K2 onderscheidt zich van vitamine K1 door een onverzadigde zijketen van isoprenoïd-eenheden (variërend in lengte van 1 tot 14 eenheden). Menaquinone-7(MK7) is rijkelijk aanwezig in natto (= gefermenteerde soja) en is een vitamine K2 met 7 isoprenoïd-eenheden. Voedselgebonden vitamine K bestaat in 2 vormen: vitamine K1 (phylloquinone) uit groene groenten en algen, en vitamine K2 (menaquinones) van microbiële oorsprong (uit gefermenteerde voeding zoals kaas en natto).

Dankzij de langere moleculaire structuur t.o.v. van K1 bezit MK7 interessante gezondheidsvoordelen.

In tegenstelling tot K1 wordt MK7 in het bloed vervoerd op LDL-partikels (‘Low Density Lipoprotein’). Hierdoor bezit MK7 een langere halfwaardetijd dan K1 en is de kans bijgevolg ook groter dat MK7 beschikbaar wordt voor gebruik in weefsels die buiten de lever zijn gelegen (zoals vele bloedvaten en botten). Bij gebruik van MK7 wordt na 2 weken een maximale bloedconcentratie bereikt die 7 tot 8 maal hoger ligt dan bij gebruik van K1. De halfwaardetijd van K1 bedraagt 1-2 uur, die van MK7 bedraagt 3 dagen.

In de Rotterdam Studie bij 4807 deelnemers vond men geen associatie tussen de inname van K1 en de cardiovasculaire gezondheid. De consumptie van menaquinones correleerde met minder hartkwalen, minder sterfte en minder verkalking van de lichaamsslagader. Bij ratten kan het proces van aderverkalking zelfs worden omgekeerd. Vitamine K2 verbetert de carboxylatie van het matrix Gla Proteïne (MGP) aanwezig in de bloedvaten waardoor een verkalking van de atherosclerotische plaques wordt voorkomen.

In de Japanse ‘Population-based’ Osteoporose Studie (JPOS) bij 944 vrouwen (20-79 jaar) correleerde het gebruik van natto (met MK7) met een betere dichtheid van de botten op kritieke plaatsen zoals de heup. MK7 verbetert de carboxylatie van osteocalcine. Hierdoor verhoogt de affiniteit van osteocalcine voor calcium en kunnen de calciumionen worden ingebouwd in de hydroxyapatiet-structuur van de botten.

Referenties

  • Adams J, Pepping J. Vitamin K in the treatment and prevention of osteoporosis and arterial calcification. Am J Health Syst Pharm 2005; 62(15):1574-81.
  • Geleijnse JM, Vermeer C, Grobbee DE, Schurgers LJ, Knapen MH, van der Meer IM, Hofman A, Witteman JC. Dietary intake of menaquinone is associated with a reduced risk of coronary heart disease: the Rotterdam Study. J Nutr 2004; 134(11):3100-5.
  • Kaneki M, Hodges SJ, Hosoi T, Fujiwara S, Lyons A, Crean SJ, Ishida N, Nakagawa M, Takechi M, Sano Y, Mizuno Y, Hoshino S, Miyao M, Inoue S, Horiki K, Shiraki M, Ouchi Y, Orimo H. Japanese fermented soybean food as the major determinant of the large geographic difference in circulating levels of vitamin K2: possible implications for hip-fracture risk. Nutrition 2001; 17(4):315- 21.
  • Schurgers LJ, Spronk HM, Soute BA, Schiffers PM, DeMey JG, Vermeer C. Regression of warfarininduced medial elastocalcinosis by high intake of vitamin K in rats. Blood 2007; 109(7):2823- 31.
  • Schurgers LJ, Teunissen KJ, Hamulyák K, Knapen MH, Vik H, Vermeer C. Vitamin K-containing dietary supplements: comparison of synthetic vitamin K1 and natto-derived menaquinone-7. Blood 2007; 109(8):3279-83.
  • Tsukamoto Y, Ichise H, Kakuda H, Yamaguchi M. Intake of fermented soybean (natto) increases circulating vitamin K2 (menaquinone-7) and gamma-carboxylated osteocalcin concentration in normal individuals. J Bone Miner Metab 2000;18(4):216-22.
  • Yamaguchi M, Ma ZJ. Inhibitory effect of menaquinone-7 (vitamin K2) on osteoclast-like cell formation and osteoclastic bone resorption in rat bone tissues in vitro. Mol Cell Biochem 2001; 228(1-2):39-47.
  • Yamaguchi M, Sugimoto E, Hachiya S. Stimulatory effect of menaquinone-7 (vitamin K2) on osteoblastic bone formation in vitro. Mol Cell Biochem 2001; 223(1-2):131-7.
  • Yamaguchi M, Uchiyama S, Tsukamoto Y. Inhibitory effect of menaquinone-7 (vitamin K2) on the bone-resorbing factors-induced bone resorption in elderly female rat femoral tissues in vitro. Mol Cell Biochem 2003; 245(1-2):115-20.
  • Yamaguchi M. Regulatory mechanism of food factors in bone metabolism and prevention of osteoporosis. Yakugaku Zasshi. 2006; 126(11):1117-37.

Vlierbes

Vlierbes (Sambucus nigra) bezit het potentieel om de vermenigvuldiging van influenza H5N1 te stoppen. Bestanddelen uit de vlierbes remmen de infectiekracht van het griepvirus via inactivatie van hemagglutinine op de virusmantel. Toediening van Sambucus nigra extract van bessen gedurende de eerste 48 u na het optreden van de griepsymptomen stopt de uitbreiding van influenza A en B en verlicht de symptomen na 2-4 dagen. Dit is het resultaat van twee placebogecontroleerde, kleinschalige studies. Het vlierbesextract werkt tevens antimicrobieel (o.a. streptokokken) en immuunstimulerend.

Referenties

  • Krawitz C, Mraheil MA, Stein M, Imirzalioglu C, Domann E, Pleschka S, Hain T. Inhibitory activity of a standardized elderberry liquid extract against clinically-relevant human respiratory bacterial pathogens and influenza A and B viruses. BMC Complement Altern Med 2011; 11:16.
  • Vlachojannis JE, Cameron M, Chrubasik S. A systematic review on the sambuci fructus effect and efficacy profiles. Phytother Res 2010; 24(1):1-8.

Voedingsvezels

Voedingsvezels zijn erg belangrijk voor een goede ontlasting en het voorkomen van bepaalde vormen van kanker zoals darmkanker. Er zijn twee soorten vezels, nl. de wateroplosbare en de niet wateroplosbare vezels. De wateroplosbare vezels zitten vooral in groenten, fruit en peulvruchten (zoals bv. pectine uit appels). Deze vezels hebben een gunstig effect op de stoelgang en hebben o.a. een gunstig effect bij diarree. Oplosbare vezels dragen eveneens bij tot een gunstig cholesterol- en glucosegehalte in het bloed. Het cholesterolverlagende effect van deze vezels helpt dan ook tegen hart-en vaatziekten. Mensen met diabetes hebben belang bij het glucoseverlagende effect van oplosbare vezels. De niet-oplosbare vezels zitten vooral in de volkoren graanproducten. Deze vezels nemen heel wat water op in de darmen en voorkomen op die manier verstopping aangezien de ontlasting soepel en zacht blijft.

Referenties

  • Anti M, Pignataro G, Armuzzi A, Valenti A, Iascone E, Marmo R, Lamazza A, Pretaroli AR, Pace V, Leo P, Castelli A, Gasbarrini G. Water supplementation enhances the effect of high-fiber diet on stool frequency and laxative consumption in adult patients with functional constipation. Hepatogastroenterology 1998;45:727-32.
  • Cummings JH. The effect of dietary fibre on fecal weight and composition. In: Spiller GA, ed. Handbook of dietary fibre in human nutrition. 2nd ed. Boca Raton, FL: CRC Press, 1993. Pp 547-73.
  • Gordon DT, Stoops D, Ratliff V. Dietary fiber and mineral nutrition. In: Kritchevsky D, Bonfield C, eds. Dietary fiber in health & disease. St Paul: Eagan Press, 1995.
  • Hillman LC, Petes SG, Fishe CA, Pomare EW. Differing effects of pectin, cellulose and lignin on stool pH, transit time and weight. Br J Nutr 1983;50:189-95.
  • Life Sciences Research Office. Physiological effects and health consequences of dietary fiber. Bethesda: Federation of American Societies for Experimental Biology, USA, 1987.
  • McCance RA, Widdowson EM. Mineral metabolism of healthy adults on white and brown bread dietaries. J Physiol 1942;101:44-85.
  • Trowell H, Southgate DET, Wolever TMS, Leeds AR, Miguel AG, Jenkins DJA. Dietary fibre redefined. Lancet 1976;i:967.
  • Trowell H. Crude fibre, dietary fibre and atherosclerosis. Atherosclerosis 1972;16:138-40.
  • Trowell H. Refined carbohydrate: foods and fibre. In: Burkitt DP, Trowell H eds. Refined carbohydrate foods and disease. London: Academic Press, 1975. Pp 25-41.
  • Vinik AI, Jenkins DJ. Dietary fibre in management of diabetes. Diabetes Care 1998;11:160-73.

Zeaxanthine

Zeaxanthine is samen met luteïne en meso-zeaxanthine één van de voornaamste bouwstoffen voor het pigment dat de macula of gele vlek in het oog bedekt. Deze carotenoïde is een sterke antioxidant die het blauwe licht filtert en de lichtreceptoren beschermt tegen oxidatieve schade. De pigmentdichtheid van de macula verschilt bij ieder persoon en neemt gevoelig af bij het ouder worden. Een regelmatige supplementinname zorgt ervoor dat deze dichtheid behouden blijft. De macula ligt achter de lens en zorgt ervoor dat wij details kunnen zien en kleuren voldoende kunnen onderscheiden. Zeaxanthine en mesozeaxanthine worden in het oog aangemaakt door middel van luteïne. Aangezien deze transformatie bij het ouder worden minder vlot verloopt, dalen de waarden van zeaxanthine en mesozeaxanthine gevoelig. Door inname van een hoogwaardig supplement kan deze daling worden gestopt en kan de dichtheid van de gele vlek weer toenemen. Door de inname van luteïne en zeaxanthine krijgt het oog bescherming tegen de ontwikkeling en progressie van staar.

Referenties

  • Annu Rev Nutr. 2003;23:171-201. Epub 2003 Feb 27.
  • J Am Optom Assoc. 1999 Jan;70(1):39-47.
  • 1998 Aug;82(8):907-10.
  • 2008;115(2):324-333.e2.
  • Invest Ophthalmol Vis Sci. 1993;34(6):2033–2040.
  • Invest Ophthalmol Vis Sci. 2008 Apr;49(4):1679-85.
  • J Med Liban. 2009 Oct-Dec;57(4):261-7.

Zilverkaars

Zilverkaars (Cimicifuga racemosa) heeft tal van gezondheidsbevorderende eigenschappen. Het reguleert het vrouwelijke hormonale systeem (hypothalamus-hypofyse-ovarium), vergelijkbaar met de werking van oestriol. Uit onderzoek blijkt dat zilverkaars een mogelijke invloed zou hebben op een ontregelde afgifte van het luteïniserend hormoon (LH), dat geassocieerd is met opvliegers, nachtzweten, hartkloppingen, hoofdpijn en vaginale klachten.

Ander onderzoek toont aan dat Cimicifuga racemosa ook een significante toename van de botdichtheid tot gevolg heeft en de ratio tussen HDL- en LDL-cholesterol verbetert.

Cimicifuga racemosa bevordert tevens de doorbloeding in het bekken en stimuleert de menstruatie wanneer deze moeizaam verloopt, uitblijft of door een hormonale ontregeling.

Dit kruid heeft een milde sederende, kalmerende werking en verlicht stress en nervositeit. Verbetering van de stemming is wellicht mede het gevolg van een verminderde afbraak van de neurotransmitters serotonine en dopamine door remming van de enzymen MAO (mono-amino-oxidase) en aldehydedehydrogenase.

Cimicifuga racemosa werkt spierontspannend bij baarmoederkramp en rugpijn. Isoferulazuur, ferulazuur, salicylzuur en andere bestanddelen in Cimicifuga racemosa hebben een ontstekingsremmende en pijnstillende werking. Cimicifuga extract is werkzaam bij premenstruele klachten zoals mastodynie (pijnlijke borsten) en stemmingswisselingen.

Referenties

  • Bebenek, M., Kemmler, W., von, Stengel S., Engelke, K., and Kalender, W. A. Effect of exercise and Cimicifuga racemosa (CR BNO 1055) on bone mineral density, 10-year coronary heart disease risk, and menopausal complaints: the randomized controlled Training and Cimicifuga racemosa Erlangen (TRACE) study. Menopause. 2010;17(4):791-800.
  • Brasky, T. M., Lampe, J. W., Potter, J. D., Patterson, R. E., and White, E. Specialty supplements and breast cancer risk in the VITamins And Lifestyle (VITAL) Cohort. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev. 2010;19(7):1696-1708.
  • Geller, S. E., Shulman, L. P., van Breemen, R. B., Banuvar, S., Zhou, Y., Epstein, G., Hedayat, S., Nikolic, D., Krause, E. C., Piersen, C. E.,Bolton, J. L., Pauli, G. F., and Farnsworth, N. R. Safety and efficacy of black cohosh and red clover for the management of vasomotor symptoms: a randomized controlled trial. Menopause. 2009;16(6):1156-1166.
  • Kelley, K. W. and Carroll, D. G. Evaluating the evidence for over-the-counter alternatives for relief of hot flashes in menopausal women. JAm Pharm.Assoc.(2003.) 2010;50(5):e106-e115.
  • Lundstrom, E., Hirschberg, A. L., and Soderqvist, G. Digitized assessment of mammographic breast density--effects of continuous combined hormone therapy, tibolone and black cohosh compared to placebo. Maturitas 2011;70(4):361-364.
  • Maki, P. M., Rubin, L. H., Fornelli, D., Drogos, L., Banuvar, S., Shulman, L. P., and Geller, S. E. Effects of botanicals and combined hormone therapy on cognition in postmenopausal women. Menopause. 2009;16(6):1167-1177.
  • Molla, M. D., Hidalgo-Mora, J. J., and Soteras, M. G. Phytotherapy as alternative to hormone replacement therapy. Front Biosci (Schol.Ed) 2011;3:191-204.
  • Naser, B., Schnitker, J., Minkin, M. J., de Arriba, S. G., Nolte, K. U., and Osmers, R. Suspected black cohosh hepatotoxicity: no evidence by meta-analysis of randomized controlled clinical trials for isopropanolic black cohosh extract. Menopause. 2011;18(4):366-375.
  • Palacio, C., Masri, G., and Mooradian, A. D. Black cohosh for the management of menopausal symptoms : a systematic review of clinical trials. Drugs Aging 2009;26(1):23-36.
  • Rostock, M., Fischer, J., Mumm, A., Stammwitz, U., Saller, R., and Bartsch, H. H. Black cohosh (Cimicifuga racemosa) in tamoxifen-treated breast cancer patients with climacteric complaints - a prospective observational study. Gynecol.Endocrinol. 2011;27(10):844-848.
  • Shams, T., Setia, M. S., Hemmings, R., McCusker, J., Sewitch, M., and Ciampi, A. Efficacy of black cohosh-containing preparations on menopausal symptoms: a meta-analysis. Altern.Ther Health Med 2010;16(1):36-44.
  • Shou, C., Li, J., and Liu, Z. Complementary and alternative medicine in the treatment of menopausal symptoms. Chin J Integr Med 2011;17(12):883-888.

Zink

Zink is een uiterst belangrijk mineraal dat de activiteit van meer dan 100 enzymen stimuleert. Enzymen zijn stoffen die biochemische reacties in het lichaam in gang zetten. Deze biochemische reacties zijn essentieel voor de productie van superoxidedismutase, één van de belangrijkste antioxidanten in het lichaam. Zink stimuleert het immuunsysteem, de eiwit- en DNA synthese, de insulineproductie, de ontwikkeling van de geslachtsorganen en de beweeglijkheid van sperma. Zink ondersteunt niet alleen de normale groei en ontwikkeling van de foetus tijdens de zwangerschap, maar is ook van het allergrootste belang tijdens de kinder- en tienerjaren. Het onderhouden van een goede zinkspiegel is ook voor volwassenen erg belangrijk. Wanneer mensen ouder worden, neemt de functie van het immuunsysteem af, gedeeltelijk door de afname in grootte van de thymus. Studies laten zien dat het onderhouden van een normale zinkspiegel de functie van de thymus bij oudere mensen in stand helpt te houden . Wetenschappers wijzen er tevens op dat een zinktekort bij oudere mensen een bijdrage levert aan een verminderde immuunfunctie. Een regelmatig gebruik van zink doet de incidentie op een verkoudheid dalen. Zink is onontbeerlijk voor een goede werking van het immuunsysteem.

Men kiest best voor de goed opneembare vormen van zink zoals methionine en bisglycinaat vanwege hun hoge  biologische beschikbaarheid. In de vorm van zinkmonomethionine wordt de opname van zink overigens niet belemmerd door de aanwezigheid van vezels of fytaten uit de voeding.

Zoethout

Zoethout is de wortelstok van de plant Glycyrrhiza glabra. Deze wortelstok bevat een zoetstof nl glycyrrhizinezuur die ongeveer 30 tot 50 keer zo sterk is als suiker. Het sap uit de wortel wordt o.a. gebruikt als grondstof voor drop. Glycyrrhizinezuur verhoogt de bloeddruk; zowel van drop als van zoethout is dit effect beschreven en dit kan tot klinisch significante hypertensie leiden.

Zoethout bevat tevens triterpene saponinen, flavonoïden (zoals liquiritine, isoliquiritineen glabridine), polysachariden, pectine, enkelvoudige suikers, aminozuren, minerale zouten en tal van andere substanties. Glabridine is een flavonoïde met de krachtigste eigenschappen en ondersteunt op heel efficiënte wijze het spijverteringskanaal.

Het is best een zoethoutextract te nemen met een uiterst laag gehalte aan glycyrrhizine indien je het product gebruikt voor een ondersteuning van maag-darmproblemen.

Uit heel wat onderzoeken komt naar voor dat zoethout zonder glycyrrhizinezuur, ook DGL genaamd, zeer efficiënt is bij de behandeling van zweren (ulcus) van het maag-darmstelsel. Onderzoekers rapporteren dat zoethoutextract de afgifte van secretine (enzym) stimuleert. Dit enzym zorgt voor de heropbouw van het maag-darmslijmvlies en beschermt op een heel doeltreffende manier de mucosa van de maag. DGL inhibeert niet de productie van maagzuur en neutraliseert het evenmin. Het zorgt wel voor de juiste aanpak van het probleem door de normale defensiemechanismen in het lichaam te stimuleren. Op die manier wordt de vorming van een maag- darmzweer voorkomen en wordt eveneens de mucosa van het maag- darmkanaal hersteld en verstevigd.

Referenties

  • Peptic ulcer. In: Guyton AC, Hall JE. Textbook of Medical Physiology Philadelphia, Pa: W.B. Saunders Company;1998:846-847.
  • Peptic ulcer disease. In: Porth CM. Pathophysiology: Concepts of Altered Health States. 5th ed. Philadelphia, Pa: Lippincott; 1998: 725-728.
  • National Digestive Diseases Information Clearinghouse Website. H. Pylori and Peptic Ulcer, Accessed March 22, 2001. Available at: www.niddk.nih.gov/health/digest/ pubs/hpylori/hpylori.
  • Hawkey CJ, Nonsteroidal anti-inflammatory drug gastropathy Gastroenterology. 2000;119:521- 535.
  • Dajani EZ, Klamut MJ. Novel therapeutic approaches to gastric and duodenal ulcers: an update. Expert Opin Investig Drugs. 2000;9:1537-1544.
  • Cappell MS, Schein JR. Diagnosis and treatment of nonsteroidal anti-inflammatory drug-associated upper gastrointestinal toxicity. Gastroenterol Clin North Am. 2000;29:97-124.
  • Seinela L, Ahvenainen J. Peptic ulcer in very old patients Gerontology. 2000; 46:271- 275.
  • Borody TJ, Andrews P, Shortis NP. Evaluation of whole blood antibody kit to detect active Helicobacter pylori infection. Am J Gastroenterol 1996;91:2509-2512.
  • Graham DY, Klein PD. Accurate diagnosis of Helicobacter pylori. I3Curea breath test. Gastroenterol Clin North Am. 2000;29:885-893.
  • Cohen H. Peptic ulcer and Helicobacter pylori. Gastroenterol Clin North Am. 2000;29:775-789.
  • Kim HS, Lee DK, Kim KH, et al. Comparison of the efficacy and safety of different formulations of omeprazole-based triple therapies in the treatment of Helicobactor pylori-positive peptic ulcer. J Gastroenterol 2001;36:96-102.
  • Sipponen P. Update on the pathologic approach to the diagnosis of gastritis, gastic atrophy, and Heliobacter pylori and its sequelae. J Clin Gastroenterol. 2001;32:196- 202.
  • Engqvist A, von Feilitzen F, Pyk E, Reichard H. Double-blind trial of deglycyrrhizinated liqourice in gastric ulcer. Gut. 1973;14:711-715.
  • Glick L. Deglycyrrhizinated liquorice for peptic ulcer. Lancet. 1982;9:817.
  • Bardhan KD, Cumberland DC, Dixon RA, Holdsworth CD. Clinical trial of deglycyrrhisinated liqourice in gastric ulcer. Gut. 1978;19:779-782.
  • Balakrishnan V, Pillai MV, Raveebdran PM, Nair CS. Deglycrrhizinated liqourice in the treatment of chronic duodenal ulcer. J Assoc Physicians India. 1978;26:811-814.
  • Rees WDW, Rhodes J, Wright JE, Stamford IF, Bennett A. Effect of deglycyrrhizinated liquorice on gastric mucosal damage by aspirin Scand J Gastroenterol. 1979;14:605- 607.

Zwarte bes

Zwarte bes (Ribes nigrum) bevat actieve stoffen nl. anthocyanosiden met een antiviraal potentieel. Uit in-vitro-onderzoek blijkt dat deze anthocyanosiden de vermenigvuldiging van influenzavirussen in een geïnfecteerde cel afremmen.

Referenties

  • Karlsen A, Retterstøl L, Laake P, Paur I, Kjølsrud-Bøhn S, Sandvik L, Blomhoff R. Anthocyanins inhibit nuclear factor-kappaB activation in monocytes and reduce plasma concentrations of pro-inflammatory mediators in healthy adults. J Nutr 2007; 137(8):1951-4.
  • Knox YM, Hayashi K, Suzutani T, Ogasawara M, Yoshida I, Shiina R, Tsukui A, Terahara N, Azuma M.Activity of anthocyanins from fruit extract of Ribes nigrum L. against influenza A and B viruses. Acta Virol 2001; 45(4):209-15.
  • Knox YM, Suzutani T, Yosida I, Azuma M. Anti-influenza virus activity of crude extract of Ribes nigrum L. Phytother Res 2003; 17(2):120-2.