nutriconsult-nieuws-voedingssupplement

Werken voedingssupplementen of nutricijnen bij iedereen op eenzelfde manier?

Iedereen kan voor zichzelf wel inschatten in hoeverre hij of zij voldoende calorieën haalt uit groenten, fruit en plantaardige voeding rijk aan vezels en eiwitten. Als uw menu dag na dag wordt ingevuld door kant-en-klaarmaaltijden of een snelle hap uit de frituur om de hoek is dit waarschijnlijk te wijten aan een hectische levensstijl? Dan bent u wellicht niet verwonderd als ik u vertel dat de fastfoodgeneratie een grote behoefte heeft aan nutricijnen met vitaminen, mineralen en bioactieve stoffen.

Maar soms valt de nutriëntenbehoefte van een individu niet af te leiden uit het voedingspatroon. Ook genetische verschillen tussen de mensen staan in relatie tot voeding. We bezitten namelijk allemaal eigen erfelijk materiaal dat we overerfden van onze ouders, grootouders, enzovoort. Twee nieuwe takken van de voedingswetenschap – nutrigenetics en nutrigenomics – houden zich bezig met de relatie tussen voeding en erfelijk materiaal.

Nutrigenomics bestudeert de invloed van nutriënten op de genexpressie: welke genen komen meer of minder tot uitdrukking onder invloed van een nutriënt en welke impact heeft dit op de werking van het lichaam. Nutrigenetics bestudeert de genetische verschillen tussen personen en bekijkt hoe die verschillen in genstructuur invloed hebben op de manier waarop nutriënten het gezondheidsrisico beïnvloeden. Het ultieme doel is om combinaties van nutriënten te ontdekken die voor een persoon met een bepaald genetisch profiel de beste gezondheidsvoordelen opleveren.

Een voorbeeld van een gen dat reeds bestudeerd is op mogelijke verschillen is het gen dat codeert voor het ontgiftingsenzym glutathion S-transferase (GST). Dit bewuste gen bestaat uit drie delen: GSTM1, GSTT1 en GSTP1. Wie veel broccoli eet, is beter beschermd tegen dikkedarmkanker als hij/zij het GSTM1-gedeelte niet bezit. Consumptie van broccoli is onder meer gezond vanwege de sulforafaan die in het lichaam wordt vrijgemaakt. Personen die het GSTM1-gedeelte niet hebben, zullen sulforaan minder snel uitplassen. Dit houdt in dat zij langer van de aanwezigheid van sulforaan kunnen profiteren. Personen die wel GSTM1-dragers zijn, moeten dan meer broccoli eten of een broccolinutricijn gebruiken om evenzeer van de gezondheidseffecten van broccoli te genieten.

Wie meer wil weten over dit boeiende thema, verwijs ik graag naar mijn boek ‘Nutricijnen'(2011). In het boek deel ik u mijn ervaring met hoogwaardige nutrijnen, en verwijs ik naar het genetisch profiel telkens daarover iets gekend is. Mijn eerste boek ‘ NUTRICIJNEN’ is momenteel herdrukt onder de titel ‘HOU JE LICHAAM OPTIMAAL GEZOND met de kracht van nutricijnen’ omdat er nog steeds enorme vraag naar is en mensen meer kennis willen hebben over de verschillen in supplementen. Het boek is ook lichtjes herwerkt zodat het toegankelijker is voor de consument.